Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Columns archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



Vrij

Ons bedrijfje is definitief gesloten, het huis verkocht en onze bezittingen voor onbepaalde tijd naar de opslag gebracht. Lucinda kreeg de bananenplanten en de mooiste rozenstruiken en mijn auto mag de komende maanden in de garage van Jean-Luc staan. We kampeerden de afgelopen dagen, zoals we aan het begin van ons verblijf in La Chapelle kampeerden: luchtmatras, een enkele stoel, een plank op schragen als tafel. Nu de kamers leeg zijn en de voorjaarszon hel naar binnen schijnt is het alsof het huis haar oorspronkelijke staat heeft teruggevonden. Zonder al mijn bibelots en meubels en schilderijen wordt het wederom de met planten en bomen overwoekerde ‘grot’ aan de rand van de Gardon waar we een paar jaar geleden verliefd op werden. Het heeft iets wreeds en troostends tegelijk en terwijl ik nog een laatste kast controleer en een vergeten gordijn in een tas doe, kan ik het niet laten steeds voor een van de ramen halt te houden om naar de glinsterende rivier te kijken. Er klinken steeds meer stemmen boven op het terras, onze hond blaft ter begroeting van iedere nieuwkomer die het belletje aan het hek doet klingelen.
Où est la patronne?’, vraagt Michel.
Chérie?’, roept François.
Michel komt met zijn zware stappen de trap afgestommeld.
Alors, wat sta je daar nou in je eentje te mokken?’, bromt hij.
Ik krijg drie zoenen en een flinke klap op mijn schouder. ‘Tu n’es pas triste, hein patronne? Je moet niet huilen, hoor. Anders ga ik straks ook nog janken…’ Hij duwt me goedmoedig voor zich uit de trap op en pakt de tas met het vergeten gordijn. ‘Allez, il faut continuer dans la vie. Opnieuw beginnen. En jullie vinden vast een nog veel mooier huis in Bourgondië. Volgende winter kom ik bij jullie jagen. Everzwijnen, hazen, reeën, patrijzen, fazanten’, somt hij verlekkerd op.
‘Beloofd?’, vraag ik hem voordat we de deur naar het terras uitlopen.
Promis, ma petite patronne!’, glimlacht hij met de onweerstaanbare charme van een liegende zuiderling. ‘C’est promis!
‘Enricke,’ wordt er in koor geroepen wanneer ik ten slotte verschijn. François en ik worden op de schouder geklopt en gezoend. Ik ben verbaasd dat zo veel van onze vrienden uit het dorp zijn gekomen; de laatste maanden leek het erop dat iedereen ons meed en ik verzuchtte meer dan eens dat ‘mensen alleen je vrienden zijn wanneer het goed gaat, maar je niet meer kennen wanneer je problemen hebt.’ (Wat niet waar was want onze overburen Thierry en Marina verstopten de helft van onze huisraad toen we bezoek van een deurwaarder verwachtten; Patricia, de kruidenier, had me de afgelopen maanden steeds vaker iets extra’s toegestopt wanneer ik boodschappen bij haar deed en Lucinda nodigde ons drie keer per week uit voor het eten).
Het waren voornamelijk de jagers die zich geen houding wisten te geven wanneer we ze vertelden dat de zaken niet van de grond wilden komen en dat als het zo doorging we genoodzaakt waren het huis te verkopen. Een enkel 'pardi' of, bij de ruigere types, ‘putain’ of ‘con’, was de reactie en vanaf dat moment werden we alleen nog maar vanuit de verte begroet.
Maar vandaag geen spoor van verlegenheid of gêne; het opheffen van ons bedrijf is een feit en ons vertrek is ophanden. Iedereen is weer als vanouds en we worden overladen met vragen. Hoe is die deurwaarder uit Uzès, wil Hyppolyte weten. Hebben we een regeling met hem kunnen treffen? Wie zijn de nieuwe bewoners van ons huis, vraagt Jöel. Floran heeft gehoord dat er wolven zijn in Bourgondië. Is dat zo?
‘Maar waarom in godsnaam Bourgondië?’, vraagt de oud-kolonel Jean-Luc opeens boven de anderen uit. Even is het stil en dan begint iedereen te lachen. Ja, waarom Bougondië? Dat is ten noorden van Valence, dat is praktisch de Noordpool! Het sneeuwt er tien maanden per jaar en de rest van de tijd regent het. Normale mensen gaan niet naar het Noorden.
Ik zie dat François aarzelt. Al die vragen lijken te suggereren dat we of gek zijn of verraders. Hij kan onmogelijk zeggen dat we van Bourgondië houden, dat het landschap er poëtisch is, dat we na een aantal jaren in het Zuiden de bossen missen en zin hebben in een echt huis met hoge plafonds en open haarden en dat ik droom van een tuin waarin de hele zomer bloemen bloeien. ‘Eh bien, c’est simple’, antwoordt hij dan. ‘In Bourgondië is het leven heel goedkoop. Het is er zo afgelegen, dat niemand er wil wonen en de huizen kosten er veel minder.’ Economische noodzaak.
Putain’, sist Hyppolite tussen zijn tanden.
Pardi, c’est comme ça’, verzucht Michel.
Wanneer we later over de A9 richting Lyon rijden, onze auto volgeladen en de hond bij mij op schoot, kijk ik zwijgend naar de kale Mont Ventoux in de verte. De lucht is staalblauw, de mistral raast door het Rhône-dal en doet de toppen van de cipressen in de velden vervaarlijk zwiepen. François let geconcentreerd op het vrachtwagenverkeer voor ons en ik denk dat hij me niet hoort wanneer ik zachtjes vraag: ‘Et maintenant?’ Maar hij kijkt met een glimlach opzij en antwoordt met een van de weinige Nederlandse woorden die hij kent. ‘Vrij’, roept hij vrolijk uit en legt zijn hand op de mijne. Vrij!

Als een godin in Frankrijk, de nieuwe verhalenbundel van Hendrickje Spoor over Frankrijk, is verschenen bij Uitgeverij Prometheus. ISBN 90-446-0464-3. Prijs €15.