Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Columns archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



Boktorren en bultjes

Nu het winter is en we weer meer binnen vertoeven, luisteren we af en toe met enige angst op zolder of we geknaag horen. Want het schijnt dat een legertje larven van de boktor zich in de balken heeft genesteld. Maar het blijft stil, dus we sussen ons zo veel mogelijk met de gedachte dat de deskundigen die ons huis hebben geïnspecteerd, zich hebben vergist.
Het was bloedheet afgelopen zomer, toen twee heertjes zich meldden aan de poort. Ze boden aan het huis gratis te inspecteren op termieten en boktorren. Omdat we geen dwingende zaken die dag hadden, lieten we de heertjes binnen en op zolder. Gewapend met een schroevendraaier porden ze in de balken. De zweetplekken op hun overhemd werden steeds groter en de fronsen op hun gezicht steeds zorgelijker. Inderdaad. Er lag een beetje fijn zaagsel hier en daar onder een balk. Dat moest wel van de gevreesde boktor zijn, riepen ze. Vreemd, want twee jaar tevoren had mijn lief de hele zolder ingespoten met een giftig goedje dat boktorren en termieten moest doden en voorkomen. Hoofdschuddend en onder het slaken van kreten dat binnen een paar jaar onze hele zolder zou zijn opgevreten, begaven de mannen zich naar ons terras waarvan de overkapping op zware eiken balken rust. ‘Kijk,’ riepen ze, al porrend in de balken, ‘hier zit een uitvlieggat!’ Toen schrokken we, want inderdaad, een boktor had een lang ovaal gaat in een van de balken gemaakt om daar larven in te leggen. Larven die langzaam maar gestaag het hout opvreten.
En daarmee hadden ze ons al snel overtuigd dat het hele huis een intensieve behandeling nodig had wilden we voorkomen dat het binnen afzienbare tijd in elkaar zou storten. En bij al dat ongeluk hadden we geluk, zeiden ze opgewekt, want de komende maand waren ze toch vlakbij aan het werk en daarom kon ons huis voor een aangenaam prijsje worden meegenomen. Wat dat aangename prijsje dan was? Nou, meer dan zesduizend euro zou het niet kosten. We slikten en zeiden dat we daar toch nog even over moesten nadenken. In ieder geval was onze dag grondig verpest.
Tot buurman Raymond arriveerde. Hij had de auto van de twee heren zien staan en kwam poolshoogte nemen. We vertelden het verhaal, lieten het zaagsel en het uitvlieggat zien en vertelden de prijs. ‘Dieven zijn het’, brieste hij. ‘Dat zaagsel is van een houtwormpje en dat uitvlieggat kan ook geen kwaad. Want de larf kan nooit tot de kern van het eikenhout komen, dat hout is te hard. Tegen de tijd dat het terras instort, liggen jullie allang zelf onder een eikenboom. Spuit zelf nog maar wat van dat giftige goedje in het gat en houd die zesduizend euro in je zak.’ Opgelucht dronken we een pastis op het goede nieuws.
Maar nu, maanden later, is de twijfel weer toegeslagen. Nederlanders die hier wonen, wezen erop dat Fransen altijd laconiek reageren op boktorren en andere beestjes. En dat er nu een boktorrensoort is die ook eikenhout opvreet. We houden de balken nauwlettend in de gaten en zodra we weer ergens een uitvlieggat vinden, zullen we de mannen van het bestrijdingsleger toch maar bellen.
Een beestje dat geen kwaad kan voor je huis, maar een mens horendol kan maken is de Aoûtat. Vanaf de maand augustus - vandaar de naam - zitten ze onzichtbaar voor het blote oog in het gras. Je komt er pas achter dat ze jouw lijf als volgende verblijfsplaats hebben gekozen als je ’s avonds wordt overvallen door een gruwelijke jeuk. Je benen zitten vol rode bultjes, vlooienbeten zijn er niks bij. De Aoûtat nestelt zich onder je huid en blijft daar zeker twee weken zitten. Het is niet voor niets dat de apotheker in het dorp eind juli een deel van zijn etalage inruimt voor de verschillende soorten lotion die de aanval van de beestjes moeten afslaan. Je moet er snel bij zijn, want het goedje is altijd snel uitverkocht. Maar zelfs als je je benen goed insmeert, zien de krengetjes nog kans onder je vel te kruipen en daarmee de nachten tot een hel te maken. Zo’n hel dat het niet eens meer komisch is om op het terras van de golfbaan (die bestaat uit GRAS) de spelers tevreden met een biertje te zien neerzakken, om ze vervolgens ineens verwoed aan hun benen te zien krabben. Het is wel duidelijk: tegenover insecten delft de mens het onderspit.