Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Columns archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



Blikken op zak

Het is zondag en op zondag hoef ik niks. Ik hoef niet te ­ploeteren, ik hoef zelfs niet te genieten – een plicht die komt met vrije zondagen. Ik ben van alles gevrijwaard. Omdat ik op zondag niks hoef en dus niet loop maar slenter, ben ik me op die dag meer dan op andere dagen bewust van my fellow citizens. My fellow citizens zijn medeburgers die ik niet ken, maar met wie ik toch verbonden ben. We leven op hetzelfde stukje beton en onder hetzelfde stukje hemel; we behoren tot dezelfde tribe. My fellow citizens zijn onbekende vrienden die me zonder dat ik daar iets voor hoef te doen blikken van erkenning toewerpen.
Deze onbekenden zijn misschien wel even cruciaal als de namen in je Whatsapp-lijst; zo goed als je kunt opbloeien tussen je vrienden, zo gemakkelijk kun je verdwijnen tussen je fellow citizens. Een mens heeft beide nodig. Niemand anders biedt je een betere en prettiger dekmantel der anonimiteit. Alleen tussen je fellow citizens kun je, lopend door de stad of zittend op een terras, een niemand zijn.
Natuurlijk beleef ik als buitenlander in Parijs meer anonimiteit. Daarbij zijn anonimiteit en privacy in Parijs nog heiliger dan patisserie. Zo heeft ex-first lady Valérie Trierweiler hier haar kansen verspeeld door van haar privéleven een soap te maken. In Engeland denken ze daar heel anders over: daar wordt ze gezien als een sterke, moedige vrouw die voor zichzelf opkomt.
Sinds we allemaal Charlie zijn, zijn we als fellow citizens nog sterker met elkaar verbonden. Nu we allemaal ook nog dezelfde angst delen, vergaar ik soms wel zeven blikken op een dag (tegen zo’n twee blikken per dag vóór de aanslag). Eerst kwamen die blikken alleen van voorbijgangers die zich in mij herkenden dankzij een verbindende factor als kleding of leeftijd. Maar nu krijg ik ook blikken van anderen, in wie ik mij voorheen niet herkende, maar sinds we allemaal Charlie zijn, wel.
My fellow citizens lachen vriendelijker en lijken behulpzamer sinds de aanslag. In de metro stappen ze opzij, bij de ingang houden ze de deur open. Taxichauffeurs, buren, voorbijgangers... Iedereen is nog steeds Charlie. De vrij­heden van onze republiek zijn weer een voorrecht geworden nu ze hun vanzelfsprekendheid verloren hebben. Voor een vanzelfsprekendheid hoeft niet gevochten te worden, maar voor een voorrecht wel.
Op weg naar huis van het glutenvrije restaurant Noglu in de Passage des Panoramas – veel vrienden hebben tegenwoordig last van gluten en lactose – word ik getrakteerd op een overpeinzende blik van een vrouw. Ze draagt een hoedje en een bontmantel en ze valt me op omdat ze het type vrouw is met wie ik gewoonlijk geen blikken wissel op straat. Als ik ’s avonds thuiskom heb ik zes blikken ‘op zak’. Zes fellow citizens die misschien wel net als ik niks hoeven op zondag, behalve Charlie zijn.

Schrijfster en columniste Sophie van der Stap (1983), bekend van de bestseller Meisje met negen pruiken, verhuisde in 2008 naar Parijs. Hier speelt zich ook haar laatst verschenen boek af: En wat als dit liefde is. In deze column verhaalt ze over haar leven in de Franse hoofdstad, waar ze nog altijd ‘de buitenlander’ is.