Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Columns archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



Monsieur Crayon

Het is zo’n typisch Frans dorpje. Ooit zijn de huizen er uit praktische overwegingen zo dicht mogelijk langs het karrenspoor gebouwd dat dit dorp met het volgende verbond. Dat pad is nu een van de belangrijkste departementale wegen, waarover dagelijks duizenden auto’s, vrachtwagens, tractoren en motoren voorbij stuiven. De inwoners doen er dan ook goed aan om niet al te enthousiast hun woning te verlaten, want slechts enkele decimeters scheiden de voordeuren van het voortrazende verkeer. Aan beide zijden van het dorp staan weliswaar borden waarop wordt gewaarschuwd voor snelheidscontroles, maar iedereen weet dat dit loze dreigementen zijn, want voor dat soort geavanceerde apparatuur heeft de gemeente helemaal geen geld. Voor minder geavanceerde apparatuur trouwens ook niet. Er is eigenlijk helemaal nergens geld voor en dat is te zien. Zo’n dorp.
Ook ik rijd er bijna dagelijks doorheen, op weg naar een stadje dat gedurende de rest van ons leven, én nog vele volgende generaties, vermoedelijk evenmin enige kans zal maken op een plek bij Les Plus Beaux Villages de France, maar dat wel beschikt over twee elkaar beconcurrerende supermarkten. Die trouwens wonderlijk genoeg van dezelfde winkelketen zijn. Maar over de raadselachtige overwegingen die tot dát besluit hebben geleid, wil ik het nu niet hebben. Dit stukje gaat over iemand die ik al ruim twintig jaar ken, al is kennen in dit verband misschien een iets te groot woord, want ik weet zelfs zijn voornaam niet eens. In mijn gedachten noem ik hem altijd Crayon, een naam die, zoals u zult merken, wel een beetje bij hem past.
Soms staat hij te liften in dat onooglijke dorpje waar ik dus vaak doorheen raas op weg naar een van de twee inmiddels uiterst chagrijnige filiaalhouders. En dan stop ik, tenminste wanneer de verkeerssituatie dat toelaat. Crayon is een groot hondenliefhebber, dus nadat hij mij een hand heeft gegeven, buigt hij zich over de voorstoelen naar de achterbank om onze Nouky uitgebreid aan te halen, waarbij hij allerlei onverstaanbare klanken uitstoot, waarvan ik alleen toutou kan thuisbrengen. Zoals alle autochtonen hier, bedient hij zich van een mengelmoes van Frans, Occitaans en het lokale patois, waarbij hij bovendien het ongemak heeft van een overmatige speekselproductie, vermoedelijk een bijwerking van door zijn huisarts voorgeschreven medicijnen. Want één blik op zijn verwilderde oogopslag, zijn grote, ongecoördineerde passen, zijn breeduit zwaaiende armen, waarbij alles zich in slow motion lijkt af te spelen, en het is meteen duidelijk dat zijn dokter qua medicatie, en ook wat de doses betreft, het zekere voor het onzekere heeft genomen.
Maar ik begrijp dus nagenoeg niks van wat hij zegt, zoals ik trouwens ook niet begrijp hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat Crayon nog tot zeer voor kort helemaal niet hoefde te liften, maar gewoon in zijn eigen aftandse Peugeootje naar winkels en café reed. Met zijn hoogbejaarde moeder naast hem op de passagiersstoel. Le-vens-ge-vaar-lijk! Dat wil zeggen, voor alle andere mensen die zich op dat tijdstip buiten bevonden. Kennelijk is dat de plaatselijke gendarmes uiteindelijk ook opgevallen, want plotseling stond hij dus te liften en ik begreep na enige tijd dat hij zoveel punten van zijn rijbewijs was kwijtgeraakt, dat hij opnieuw rijexamen moest doen. Een hopeloze missie, al leek dat besef nog niet helemaal tot hem doorgedrongen.
En dus rijdt hij nu iedere dag met anderen mee naar het stadje, waar hij met zijn grote stappen en zwaaiende armen van het ene café naar het andere banjert, onderwijl met zeer luide stem mensen groetend en naschreeuwend. Iedereen kent hem en niemand maakt zich druk en in de cafés schenken ze hem uitsluitend limonade, dus veel onheil valt er ook uit deze hoek niet te verwachten. En ziet hij mij, dan stevent ’ie direct mijn richting uit, waarbij hij al van verre en op vol volume vraagt hoe het gaat. Gevolgd door de onvermijdelijke hand, waarbij ik me in zijn geval toch steeds weer afvraag waar die hand even tevoren allemaal is geweest. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat ik me die vraag bij heel wat Fransen stilletjes stel.
Ach ja, Crayon en ik, of eigenlijk vooral Crayon en Mw. Poelie, we kennen elkaar al zo lang... Al vanaf de zomer van 1995, toen we hier voor het eerst neerstreken en Crayon bij wijze van eerste kennismaking midden op straat en midden op de dag niet zijn hand naar Mw. Poelie uitstak, maar zijn potlood ventte. Zoiets schept toch een band, vind je ook niet?

Erik Pouli (1953) bericht vanuit de Aveyron over het ware Franse leven. Hij was in Nederland onder meer werkzaam in de advocatuur en als docent aan de School voor Journalistiek in Utrecht.