Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Columns archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



De heerlijke koningin

Nectarines, meloenen, kersen, pruimen, abrikozen... allemaal sappig en rijp op het moment dat je ze koopt. Niet nodig om ze tot wasdom te laten komen in een bak overrijpe bananen, zoals met in Nederland gekocht fruit. Niets feestelijker dan een gedekte tafel in de tuin met als pronkstuk een schaal overladen met allerlei vruchten.
Eten wij expats die vrijwel altijd uit de hand of soms verwerkt in toetjes en taarten, de Fransen zijn veel inventiever met de jaarlijkse zomeroogst. Vrijwel iedereen heeft fruit- en notenbomen in de tuin. Van de groene, want onrijpe, walnoten wordt overheerlijke wijn gemaakt, van het valfruit eau de vie, een tachtig-procent(!)-drankje dat na het diner spaarzaam wordt gedronken, al dan niet gezoet met vloeibare suiker. Niet uit krenterigheid, dat spaarzame, maar omdat je na twee glaasjes al ladderzat bent. Officieel mag er in de campagne niet meer particulier worden gestookt maar ieder jaar krijgen we weer een paar flessen van aardige buren.
Tomaten (niets lekkerder dan die in de zon gestoofde, onbespoten vruchten) worden tot een coulis vermalen en in de vriezer of in weckpotten weggezet tot de wintermaanden. Groene onrijpe tomaten worden verwerkt tot zalige chutneys. Inmiddels krijgen ook steeds meer expats deze technieken onder de knie en kan het zomaar gebeuren dat bij een winters diner huisgemaakte wondertjes op tafel verschijnen. Mijn keukenvlijt strekt niet zo ver. Het lukt me niet eens een wijnvoorraad aan te leggen want zodra ik weer een lekker wijntje heb ontdekt en daarvan royaal insla, moet ook iedere gast meegenieten van mijn vondst zodat het wijnrek al snel weer treurige gaten vertoont. Nou ja, carpe diem.
Maar toch heb ik iets bijzonders. Er staat namelijk een mirabellenboom in de tuin. De mirabel is een in Nederland uitgestorven pruimensoort, een gele met een verleidelijke blos, zoet en stevig. Culinair schrijver Johannes van Dam schreef er onlangs een paginagrote lofzang op, bijna huilend dat die pruim haast nergens meer is te vinden. En toen hij hem tegenkwam, bij een oud vrouwtje met een kraam langs een Franse weg, heeft hij een kist gekocht en de hele treinreis naar Nederland mirabellen gegeten.
Zoals gezegd, in mijn tuin groeit de koningin van het fruit dus ook. In september zijn de blosjes goed en dan moet je snel oogsten want ook de vogels zijn dol op de pruimpjes. Met vrienden hebben we geplukt. De buit: zes volle emmers. Eerlijk verdeeld en tijdens het plukken al volop gesnoept van het onbespoten fruit.
Maar wat doe je met twee volle emmers pruimpjes? Mijn oog viel op de flessen eau de vie. Op een achterafplank stonden nog oude weckflessen, de pruimpjes in de fles, onder de eau de vie en een flinke laag suiker gezet en tot november laten stoven in de Franse zon. Als alle vruchten naar beneden zijn gezakt is de oogst rijp voor consumptie. Zomaar een glaasje of bij een bolletje roomijs, en alleen ’s avonds want je wordt wel erg doezelig van het nat.
Vorige week wandelde ik door het dorp en zag een inwoonster van 93 jaar een gat in haar tuin graven. ‘Ik ga een nieuwe pruimenboom planten,’ meldde ze opgewekt, ‘want de oude is doodgegaan. Ik zal wel niet meer meemaken dat hij vrucht gaat dragen, maar een tuin zonder mirabellenboom, dat kan niet.’ Ik was het roerend met haar eens. Dit jaar valt er niets te oogsten, want slechts een keer per twee jaar geeft het boompje vruchten. Dus de laatste twee weckflessen zijn weggezet, om ook dit jaar na het kerstdiner het lekkerste toetje van de wereld te kunnen serveren.