Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Magazine archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



Bestel hier >>
Jaargang: 2011 Nummer: 4

Leven in Frankrijk, najaar 2011

DEZE EDITIE:
Van kunstenaar tot kasteelheer
Rouen
De Franse liefde van Ivo Niehe

Van kunstenaar tot kasteelheer

Aan de voet van de Montagne Noire, in Zuidwest-Frankrijk, ligt het prachtig gerestaureerde Château d’Aiguefonde van beeldend kunstenaar Paul de Vilder. Hij toverde het kasteel om tot een exclusief en intiem viersterrenhotel waar de gasten terugkomen voor de culinaire hoogstandjes van de kasteelheer.

'Ils sont fous, ces Romains.’ Althans in de ogen van Obelix, en in de vertaling ‘Rare jongens, die Romeinen’ is het zo’n beetje een staande uitdrukking geworden in de ­getekende avonturenreeks over onze Gallische helden. En misschien waren ze ook wel een beetje raar, wie zal het zeggen, maar de Romeinen die aan het begin van onze christelijke jaartelling een uitkijkpost vestigden op de plaats die we nu kennen als Aiguefonde, in het zuiden van het departement de Tarn, waren allesbehalve fous.
Vanwege de talloze natuurlijke bronnen noemden ze de plek Aqua Fonda. Aan de zuidkant beschermd door de Montagne Noire en met een onbeperkt uitzicht in alle andere windrichtingen over de vallei van de rivier de Thoré, was dit strategisch gezien de perfecte plek voor het vestigen van een uitkijkpost. De bronnen zijn er nog steeds, net als het adembenemende uitzicht over de vallei en op wat ooit de funderingen van de uitkijkpost waren, staat nu in al zijn glorie het volledig gerestaureerde Château d’Aiguefonde, met zijn ­klassieke tuinen en fonteinen.
Nu gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat ik een klein beetje opzag tegen mijn verblijf op het kasteel. De prachtige foto’s die mij vooraf waren toegezonden en waarvan een aantal deze reportage siert, wekten de ­indruk dat ik in een volstrekt andere wereld terecht zou komen, een wereld die niet echt de mijne is; Le Beau Monde, oude chic en oud geld, behulpzame, maar gereserveerde en afkeurend kijkende obers. Maar dit blijkt een ernstige vergissing of, om het maar een beetje in passende Franse stijl uit te drukken: Un éléphant ça trompe énormément. Vanaf de eerste seconde treft me de bijzondere sfeer die op en rond het kasteel heerst en die zich nog het best laat omschrijven als gastvrij, warm, hartelijk, gemoedelijk. Ook luxe, zeker, maar een vanzelfsprekende, die ­volkomen past bij de uitzonderlijke ambiance en ­geschiedenis van het chateau.

Kunstenaar
Het was een coup de foudre, zegt Paul de Vilder (1941) over zijn aankoop. Paul, een lange, slanke man, die in zijn hele doen en laten de indruk wekt dat de tand des tijds geen enkele vat op hem heeft gekregen, heeft na de hotelschool carrière gemaakt in het internationale hotelwezen. Maar dit zag hij zich niet zijn hele leven doen, want diep in zijn hart was en bleef hij beeldend kunstenaar. Dus gooide hij het roer om en schreef zich in bij de Rijksacademie om later naam te maken als schilder, kunstkenner en -verzamelaar.
We zitten aan de rand van het zwembad en vanaf die plek hebben de gasten een schitterend uitzicht over de achter het kasteel gelegen Engelse tuin, met de in het oog springende Rivière Russe, vier opeenvolgende en aflopende bassins met hoog opspuitende fonteinen, indertijd, in de18de eeuw, geïnspireerd op de beroemde waterwerken van het paleizencomplex Petershof nabij St. Petersburg. Paul praat met veel kennis van zaken over dit gigantische renovatieproject dat in 1990 begon. Minstens zo opvallend is het enthousiasme waarmee hij de geschiedenis van het kasteel en de ­opeenvolgende bewoners de revue laat passeren. En degenen om wie het uiteindelijk allemaal draait: zijn geliefde gasten. Waarvan ik er op dat moment overigens maar één ontwaar, Leontine, een goede vriendin van Paul, die nagenoeg vanaf dag één op gezette tijden heeft meegeholpen aan de restauratie en met enige ­regelmaat langs komt.
‘De andere gasten zijn eropuit’, zegt Paul. ‘Sommigen zijn aan het golfen in Mazamet, we hebben hier heel veel golfliefhebbers, anderen zijn naar Lautrec of Albi, of naar het Goya-museum in Castres. En aan het eind van de middag komt iedereen hier weer binnenvallen en dan gaan ze wat zwemmen of ze nemen een drankje bij het zwembad of in de salon.’

Groot gezin
Het hotel heeft acht uiterst comfortabele kamers, ­allemaal en suite, en een gîte, dus bij een volledige ­bezetting zijn er maximaal achttien gasten aanwezig. Een aantal dat weliswaar te overzien is, maar zoals ik later zelf zal ervaren: de gasten worden volledig in de watten gelegd. En behalve met de eigenaar, heb ik slechts kennis gemaakt met twee vaste medewerkers, Carolien en Darió en ’s avonds, tijdens het diner, met een extra hulp, Cathérine. Dan is een van de anderen vrij.
‘Gedrieën vormen we de pijlers van dit hotel’, zegt Paul. ‘De taken zijn strak verdeeld en het is voor ieder van ons hard werken, maar het kan. Bovendien draagt zo’n klein aantal bij aan de sfeer van vertrouwdheid in het hotel; samen met de gasten vormen we eventjes een soort groot gezin. Meer mensen zouden denk ik juist afbreuk doen aan de bijzondere sfeer die we hier proberen te creëren.’ Maar eerst even terug naar het moment waarop bij Paul de bliksem insloeg.

Lees verder over Château d'Aiguefonde in Leven in Frankrijk nr. 4, najaar 2011.

tekst Erik Pouli - fotografie Herbert Ypma en Erik Pouli