Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Magazine archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



Bestel hier >>
Jaargang: 2014 Nummer: 5

Leven in Frankrijk, najaar 2014

DEZE EDITIE:
De schatten van Normandiƫ
De smaken van Lille
Nederlands wijngeluk in de Loire
Rondje om de kerk

De schatten van Normandiƫ

Normandië heeft eindeloos veel te bieden. Wij bezochten de departementen Calvados, Manche en Orne en ontdekten het gevarieerde landschap en de gastronomische schatten van Basse Normandie.

De krekels tjirpen en de vogels fluiten. De lentetemperatuur is aangenaam, een zachte bries steekt op en de wolken laten steeds meer zonnestralen door. We fietsen door het zuiden van Manche, het departement in het zuidwesten van Normandië, dat met zijn uitgestrekte weiden met grazende koeien bijna Hollands aandoet. Maar plotseling, na een bocht, doemt daar het silhouet van Mont Saint-Michel op. Het beeld van het middeleeuwse bergdorp, half verstopt in de opkomende nevel, doet me mijn beginnende zadelpijn even vergeten. Na een korte stop hervatten we onze reis, en nadat we nog een aantal dorpjes (en koeien) zijn gepasseerd, naderen we de abdij die rond 700 werd gesticht door de heilige Aubert van Avranches.
We zetten onze fietsen aan de kant en worden met een pendelbus naar het eiland gebracht. De ‘Mont’, ook wel ‘het wonder van het westen’ genoemd, is samen met de baai waarin deze ligt, in 1979 door Unesco benoemd tot Werelderfgoed en blijft, ondanks het hoge toeristische gehalte, een indrukwekkend verschijnsel.
‘Hij is toch écht van ons!’, schatert onze gids, terwijl hij ons lachend tegemoet komt. Een verwijzing naar de eeuwige strijd tussen Normandië en Bretagne die allebei beweren eigenaar te zijn van het dorp. Doordat de Mont Saint-Michel precies in een inham tussen de twee regio’s ligt, willen ze beide maar wat graag dat deze nationale trots tot hun regio behoort. Maar vooralsnog valt de strijd altijd uit in het voordeel van Normandië. Met een lunchpakket op zak – hoewel je overal in het dorp ook de omeletten van de beroemde Mère Poulard kunt krijgen – wandelen we de steile weg omhoog naar de abdij, zoals vele pelgrims ons eeuwenlang voorgingen. Eenmaal daar aangekomen bewonderen we de vroeg-gotische architectuur van het klooster en genieten we van het weidse uitzicht over de zandbanken.
Momenteel zijn ze bezig het gebied rondom de Mont Saint-Michel te herstellen in zijn oorspronkelijke staat. Het eiland was gedurende de vloed volledig afgezonderd van het vasteland en het dorp was alleen gedurende laagtij te voet bereikbaar. Nu zal de bestaande verbinding met het vasteland blijven, maar kan er uitsluitend daar geparkeerd worden en niet meer op het eiland zelf. Via de voetgangersbrug of met de gratis pendelbussen is het dorp vervolgens te bereiken. Begin 2015 zullen de werkzaamheden zijn afgerond.

Le trou Normand
Van een bezoek aan Normandië kun je niet optimaal genieten zonder je te goed te doen aan alle heerlijk-heden die de streek voortbrengt. Zoals calvados. Het appeldestillaat is in Nederland niet zo populair, maar in Frankrijk drinkt men het graag, als aperitief of traditioneel als trou Normand: tussen de verschillende gangen door neemt men een glas calvados, om zo een gat (trou) in de maag te branden dat weer gevuld kan worden met nog meer lekkers. Alleen calvados die onder gecontroleerd toezicht in de Calvados is gemaakt, krijgt het predicaat ‘Calvados Pays d’Auge’.
Wij drinken ons glaasje als aperitief op het oude marktplein in Beuvron-en-Auge – een van ‘Les Plus Beaux Villages de France’ – dat wordt omgeven door typisch Franse vakwerkhuizen waarin zich diverse brocante-, kant- en delicatessenwinkels bevinden. Nadat wij na het hoofdgerecht de verschillende soorten camembert uit de streek hebben geproefd, sluiten wij de maaltijd af met tergoule, een authentiek, lokaal dessert. Tergoule wordt gemaakt van rijst, melk en kaneel en doet denken aan een smeuïge rijst­pudding. Ietwat zwaar op de maag – misschien had ik me toch moeten wagen aan die trou Normand – maar niettemin goed van smaak. Een beetje rozig lopen we terug naar onze chambres d’hôtes, in een oude boerderij vlakbij het centrum, waar het goed toeven is. Sowieso zijn er in en om Beuvron veel mooie chambres d’hôtes en gîtes te vinden, in oude vakwerkhuizen of in boerderijen op het land, midden tussen de appelbomen.
Wie geen genoeg kan krijgen van het fietsen, kan vanaf Beuvron de ciderroute volgen. La Route du Cidre neemt je mee door het groene achterland van de Calvados, langs achttien lokale producenten waar je precies kunt zien hoe cider, pommeau (iets tussen cider en calvados in) en calvados gemaakt worden en waar uiteraard altijd even geproefd wordt.
Onze reis gaat verder naar Bayeux, in het noorden van Normandië. De stad is een van de weinige plekken in de Calvados die bij de bombardementen van de Tweede Wereldoorlog gespaard is gebleven. Bayeux is vooral bekend om ‘La tapisserie de Bayeux’, een geborduurd wandtapijt van zeventig meter lang dat de Slag bij Hastings, in 1066, onder leiding van Willem de Veroveraar afbeeldt.
We beginnen met een rondje ‘vieux Bayeux’: charmante oude straatjes, hemelsblauwe deuren, en op elke hoek wordt door de plaatselijke bevolking even de dag doorgenomen. Het is woensdag en dat betekent: markt! In de Rue Saint Jean liggen de tafelkleden, kazen, groenten en wijnen mooi uitgestald. Na het nodige te hebben ingeslagen voor het thuisfront duiken wij een bistro in voor een typisch Normandische stoofpot met een goed glas wijn. Voldaan buiken wij daarna uit in de Jardin Public, een botanische stadstuin en trotse bezitter van een hêtre pleureur (treurbeuk) die in 2001 werd uitgeroepen tot meest bijzondere boom van Frankrijk.
Vanuit Bayeux zijn er fietstochten te maken langs de landingsstranden van D-Day. Neem bijvoorbeeld de noordelijke Route de Port-en-Bessin naar, jawel, Port-en-Bessin. Het kleine vissersstadje ligt vlakbij Omaha Beach, een van de vijf stranden waar de geallieerden op 6 juni 1944 aan land gingen (en waar de Amerikaanse troepen grote verliezen leden, vandaar de bijnaam ‘Bloody Omaha’). In Port-en-Bessin lopen we naar zee en laten we de zilte lucht op ons inwerken. Kijkend over het water, met op de achtergrond het gezellige geroezemoes van de vele cafés en restaurants, is het moeilijk voor te stellen wat hier zeventig jaar geleden is gebeurd. Terug in de haven zien we de jonge vissers hard aan het werk om hun netten klaar te maken voor de volgende vaart. En terwijl ouders zich de oesters, mosselen en ander vers uit de zee goed laten smaken, zoeken de kleintjes schelpen op het strand.

Tekst Maud de Mol van Otterloo

Lees verder over Normandië, ook voor tips en adressen, in Leven in Frankrijk nr. 5, najaar 2014