 |
Madame Chiffre
Door: Erik Pouli
Het is deze zomer op de kop af vijf jaar geleden dat ik in dit blad een stukje schreef over een opvallend fris uitziende jongeman die enkele jaren daarvoor..... |
 |
La Poste
Door: Wouke van Scherrenburg
Als er één ding is dat de Fransen verenigt, is het wel hun enorme actiebereidheid...... |
 |
Golfballen uit de hemel
Door: Wouke van Scherrenburg
Journaliste Wouke van Scherrenburg, onder meer bekend van haar scherpe interviews voor Den Haag Vandaag, bericht in deze column over haar leven in Frankrijk, waar zij sinds enkele jaren woont...... |
 |
Saucisse de Toulouse
Door: Wouke van Scherrenburg
De zomermaanden in La Douce zijn één groot feest. En dan bedoel ik niet de azuurblauwe luchten, de lange avonden en de indrukwekkende sterrenhemel, maar de feesten zelf...... |
 |
De doem van schoonheid
Door: Theo Schildkamp
Parijs is Parijs en zal dat volgens de Franse auteur Frédéric Dard ook altijd blijven. Er is inderdaad geen tweede stad zoals Parijs...... |
 |
Stoere bouwvakker
Door: Hein Verdam
Je bent jong en je voelt je sterk. Wat kan je gebeuren? Een plank op je voet? Bof! Een stofje in je oog? Tant pis. Lekker klussen aan je huis. Slopen, hakken, zagen en sjouwen...... |
 |
Alle columns... |
|
 |
 |
|
MADAME CHIFFRE |
Door: Erik Pouli
|
Het is deze zomer op de kop af vijf jaar geleden dat ik in dit blad een stukje schreef over een opvallend fris uitziende jongeman die enkele jaren daarvoor
in opdracht van een of andere overheidsinstantie de staat van onze assainissement was komen controleren. Op de dag dat deze uitbundige tiener ons ervan probeerde te doordringen dat onze waterhuishouding, meer in het bijzonder de fosse septique, niet voldeed aan de nieuwe milieueisen, woonden wij hier pas kort en ik kan me herinneren dat we nog dagenlang behoorlijk aangeslagen waren door zijn mededeling dat we verplicht waren om een en ander op zo kort mogelijke termijn op orde te brengen. Vooral de op luchtige toon uitgesproken bijzin dat de kosten van deze hele operatie volledig voor onze rekening zouden zijn, kwam behoorlijk hard aan. Bernard, onze buurman, moest indertijd erg lachen om onze ongerustheid. ‘Hoor je nooit meer wat van, Erik.’ En hij had gelijk, zodat ik een paar jaar later een vrolijk stukje over het voorval kon schrijven. Dat was dus in 2005. Maar enkele maanden geleden heb ik toch weer iets nieuws over Frankrijk geleerd, namelijk dat de administratieve molens hier weliswaar uiterst langzaam draaien, maar ze draaien wél. Eerst ontvingen we een brief van onze burgemeester waarin hij aankondigde dat we een telefoontje konden verwachten van ene Madame Chiffre (ik verzin het niet) om een afspraak met ons te maken voor een bezoekje teneinde, jawel, te controleren of onze waterhuishouding wel aan de huidige normen voldeed...Ik werd er in eerste instantie een beetje giechelig van en ik was er dermate van overtuigd dat ik ook hiervan nooit meer iets zou horen, dat ik de brief rechtstreeks vanuit de envelop in de poubelle deponeerde. Dat bleek ietwat voorbarig, want enkele weken later reed er zo’n stinkend dieseltje ons erf op met achter het stuur, althans zo leek het op het eerste gezicht, een meisje van een jaar of twaalf. Madame Chiffre. Of het gelegen kwam dat ze even een korte controle deed naar de weg die onze plasjes en poepjes aflegden. Al drukte zij dat uiteraard iets anders uit en was ze op het tweede gezicht toch wel minstens vijftien. En zo kon het gebeuren dat ik voor de tweede keer in een tijdsbestek van acht jaar samen met iemand naar een stukje gras stond te staren, waaronder zich volgens de overlevering onze fosse zou moeten bevinden. En ja hoor, daar gingen we weer. Nee, dit was allemaal niet best, voldoet niet aan de huidige normen, mijnheer, hier moet echt iets aan gebeuren, maar maakt u zich niet ongerust, u bent niet de enige hier op het platteland. Het is bij niemand in orde. Alsof mij dat wat kon schelen. En bovendien, waar hadden we het eigenlijk over? Alles werd netjes opgevangen in de fosse septique, waar het langs biologische weg nagenoeg geheel werd afgebroken terwijl het ‘restwater’ op ons eigen terrein werd afgevoerd. ‘Ja, nee, maar het loopt ongefilterd het land op en het is dan weliswaar uw eigen land, maar toch, u begrijpt, dat kan natuurlijk niet, want de wet schrijft dat nu eenmaal zo voor.’ O ja, de wet. Ik vroeg haar of ze wel eens een koe had zien plassen of poepen, daar staan er hier namelijk nogal wat van. Stond daar ook iets over in die wet? Kennelijk had het syndicat waarvoor zij werkzaam was, haar niet op dit soort vragen voorbereid, want ze viel even stil. Maar ik moet zeggen, ze herstelde zich bewonderenswaardig snel. ‘Dat is toch iets heel anders, mijnheer’, al verzuimde ze gemakshalve om aan te geven waarom dat zo was. Maar ik moest me niet zo veel zorgen maken. Ze kon dat uiteraard niet in de brief zetten die zij ons ging sturen, maar we hoefden het allemaal niet op stel en sprong aan te passen. Zo over een jaar of vijf à tien zou ons systeem aux normes moeten zijn. We kunnen per slot van rekening niet eisen dat iedereen direct grote kosten gaat maken, legde ze uit. We moeten mensen daar de tijd voor geven. En tegen die tijd komen we nog eens langs. Ik dacht even dat ik haar verkeerd had verstaan en om elke twijfel bij mezelf weg te nemen, vroeg ik haar of er dus over een jaar of acht weer iemand langs zou komen. ‘Inderdaad, mijnheer Pouli’, antwoordde ze vriendelijk en zonder ook maar één keer met haar ogen te knipperen. Ze huppelde naar haar autootje en vertrok in een dikke walm van onafgewerkte dieselolie.
Lees hier de eerdere columns van Erik Pouli.
|
|