Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Columns archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



Rouen

Dat vond ook Emma Bovary, toen ze haar geliefde Léon in de kathedraal ontmoette. En Claude Monet toen hij zo’n dertig keer diezelfde kathedraal vereeuwigde. En Simone de Beauvoir en Jean Paul Sartre tijdens hun heftige rendez-vous in Café Metropole. En dan was er nog die arme Jeanne, die vanaf het marktplein brandend ten hemel voer en nu door alle Rouennais hartstochtelijk wordt aanbeden. We volgen hun sporen in Normandië’s historische hoofdstad.

Ook Victor Hugo heeft Rouen lief­gehad, getuige de eerste regels van zijn beroemde gedicht Les feuilles d’Automne, die – vrij vertaald – luiden: 

‘Vriend, dit is Rouen, de stad van oude straten, oude torens, ruines van verdwenen volken. Stad van honderd klokkentorens met hun ijle carillons. Rouen van herenhuizen, kerken en bastilles van scherpe torenspitsen die de mist uit zee doorklieven.’ [...]

Van die honderd klokkentorens zullen er in de twee verwoestende oorlogen zeker een paar gesneuveld zijn, maar nog altijd zijn de talloze torenspitsen karakteristiek voor het profiel van Rouen. Met ruim 151 meter torent de spits van de kathedraal er ruimschoots bovenuit. Notre-Dame werd zij gedoopt, deze trots van het middeleeuwse Rouen, symbool van rijkdom en onwrikbaar geloof, en laatste rustplaats van de hertogen van Normandië, onder wie Richard Leeuwenhart. Het toonbeeld van vier eeuwen wonderbaarlijk bouwmeesterschap rust op de fundamenten van een Romaanse basiliek, overleefde stormen en bombardementen en inspireerde Gustave Flaubert tot de volgende regels in zijn roman Madame Bovary:

[...] In de volle wijwaterbakken spiegelde het schip met de onderkant van de spitsbogen en een deel van de kerkramen. De weerschijn van de brandschilderingen brak op de rand van het marmer en zette zich daarna als een bont tapijt over de plavuizen voort. Door de drie open portalen viel het daglicht, schel en breeduit, in drie bundels naar binnen. [...]

En tussen al die gotische pracht en praal de naïeve wensbriefjes van de gelovigen: ‘Lieve Heer, ik vraag u om alsjeblieft goed te zorgen voor mijn familie, mijn vrienden en voor alle mensen van wie ik houd. Dank u Lieve Heer.’ Hopelijk zal onze Lieve Heer zich barmhartiger tonen dan zes eeuwen geleden, toen Jeanne haar vurige smeekbeden in rook zag opgaan.

De Impressonisten
In Le Havre schilderde Claude Monet in 1872 zijn beroemde Impression, soleil levant en gaf daarmee de aanzet tot een nieuwe beweging in de schilderkunst, het impressionisme. Rouen zou voor deze nieuwlichters een belangrijke inspiratiebron vormen. Pissarro, Gauguin, Turner, Sisley en Lebourg zetten er hun schildersezels op, Monet schilderde er de haven, de zeilschepen op de Seine en de nieuwe arbeiders­wijken. Pas twintig jaar later waagde hij zich aan de kathedraal, waarvan hij vanuit verschillende standpunten en in telkens ander licht zo’n dertig schilderijen maakte. Daardoor werd de Notre-Dame van Rouen wereldberoemd. Zo beroemd dat verdwaalde Japanners de weg vragen naar ‘de kathedraal van Monet’. In het uit 1870 daterende Museé des Beaux-Arts, dat kunstwerken herbergt van de 15de eeuw tot heden, zijn deze schilders royaal vertegenwoordigd. Met werk van grootheden als Degas, Renoir, Pissarro, ­Caillebotte, Dufy en Monet, vormt de collectie impressionisten de belangrijkste trekpleister van dit imposante museum.

Emma en Léon
Na een langdurig bezoek aan de kathedraal wordt Madame Bovary door de hevig verliefde Léon een rijtuig in geduwd. Wat zich daarbinnen achter de gesloten gordijntjes van het dwars door de stad hotsende en botsende koetsje heeft afgespeeld, wordt door Flaubert niet nader beschreven, maar het laat zich raden. De gelieven zullen uitsluitend oog voor elkaar hebben gehad, zeker niet voor de schoonheden van Rouen. Zoals Le Gros-Horloge, ‘s werelds oudste mechanische uurwerk in het gelijknamige winkelstraatje, waar Emma Bovary haar kostbare kleding bestelde. Evenmin voor dat andere bouwkunstige wonder, de Saint-Maclou, een kerk uit 1437 die wordt beschouwd als een van de belangrijkste voorbeelden van ‘flamboyante’ gotiek. La maison qui penche (‘Het hellende huis’) was er toen al, op het idyllische, door vakwerkhuizen omsloten pleintje voor de kerk. Acht jaar geleden, na het vertrek van haar kinderen en de dood van haar man, besloot Arlette Cotel drie royale kamers te bestemmen voor gasten. Charmantere chambres d’hôtes heb ik zelden gezien.
Ook aan het Aitre Saint-Maclou zal het rijtuig voorbij zijn gesneld. Deze middeleeuwse necropool werd aangelegd in 1348,  toen de grote pestepidemie duizenden slachtoffers eiste. De begraafplaats bij de kerk was te klein, dus kregen zij een massagraf in het toen nog vrije veld. De drie galerijen die de binnenplaats omsluiten, werden tweehonderd jaar later gebouwd om als ossuarium te dienen. In het fraaie complex is nu de École des Beaux Arts gehuisvest, maar herinneringen aan de oorspronkelijke functie zijn nog op de houten gevels te zien.
Voort stoof het rijtuig, langs de Rue Eau de Robec, waar Madame Bovary later voor haar schoolgaande zoon Charles een kamer zou huren. Ignoble Petite Venise noemde zij dit straatje waar het riviertje de Robec doorheen stroomde, het aantrekkelijke straatje met de hoge huizen en hun droogzolders, daterend uit de tijd dat Rouen nog een bloeiend centrum van de lakenindustrie was.
[...] Tegen zessen kwam het rijtuig tot stilstand in een steegje van Beauvoisine, en er stapte een vrouw uit, die met haar voile voor haar gezicht wegliep, zonder om te zien. [...]

Madame Bovary mag zo langzamerhand wel tot Frankrijks nationaal erfgoed worden gerekend. Haar schepper, Gustave Flaubert, is dan ook een van Rouens beroemdste burgers. Behalve een avenue is ook de nieuwste brug over de Seine (2007) naar hem genoemd, en zijn geboortehuis, waar zijn vader als chirurg werkzaam was, is gepromoveerd tot Musée Flaubert et d’Histoire de la Médecine.

Lees verder over Rouen, ook voor tips en adressen, in Leven in Frankrijk nr. 4, najaar 2011.

tekst Henriette Klautz - fotografie Eddy Posthuma de Boer