Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Magazine archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



Bestel hier >>
Jaargang: 2016 Nummer: 3

Leven in Frankrijk, special Zuid-Frankrijk 2016

DEZE EDITIE:
La Bravade de Saint-Tropez
Route Nationale 7: langzaam naar het zuiden
Rivièra Délices

La Bravade de Saint-Tropez

In het mondaine Saint-Tropez, waar het gewone Franse leven lijkt te zijn verdrongen, laten de originele Tropéziens zich hun tradities niet zomaar ontnemen. Al 458 jaar wordt hier de Bravade gevierd, een dorpsfeest dat begon met een onthoofde heilige en een dappere bevolking die zich weerde tegen piraten.

Op de vroege zondagochtend heb ik met veel moeite een parkeerplekje gevonden bij het aan zee gelegen kerkhof van Saint Tropez. Net als ik me wil haasten naar de kerk waar een bijzonder ritueel zal plaatsvinden, hoor ik een vrolijke ­damesstem die mij roept. Ik draai me om en zie een vrouw met twee kinderen, een jongen en meisje, alle drie in traditionele kleding en duidelijk op weg naar de festiviteiten van de Bravade.
‘Monsieur le Hollandais…’
Ik herken de vrouw in de klederdracht in eerste instantie niet en loop terug om haar een hand te geven. Op haar gekrulde haren zit een wit kanten mutsje zoals een eeuw geleden dames in Nederlandse vissersdorpen ook veel droegen. Haar zachtgele bloes is bedrukt met zwierige bloemetjes en takjes en haar grote halsdoek is zo wit dat het pijn doet aan mijn ogen op deze warme dag. Een groot roodbruin schort maakt de dracht ­compleet. Samen met haar dochtertje, die een donkerder geel jurkje draagt, houdt ze een rieten mandje vast met rozenblaadjes. Het zoontje is ­gekleed in het roodblauwe kostuum met witte broek waarin de volwassen tamboers ook lopen. Op zijn hoofd een zwarte pet met rode veer.
Ik zie wel iets bekends, maar zoals dat vaak gaat als je de slager in zijn nette pak in de lobby van het Concertgebouw of in een andere setting dan achter zijn toonbank tegenkomt, kost het moeite hem te herkennen.
Ze ziet mijn ogen die proberen te raden wie zij is en helpt me: ‘De la Tarte Tropézienne...’ ‘Pauline…!’

Zee van bloemen
Vanaf 1996, toen we in Saint-Tropez de eerste ­opnamen maakten voor het programma Villa ­Felderhof, kochten we voor feestelijke gelegen­heden bij haar die beroemde taartjes, ooit bedacht door een Poolse bakker die in dit havenstadje was beland, en een grote favoriet van Brigitte Bardot. Een soort chic puddingbroodje in taartvorm.
Haar man Philippe was ober op een van de ­terrassen aan de haven en hem hadden we in de jaren dat we het programma maakten ook redelijk goed leren kennen. Ze vertelt dat hij nu in de kerk is. Hij is een van de tamboers. Als ik er ook bij wil zijn moet ik me haasten, want de kerk is zo vol.
Als ik kom aangerend zie ik al uit de verte dat het moeilijk binnenkomen zal worden. Tientallen ­verklede Tropéziens staan op de trap van de L’église Notre-Dame-de-l’Assomption, het beeldbepalende kerkje met zijn klokkentoren van oker en terracotta. Op het plein naast de kerk staan tientallen traditioneel verklede dames met hun kinderen. Bij velen wordt nog de laatste hand ­gelegd aan het perfectioneren van de kleding, een los zittend knoopje wordt met het meegebrachte naaigerei weer aangezet, een hemdje recht­getrokken en haren worden onder de mutsjes ­gestoken. En allemaal hebben ze een rieten mandje met mooie kleurige bloemetjes.
Bij de matrozen zitten nu ook rozetten op de loop van hun geweer. Vandaag is het zondag, dag twee van de Bravade. Op zaterdag wordt het stadje overspoeld, met letterlijk oorverdovend lawaai, maar nu is het vredig met een zee van bloemen op de opgestoken bajonetten van de musketiers.
Na enig gewurm is het me gelukt achter in de kerk te komen waar de mis net is begonnen, ter ere van de heilige Torpès. De bisschop van Fréjus-Toulon, monseigneur Rey, is zelfs uit zijn paleis naar hier gekomen om de pastoor te onder­steunen. De Bravade is ook niet niks: een traditie van 458 jaar alweer.

Oorverdovende knallen
In het eerste jaar dat we opnamen maakten in deze contreien (1996 dus) maakten we er ­onverwacht kennis mee. Op een van de zeldzame avonden dat we het terrein van de villa verlieten om te eten in een van de kleine restaurantjes in een smal straatje achter de haven, hoorden we plotseling enorme schoten, die ons zeer ­ongerust maakten. En klonken harde knallen, alsof er tientallen bommen ontploften. Het vreemde was dat het personeel en de andere gasten heel rustig bleven, terwijl wij dachten dat de Derde Wereldoorlog was uitgebroken.
‘C’est la Bravade!’ Met deze woorden trachtte het personeel van La Grange, ons favoriete eethuisje, ons gerust te stellen. De schoten werden op een gegeven moment begeleid door trom­geroffel en vrolijk gefluit, wat ons meer op ons gemak stelde, omdat we vermoedden dat een volgend wereldgevecht niet begeleid zou worden door een tamboer- en pijperkorps.
Na het eten zochten we snel via de wirwar van straatjes naar de oorsprong van het angstaan­jagende geknal en kwamen op het besloten plein voor het hôtel de ville uit. De explosies van de donderbussen waren zo hard dat we onze oren met onze handen moesten ­beschermen. We zagen dat iedereen – omstanders, mariniers, de leden van het tamboer- en pijperkorps en hoogwaardigheidsbekleders op de stoep van het stadhuis – de oren met pluggen had dichtgestopt.
De musketiers schoten met hun donderbussen op het plaveisel en de mariniers met hun ­geweren in de lucht. De vlammen schoten uit de lopen de nachtelijke hemel in.

Kopje kleiner
Waar moeten we de oorsprong van de Bravade, een mengeling van profane en religieuze ­rituelen, zoeken? Volgens de legende dankt Saint-Tropez de naam aan Torpès, een groot­officier van keizer Nero die werd geboren in Pisa. Door apostel Paulus bekeerde hij zich tot het christendom, dit tot grote woede van de keizer. Toen Torpès zijn geloof niet wilde opgeven werd hij een kopje kleiner gemaakt. Zijn hoofd werd op een bootje geplaatst en samen met een hond en een haan werd het de zee op gedreven, in de hoop dat de haan zijn ogen zou uitpikken en de hond de rest zou verscheuren en opeten. Maar dat gebeurde niet.
Op 17 mei van het jaar 68 na Christus liep de boot aan de grond, daar waar nu de ­mondaine stranden bevolkt worden door filmsterren, olieboeren en anderen die graag ­publiekelijk en ­luidruchtig willen laten zien dat ze een ruime portemonnee hebben.
In het midden van de 16de eeuw was het hier ook luidruchtig, maar minder vreedzaam, omdat het gebied regelmatig werd geteisterd door ­piraten. De brave bevolking, die uit vissers en landbouwers bestond, werd voortdurend beroofd en uitgemoord. Op een gegeven moment pikte men dat niet langer; er werd een groot fort ­gebouwd en in 1558 werd een leger gevormd, onder leiding van een kapitein. Elk jaar werd deze nieuwe leider traditioneel gekozen. En dat gebeurt tot op de dag van vandaag, ook al is de bescherming van de bevolking in handen ­gekomen van de Franse staat.
Maar als de drie dagen van de Bravade plaats­vinden, is Saint-Tropez een staat binnen de staat. De macht wordt door de burgemeester over­gedragen aan de Capitaine de Ville; dit jaar is dat Alain Grosso, een klein statig mannetje dat vroeger op het stadhuis werkte maar nu de baas is van zijn vroegere baas. De overdracht gaat met vele rituelen gepaard. De kapitein heeft een enorme, meterslange ijzeren staaf die Le Pique wordt genoemd. Daar voert hij ­allerlei bezwerende gebaren mee uit, voor zowel het deftige gezelschap op het bordes van het stadhuis als voor de buste van de heilige Torpès, die met veel lawaai van schoten uit de kerk is gehaald en naar het plein vervoerd op een draagbaar. De dragers (Pisanen) zijn ­gekleed in traditionele kledij uit het Italiaanse Pisa, een soort oranjerode hansoppen.
Ze hebben de hele middag in een zijstraatje van het plein geduldig zitten wachten tot het hun beurt was. De kapitein heeft hulp van een majoor en twee jeugdige adjudanten, waarvan de een zijn kleinzoon is. De jeugd telt hier volop mee. Deze driedaagse traditionele her­denking is van zo’n groot belang dat zelfs tijdens de Tweede ­Wereldoorlog de Duitsers hem niet durfden te verbieden.

Lees verder over de Bravade in Leven in Frankrijk nr. 3-2016, de speciale Zuid-Frankrijk-editie.

tekst & foto's Hans Melissen