Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Columns archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



De burgemeester gaat op jacht

In zekere zin is hij bovendien onze buurman, want ergens in de verte grenst een deel van zijn terrein aan dat van ons. Cluzel is namelijk boer. Een boer die met enige regelmaat vergeet zijn afrasteringen te repareren, zodat wij weer een kudde koeien van ons Engelse gazon af moeten zien te krijgen. In de televisieserie Rawhide ging dat Gil Favor over het algemeen probleemloos af, maar in het echt kan dit tot heel wat hoofdbrekens leiden.
Dat een deel van zijn veestapel zo af en toe de kuierlatten kan nemen, komt omdat Cluzel eerst en vooral jager is en in die passie gaat veel tijd zitten. Heel veel tijd, want hij is ook nog president van de plaatselijke jachtclub. En hij is fanatiek. Boze tongen beweren zelfs dat hij ook buiten het jachtseizoen nog wel eens een everzwijn of een hertje dat in zijn blikveld verschijnt naar de andere wereld helpt.
En uitgerekend hem had ik onlangs voor het eerst in al die jaren dat wij hier nu wonen, om een onderhoud verzocht. In zijn hoedanigheid van burgemeester uiteraard. Maar het onderwerp van gesprek zou de jacht zijn. En dat baarde mij grote zorgen, want de jacht is hier sowieso een uiterst heikel onderwerp - tenminste wanneer je er niet vóór bent - maar bovendien had ik er weinig vertrouwen in dat mijn gesprekspartner in staat zou zijn om zijn diverse en kennelijk door elkaar heen lopende functies en passies op gepaste wijze van elkaar te scheiden.
Dus was ik al dagen van tevoren op van de zenuwen en liep ik de hele dag de Franse zinnetjes te oefenen die ik tegen onze burgervader zou gaan uitspreken. Ik kon me geen vergissingen veroorloven, niet in de tekst, maar zeker en vooral niet in de toon. Het hielp bepaald niet mee dat een vriend, die op Corsica woont, een verhaal vertelde over iemand die daar een aantal vakantiehuisjes exploiteerde en die de jagers had verzocht om op het terrein niet meer te jagen vanwege de overlast en het gevaar voor zijn gasten. Op een nacht bleken al zijn gîtes in brand te staan.
Er moest echter iets gebeuren, want de jachttroepen rukten ieder jaar verder op richting ons huis. We hadden er geen zin meer in om hele dagen gedwongen binnen te blijven zitten met een hysterisch blaffende hond omdat het buiten - op onze eigen grond nota bene - oorlog was.
Maar hoe dit aan te pakken, want de jagers hier staan nu niet bepaald bekend om hun flexibele geest of hun inlevingsvermogen. Daarvoor is een zekere mate van intelligentie vereist en in de hoofden van de meeste jagers heeft de wind vrij spel. Zo dragen ze sinds enige tijd fel oranje hesjes om in elk geval de kans te verkleinen dat ze elkáár overhoop schieten. Volgens mijn buurman Régis is deze maatregel tot mislukken gedoemd, want hij is ervan overtuigd dat een jager toch direct zal schieten, vanuit de gedachte dat wanneer er iets oranjes in de bosjes beweegt, er dus wel oranje everzwijnen zullen bestaan.
De burgemeester ontving mij op het secretariaat van la mairie, een onlangs op nogal smakeloze wijze gerestaureerde onderverdieping van een klein appartementengebouw in ons dorp. Toen hij vernam waarover ik hem wilde spreken, gaf hij me met een bruuske hoofdbeweging te kennen dat ik hem moest volgen naar een naastgelegen ruimte. Hier geen nieuwsgierige oren van medewerkers.
Cluzel luisterde minzaam naar mijn zorgvuldig gerepeteerde zinnetjes: ‘wij hebben uiteraard respect voor de gewoontes hier in de streek...’, ‘we zijn ons er terdege van bewust dat wij hier te gast zijn...’, ‘misschien zou het mogelijk zijn de jagers te verzoeken een zekere afstand tot ons huis te bewaren...?’
Nadat onze burgemeester mij eerst een paar maal had verteld dat het beslist niet waar was dat jagers tot heel dicht bij ons huis kwamen, waarmee hij me dus en passant even wegzette als leugenaar, beloofde hij dat hij ons verzoek aan de jagers - aan zichzelf dus - zou overbrengen. Daarmee was het onderhoud ten einde.
En heeft het geholpen?, vraagt u zich ongetwijfeld af. Een beetje, maar het is net als met kleine kinderen; even gedragen ze zich na een standje netjes en dan begint het feest gewoon weer opnieuw.