Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Magazine archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



Amsterdamse kasteelheren in Château des Tesnières

John en Siebren Demandt-Boon bewonen al dertien jaar Château des Tesnières, een adellijk kasteel in Bretagne dat ze geheel in stijl hebben verbouwd tot luxe chambres d’hôtes. ‘We zijn doorzetters. Maar we hebben het ook leuk met elkaar.’

Natuurlijk, we waren geestelijk voorbereid door de foto’s op de website, maar als we met ons rolkoffertje door de smeed­ijzeren toegangspoort naar het Château des Tesnières lopen, worden we toch verbluft door de afmetingen en de grandeur van dit kasteel uit 1857. Het prototype moeten de statige onderkomens langs de Loire zijn geweest, met misschien een zweem van Versailles. Wie zou hier niet willen wonen? Logeren kunnen we er in elk geval, want Château des Tesnières is een chambres d’hôtes, van Nederlanders nog wel.
Siebren (52) en John (54) Demandt-Boon staan ons al glimlachend op te wachten op de trap voor de entree, met aan hun voeten labrador Hermès, ­vuilnisbakkenrashond Poubelle en de katten Mec en Charlotte. ‘We zijn hieraan gewend’, zegt John als we onze verbazing over hun gran­dioze domi­cilie ­hebben geuit, ‘we wonen hier al dertien jaar’. In de betegelde hal worden we begroet door glimmend gepoetst antiek en een beeld van Diana, de godin van de jacht. Daarna gaat Siebren ons voor naar
La suite de la Comtesse op de eerste verdieping.

Coup de foudre
Un coup de foudre, zo herinnert hij zich hun eerste confrontatie met het kasteel. Op slag verliefd, dus. Francofiel waren ze al jaren en eigenlijk waren ze op zoek naar een tweede huis in de ­Provence, maar dat was nogal begrotelijk. Tijdens een vakantie in Normandië logeerden ze in een ­chateau dat al een eerste liefdesvuur liet ontvlammen. Vervolgens ­lieten ze een kastelenroute uitzetten door een makelaar, en bij de tweede stop was het raak.
John was op dat moment antiquair in het Spiegelkwartier in Amsterdam, Siebren had een goede baan in de marketing. Ze hielden hun huis in Oud-Zuid nog vier jaar aan, maar uiteindelijk hadden ze het zo goed naar hun zin in de Bretonse campagne dat ze zich er definitief vestigden. ‘De prijs van een kasteel hangt af van de locatie en de staat van onderhoud’, doceert Siebren, terwijl we ons vergapen aan het behang van Amor en ­Psyche boven het bed in de ‘doorzonsuite’ vanwaar we aan beide kanten het uitgestrekte kasteelpark zien liggen. De suite biedt ook nog een aparte ­‘torenkamer’, een fraaie badkamer met regendouche en de wifi doet het ook uitstekend.
‘Je kunt wel een kasteel van vier à vijf ton kopen,’ gaat Siebren onverstoorbaar verder, ‘maar dan
kun je er nog drie keer dat bedrag bij doen om het op te knappen en in te richten. Dit kasteel was bouwkundig in perfecte staat, want de vorige ­eigenaar had het in de jaren zeventig al geheel laten renoveren. Hij had een hotel in Parijs en wilde hier ook een klein hotel van maken, maar dat is er nooit van gekomen.’

Soepele renovatie
Het wat gedateerde en groezelige interieur, met tapijten op de wanden en bloemetjesbehang op het plafond, kon geen genade vinden in de ogen van de smaakbewuste Amsterdammers. ‘Zijn zoon wilde alles aan ons overdoen, maar we wilden niets ­hebben’, zegt Siebren. ‘Daar was hij nogal kwaad over, want hij heeft zelfs de schommel uit de tuin en de vissen uit de vijver meegenomen.’
De Nederlanders richtten hun kasteel in met eigen antiek uit Amsterdam en meubilair uit Frankrijk, dat ze vinden op antiekmarkten en internetveilingen. De suites werden in ‘antieke’ Louis XV-stijl ingericht, maar de voormalige chambres de bonnes, de vier ­kamers voor het vrouwelijk personeel op de tweede verdieping, kregen een sobere ‘zen’-uitstraling. Dat beantwoordde echter niet aan de verwachtingen van het bezoek, want ‘als mensen op een chateau komen logeren, willen ze ook echt een kasteel­gevoel’. En dus hebben die kamers een make-over gekregen, zodat ze nu meer overeenkomen met de rest van het interieur, warmer en luchtiger.
In tegenstelling tot de bekende verhalen over nachtmerrieachtige verbouwingen, hebben Siebren en John juist een renovatie achter de rug die soepel verliep en in een half jaar al grotendeels was afgerond. ‘De buurman raadde ons een elektricien en een loodgieter aan die het voortreffelijk hebben ­gedaan, en helemaal volgens budget.’ Waar Siebren wel voor waarschuwt, is de Franse bureaucratie.
‘Ik moet altijd lachen als mensen in tv-programma’s als Ik vertrek zeggen: “We gaan weg uit Nederland, met al die regeltjes!” Dan moet je vooral naar Frankrijk gaan. Bureaucratie is een Frans woord, het is hier uitgevonden. Ze zijn geobsedeerd door regels.’

Paard in de tuin
Voor het aperitief maken we nog even een wandelingetje in de zes hectare grote kasteeltuin.
‘Het ontbijt en de bakker wisselen we af, maar de tuin is echt mijn project’, vertelt Siebren, die een rond­leiding geeft. Hij heeft een grote vijver laten aanleggen met fraai gesnoeide buxussen ­eromheen, bomen laten planten, lavendel, ­rododendrons en hortensia’s. In de uitgestrekte tuin treffen we ook een groot beeld van een paard aan. Het is achtergelaten door een Noord-Franse ­kunstenaar die hier heeft geëxposeerd. Hij vergaarde zijn materialen, waaronder oud ijzer, kogels en geweren, op de slagvelden van de Grande Guerre (Eerste Wereldoorlog). Het paard paste niet meer in het busje van de kunstenaar, die al dertig beelden mee terug moest nemen. ‘Dat is tien jaar geleden. Hij zei dat hij het een week later zou komen ophalen, maar we hebben nooit meer iets gehoord’, zegt Siebren geamuseerd.

Lees verder over John & Siebren en hun Bretonse chateau, en ook voor tips in de omgeving, in Leven in Frankrijk nr. 2, voorjaar 2016.

tekst Fabian Takx  foto's Peter Kooijman