Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Magazine archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



Bestel hier >>
Jaargang: 2011 Nummer: 2

Leven in Frankrijk, voorjaar 2011

DEZE EDITIE:
Festival van Avignon
Mas Sivelou
Sprookjeshuwelijk in Monaco
Loflied op de lente

Festival van Avignon

In 1947 organiseerde de Franse regisseur Jean Vilar voor het eerst in Avignon een theaterevenement dat een week duurde. Nu is de Provençaalse pausenstad jaarlijks bijna de hele maand juli het internationale trefpunt van de beste podiumkunstenaars, regisseurs en theaterliefhebbers, maar ook het decor van prachtig straattheater.

Stel, je bent toerist en je komt begin juli nietsvermoedend in Avignon aan. Als je het station uitloopt en je rolkoffer door de vestingpoort hebt getrokken, word je op de brede Cours Jean Jaurès aangeklampt door een geschminkte non met een knalrode cape die je meetroont naar twee ukelele spelende, steltlopende priesters die je een tijdlang voor de voeten lopen. Op de Place de l’Horloge word je geacht ballen en kegels op te gooien voor een jonglerende Pierrot, tot grote hilariteit van een snel aanwassende haag toeschouwers. Als je door een rij bloemblaadjes strooiende nimfen eindelijk de ingang van een hotelletje hebt bereikt, vlakbij het Palais des Papes, zit het vol. Sterker nog, alle hotels in de hele stad zitten vol, en alle terrassen ook. Maar je weet uitgeput toch nog een plaatsje te bemachtigen op de Rue de la République, voor de Fnac, tussen drie uitgebluste vuurspuwers en twee landgenoten met grote fototoestellen op hun borst. Als je even later tevreden aan je salade niçoise zit en je teleurstelling wegspoelt met een quart de rosé, zie je voor je op straat een gezelschap vrolijke straattheatermakers de Revolutie van 1789 nog eens dunnetjes overdoen. Ongemerkt is je stemming veranderd; je begrijpt dat je getuige bent, nee, deel uitmaakt van iets heel bijzonders. Een hele stad als decor voor een groots en meeslepend theatergebeuren, dat zich even bruisend als verrassend voor je ontrolt. Je speelt er een rol in, je doet er aan mee. De energie om je heen, de vrolijkheid, het is bijzonder aanstekelijk. Volgend jaar ben je zeker weer van de partij!

Spekstakelstuk

Avignon is altijd al een schoonheid geweest, maar deze katholieke stad in het hart van de Provence heeft ook iets strengs en bourgeois, met zijn enorme pauselijke paleis en monumentale middeleeuwse vestingmuren. De rest van het jaar leeft de stad een gedisciplineerd bestaan onder het toeziend oog van de Provençaalse burgerij. Niet de aangewezen plek voor een theaterfestival waar het grensverleggende repertoire wordt opgevoerd, lijkt het. Maar daar staat tegenover dat Avignon altijd ook iets theatraals in zich heeft gehad. Neem de verhuizing in de 14de eeuw van de pausen naar deze stad vanuit Rome, compleet met hun purperen hofhouding en rammelende wierookvaten.

Avantgardistisch

En in het eerste couplet van het beroemde ‘Sur le Pont d’Avignon’ wordt er tenslotte al elegant gedanst door ‘les beaux messieurs et belles dames’ op – of eigenlijk onder – de Pont Saint-Bénezet, de beroemde brug. De 12de-eeuwse brug wordt nu ook tijdens het Festival d’Avignon gebruikt door straattheatermakers en op de nationale feestdag, Quatorze Juillet, voor een groot bal.
Maar het festival biedt veel meer, het is ook een van de grootste evenementen voor theater en andere podiumkunsten ter wereld. Rond de honderd- à honderdvijftigduizend theaterkaartjes worden er verkocht, driehonderd voorstellingen van dertig verschillende producties worden er opgevoerd. Tienduizenden mensen van alle leeftijden en uit alle landen ter wereld komen er op af, hoewel de Fransen toch nog in de meerderheid zijn. Vaak trekken ze een paar dagen voor hun bezoek uit, maar er zijn er ook die de volle drie weken naar Avignon gaan, om van de vele jonge vrijwilligers maar te zwijgen die hun tenten langdurig op de plaatselijke camping opslaan. Zij genieten van hun bijdrage aan een spektakelstuk waaraan iedere zichzelf respecterende theatermaker toch minstens één keer wil deelnemen. En natuurlijk van elkaars gezelschap, onder het genot van slobberwijn en een baguette brie.
Het festival bestaat eigenlijk uit twee aparte delen: het officiële programma en het zogenaamde ‘Off’-gedeelte waaronder het straattheater valt. Daaraan doen meer dan 900 gezelschappen mee, die 1100 voorstellingen opvoeren, van lezingen tot dansvoorstellingen en puur straattheater. Zo biedt het evenement iets voor liefhebbers van cultuur met een grote en met een kleine(re) c.
Een zeer select gezelschap weet kaarten te bemachtigen voor de prestigieuze openingsvoorstelling in de Cour d’Honneur, de prachtige ‘erehof’ van het Palais des Papes met zijn hoge natuurstenen muren. Daar kunnen zo’n tweeduizend toeschouwers in de buitenlucht, tegen het decor van historisch Unesco-werelderfgoed. genieten van een voorstelling.
Net als in 1947, bijna 65 jaar geleden. Toen ensceneerde de 35-jarige Parijse regisseur Jean Vilar hier The Tragedy of King Richard II, een relatief onbekend stuk van Shakespeare (dus niet Richard III!). Die gelegenheidsvoorstelling vormde de basis voor diens Une Semaine d’Art Dramatique en Avignon. Een jaar later was Vilar directeur van het Festival d’Avignon dat onder zijn leiding zou uitgroeien tot een van de meest avantgardistische theaterfestivals ter wereld. Vilar wist de meest vooruitstrevende regisseurs te strikken om de beste nieuwe stukken op te voeren. In de jaren vijftig werd hij nog verfoeid om zijn ‘communistische’ reputatie, omdat hij als directeur van het Parijse Théâtre National Populaire – een naam die hij zelf had bedacht voor een theater dat oorspronkelijk anders heette – een stuk van Bertolt Brecht had laten opvoeren. Onder de acteurs van zijn gezelschap was niemand minder dan Jeanne Moreau.
Onder Vilars leiding breidde het festival zich hoe langer hoe meer uit met andere podiumkunsten, zoals dans, film en muziektheater. Vanaf het midden van de jaren zestig zocht Vilar ook naar andere locaties in Avignon, met een duidelijke voorkeur voor pittoreske historische plekken als kloosters en voormalige kapelletjes. Tot zijn dood in 1971 – hij was pas 59 – bleef hij directeur van het festival dat hij had groot gemaakt.
Latere directeuren bouwden op zijn succesformule voort. Ze nodigden talenten uit alle windstreken uit, zonder onderscheid des persoons. Grote namen en nog onbekende, eigenzinnige gezelschappen, en ook zij namen steeds weer nieuwe locaties in gebruik.

Lees verder over het Festival d'Avignon, ook voor tips & adressen, in Leven in Frankrijk nr. 2, voorjaar 2011.


tekst Fabian Takx  foto's Jurjen Drenth