Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Columns archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



Het venijn zit in de staart

Daar zijn we niet blij mee, want de malariamug is het gevaarlijkste dier ter wereld. Van alle mensen die ooit hebben geleefd schijnt de helft aan malaria te zijn gestorven. Gelukkig kan de ziekte tegenwoordig effectief bestreden worden. Maar het is wel een teken aan de wand: vanuit Afrika is een invasie van exotische, lastige en soms zelfs gevaarlijke beestjes naar de Franse zuidkust onderweg.
Maar goed, voorlopig hebben we nog geen klagen. Terwijl er spinnensoorten zijn die met hun beet een mens in een paar uur doden, is er in Frankrijk slechts één spinnensoort die het ons lastig kan maken. Ze heet malmignatte, maar heeft terecht de bijnaam Veuve Noire – Zwarte Weduwe – omdat ze haar echtgenoot ogenblikkelijk na de paring met huid en haar verslindt. Het gif van deze feministe pur sang is sterker dan dat van een cobra, maar ze heeft er te weinig van om ons voorgoed te vloeren. Niettemin is het oppassen geblazen in de gebieden waar ze voorkomt: Corsica, de Midi en langs de Atlantische kust tot aan de Vendée.
Dit is ook het leefgebied van de vijf soorten schorpioenen die Frankrijk rijk is. De grootste ervan en meteen ook de meest geduchte is de scorpion languedocien. Zijn wetenschappelijke naam is Buthus occitanus. Occitanus slaat op zijn zuidelijke verspreidingsgebied, terwijl Buthus ontleend is aan het Grieks en ‘doder van runderen’ betekent. Dat is nogal overdreven. Een rund vellen krijgt het zandgele beestje niet voor elkaar, maar zijn steek brengt wel degelijk een felle pijn teweeg die uren kan aanhouden. Zorgen maken hoeft niet, voorzichtig zijn wel. Loop niet op blote voeten, steek je hand niet zomaar in een boomholte of een opening in de rotsen, kijk goed uit bij het optillen van stenen en inspecteer je schoenen of laarzen, want daar kruipen schorpioenen graag in. De meeste soorten zoeken namelijk kleine, donkere ruimtes op om de dag door te brengen. Na zonsondergang gaan ze op jacht, achterlijf omhoog, staart in de lucht. Met gespreide scharen onderzoeken ze de omgeving. Geen dier komt onopgemerkt in de buurt. De angel komt er aan te pas wanneer de scharen de klus niet kunnen klaren.
De scorpion languedocien heeft vrij kleine scharen en zal eerder een beroep doen op zijn angel dan bijvoorbeeld de scorpion noir die uitgerust is met een stel vervaarlijke knijpers. Hoe kleiner de scharen hoe giftiger de schorpioen, zo weet men in de Midi. Die scorpion noir is overigens de meest voorkomende. In bijna alle Zuid-Franse boerderijen, huizen en appartementen scharrelt hij wel rond, ook ’s winters. Daar is de autochtone bevolking best tevreden mee. Zonder schorpioenen is een huis immers niet pluis. In het volksgeloof is het dan une maison malsaine. Wellicht wordt dit gezegd omdat schorpioenen allerlei schadelijke en onnuttige insecten verorberen, zoals vliegen, kakkerlakken, spinnen, sprinkhanen en krekels. Misschien ook omdat de schorpioen sinds mensenheugenis wordt vereenzelvigd met de duivel en men hem graag in huis had omdat de vijand het best te verslaan is met zijn eigen wapens. Het kwade houd je met het kwade buiten de deur. Om die reden had men ook graag uilen en vleermuizen op zolder, want die spoken eveneens bij nacht en ontij rond.
Vreemd genoeg wordt iedere schorpioen die zich aan een Fransman durft te vertonen toch ogenblikkelijk vermorzeld. Dan blijken de diertjes uiterst taai. Ze zijn net zo sterk als de machines en pantserwagens waarop ze lijken en geven net zo moeilijk de geest. Ze behoren dan ook tot de oudste diersoorten op aarde en zijn van meet af aan zo succesvol dat ze qua uiterlijk nauwelijks veranderd zijn. Een perfect natuurlijk design. Zwaar geharnast staan ze hun mannetje, steekwapen bij de hand.
Ook van de steek van de scorpion noir wordt trouwens beweerd dat ze van het kaliber wespensteek is, maar in de praktijk blijkt ze – net als bij zijn gele neef – veel kwalijker uit te vallen en niet zelden moet men ermee naar het ziekenhuis.  Steken doet echter ook ‘de zwarte’ slechts wanneer hij in het nauw wordt gedreven. Hij bewaart het voor het laatst. Zoals een redenaar plotseling scherp en stekelig kan eindigen na een rustig en gemoedelijk betoog. ‘In cauda venenum’, zeiden de Romeinen. ‘Dans la queue le venin’, zeggen de Fransen. Het gif zit achterin de staart.