Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Magazine archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



Bestel hier >>
Jaargang: 2010 Nummer: 4

Leven in Frankrijk, najaar 2010

DEZE EDITIE:
Maman
Château de Préty
Bretagne op z'n best
Marseille, de zingende stad

Maman

Toen we hier kwamen wonen, werden we verwelkomd door een soort gillende oude heks die eiste dat we voor de ondoordringbare heg ook nog eens gaas zouden plaatsen, want haar nicht kwam eens per maand met haar poedeltje en poedeltje mocht niet weglopen. Op de vraag hoe dat dan voor onze komst ging, werd het ­geschreeuw alleen maar erger.
Maar goed, buren in Frankrijk zijn door de grotere afstand toch iets heel anders dan in Nederland dus ik lag niet echt wakker van  het hysterische oudje. Tot haar zoon terugkeerde uit een Afrikaans land waar hij had gewerkt. Bij ons luchtte hij zijn hart over de terreur van maman. We hoorden zijn gefluisterde – stel dat Heks achter de haag stond – verhalen over haar schrikbewind. Nota bene, hij was zestig toen hij terugkwam, maar had nog altijd niks in te brengen. Maman verbande hem naar het souterrain en in haar vertrekken op de hogere verdiepingen was ‘het kind’ niet welkom. Verder liep ze hem de hele dag te commanderen. Hij knipte, snoeide, maaide, oogstte, boende en poetste en kookte ook nog. Maar het was nooit goed. Als je langs hun huis liep, kon je de scheldkanonnades met haar schelle stem goed horen.
Kind moet dan ook dolgelukkig zijn geweest toen Heks naar een verzorgingstehuis verhuisde, na een lelijke val van een trap. ‘Hij verhuist nu wel naar boven’, voorspelde ik. Maar maman had een streng verbod uitgevaardigd vanaf haar ziekbed op veertig kilometer afstand en zoon bleef dus in het souterrain. Maman ging dood, zoon terug naar Afrika en, jawel, de oudste zoon van onze bakker kocht het huis. De bakker is met pensioen, maar zijn vrouw niet. Die onderhoudt een enorme moestuin en een even enorm huis. De hele dag in de weer, zeg maar. 
Toen de bakkerszoon, ontzettend aardige vent trouwens, zich kwam voorstellen als onze nieuwe buur, vroeg ik hem of het wel handig was om hier te wonen terwijl hij in Toulouse, toch zo’n tachtig kilometer verderop, werkt. Hij mompelde iets over familiebanden en vrienden. Het huis werd opgeleverd, zoon ging in Toulouse aan het werk en maman ging aan de slag. Ze heeft het hele huis (een kast!) geboend en de tuin in oude glorie hersteld. Weken is ze druk geweest het bedje van haar 35-jarige kind te spreiden.
Toen alles spic en span was, gaf onze nieuwe buur een inwijdingsborrel voor het halve dorp. Maman had dagen in de keuken gestaan. Bladen vol met de heerlijkste hapjes. Ze bediende, ruimde af, kortom: ze liep zich de benen uit haar lijf. En toen de ijsklontjes voor de pastis op waren sprong ze op de fiets om bij de plaatselijke herberg een lading nieuwe te halen. Let wel: er zaten zeker tien mannelijke familieleden aan tafel. Maar die speelden blijf-zitten-waar-je-zit.
De drank vloeide rijkelijk en de openhartigheid nam navenant toe. Toen ik onze buur complimenteerde met zo’n moeder, erkende hij het ruiterlijk: hij had het huis in het dorp gekocht omdat het toch wel handig was zo’n moeder bij de hand te hebben naast zijn drukke baan. Ze doet zijn was, ze strijkt, ze kookt zijn maaltijden en ze houdt het huis en de tuin liefdevol bij.
Ik dacht nog even terug aan die eerste buur. Allebei kind van een nadrukkelijk aanwezige moeder, maar buur twee heeft het stukken beter geregeld. Een vijfsterrenbehandeling. Maar ik begin me wel af te vragen: vindt die man ooit een vriendin? En als hij er één aan de haak slaat, rent ze dan niet gillend weg als ze in de gaten krijgt voor wat voor verwend type ze is gevallen? Of zouden er ook onder zijn generatiegenoten nog zulke serviele Françaises bestaan? Ik ben benieuwd.