Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Columns archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



De echte man

En in sommige huizen stond zelfs een televisie! Omdat er toen nog geen schotels waren, moest er iedere avond opnieuw aan een op het dak geplaatste antenne worden gedraaid, totdat er door alle sneeuw heen iets verscheen dat met een beetje goeie wil ‘beeld’ genoemd kon worden. En van een computer had men hier nog nooit gehoord, al kan dat ook hebben gelegen aan het feit dat ik het consequent over een ‘kompjutèr’ had. Met groot genoegen denk ik terug aan de keren dat ik met mijn mobiele telefoon (‘une mobiel’ in mijn toenmalige vocabulaire) door de Intermarché schuifelde. Uiteraard werkte dat ding hier helemaal niet, maar dat wist toen verder niemand. Dus liep ik al babbelend met het apparaatje aan mijn oor langs de schappen en maakte in mijn beleving een werkelijk verpletterende indruk op de overige klanten. ‘Dáár loopt pas een moderne man’, zag ik ze bijna denken. Achteraf lijkt het me logischer dat ze de indruk hadden dat ik net was ontsnapt uit een of ander instituut voor de geestelijk minder bedeelden, want ik word nog altijd een beetje vreemd nagestaard. Maar goed, de tijden zijn veranderd en in een verbijsterend rap tempo hebben de ordinateur en de portable hier hun intrede gedaan en geen huishouden kan meer zonder. Iedere woning heeft nu een parabole op het dak en de lcd- en plasmatelevisies zijn niet aan te slépen.
Is er dan helemaal niets bij het oude gebleven? Wel degelijk. Nu moet u zich voorstellen dat de Aveyron (‘Avignon? Ja, ik geloof dat ik wel weet waar dat ongeveer ligt’) tot nog niet eens zo heel lang geleden achter oude kranten zat weggeplakt. Min of meer geïsoleerd van de rest van Frankrijk ging men hier zijn eigen, ietwat trage gang, sprak men een voor buitenstaanders onbegrijpelijk brabbeltaaltje (dat doen ze trouwens nog steeds) en man en vrouw leefden in gelukzalige harmonie tot op een extreem hoge leeftijd. De basis van dit vredig samenzijn werd gevormd door het feit dat alles draait om de man en dat de vrouw zich daar, al dan niet morrend, bij neerlegt.
Nou, welke moderniteiten de Aveyron in de toekomst ook zullen overspoelen, emancipatie zal daar de eerstkomende decennia niet bijhoren. Soms geloof je echt je ogen en oren niet. Zo zijn wij hier goed bevriend geraakt met een Frans echtpaar. Híj is in de Aveyron geboren. Iedere week gaan ze samen inkopen doen. Hij rijdt. Eerst kopen ze onderweg een krant. Aangekomen bij de supermarkt haalt zij een kar en verdwijnt daarmee de zaak in. Hij nestelt zich nog eens lekker in zijn stoel – bij koud weer laat hij de motor draaien – en leest de krant. Na ongeveer een uur komt zij terug met boodschappen voor een week en tilt die in de kofferbak. Hij heeft de krant net uit, maar verroert geen vin. Nou, dat is niet helemaal waar, want eerlijk is eerlijk, hij heeft aan het hendeltje naast zijn stoel getrokken, waardoor de kofferbak automatisch openging. En toch is hij beslist geen hork en zij al helemáál geen onderdanig tiepje, maar kennelijk liggen de verhoudingen hier zo. Vrouwen doen de boodschappen, ze zorgen voor de kippen, doen de afwas, houden het huis schoon en mannen...? Tsja, mannen die doen mannendingen, zoals leuteren over het weer, door honden opgejaagde everzwijnen afschieten, met grote metalen ballen een klein houten balletje proberen te raken. Dat soort zaken.
Ik vind het wel een beetje wonderlijk, maar storen doet het me niet echt. En om heel eerlijk te zijn, zelfs niet wanneer blijkt dat dit patroon zich ook doorzet in onze contacten met de bank, de notaris en de advocaat. Janny opende hier een bankrekening en liet daarop háár geld vanuit Nederland storten. Maar we wilden er allebei geld vanaf kunnen halen en bovendien zijn we getrouwd, dus hoe heeft onze bank dit opgelost? Door de rekening op naam te zetten van ‘M. ou Mme. Erik Pouli’. Viel niet te veranderen. Ik vond dat wel geestig. Janny niet. Zijn we bij de notaris, op zich een uiterst moderne man, dan praat hij uitsluitend tegen mij, ook wanneer het gaat over zaken die alleen Janny aangaan. En al komt de stoom op zulke momenten zo ongeveer uit Janny’s oren, hij laat zich totaal niet van zijn stuk brengen. Sterker nog: hij merkt het niet eens. Bij de advocaat? Van hetzelfde laken een pak. En als er wordt gebeld, vraagt de beller (of belster!) steevast naar de man des huizes. Ik ga me hier bijna belangrijk voelen. En wanneer je niet oppast ga je er nog in mee ook. Een goede vriend van ons, Nederlander en sinds enige jaren samenwonend met een Française, belde laatst. Janny nam op en na het uitwisselen van de gebruikelijke vriendelijkheden, vroeg hij naar mij. ‘Ha Erik, hebben jullie misschien nog een fles ketjap over?’ Wat Janny betreft kan hij zich hier voorlopig maar beter even niet vertonen.