Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Magazine archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



Martinique, Frankrijk in de tropen

De Franse Caraïben, dan denken we natuurlijk aan palmstranden en azuurblauw water. Maar op dit stukje Frankrijk overzee vind je ook koloniale souvenirs, rum, tabak en specerijen. Op Martinique gaan we op zoek naar de Franse sporen van de ‘DOM-TOM’.

'Bonjour!’
begroet Carole Michel ons vrolijk in roze keukenschort. Aan het uiteinde van de drukke overdekte markt in Fort-de-France, hoofdstad van Martinique, worden we aan lange gedekte tafels gezet. De markt, die uit 1891 dateert, barst uit zijn voegen van de vanille- en kaneelstokjes, bananen, lokaal gestookte rum, kokosmelk en hete pepers. Zwaarlijvige dames in kleurrijke kleding met doeken op het hoofd geknoopt prijzen hun waar aan. ‘Deux euros madame!’ Het is even wennen, maar zo’n 7100 kilometer van Europa wordt hier gewoon met de euro betaald. Immers, Martinique is net als zuster­eiland Guadeloupe lid van de Europese Unie. Goedkoop winkelen is er dan ook niet bij, de prijzen liggen rond hetzelfde niveau als in het moederland.
Carole zet een dampend bord inktvis met gekookte platanes (lokale bananen), rijst en linzen voor mijn neus. De eigenaresse van restaurant Chez Carole maakt haar creoolse lekkernijen zelf. Ze deed ervaring op in Frankrijk, waar ze acht jaar aan haar kookkunsten werkte. We drinken er een glas planteur bij, oftewel rumpunch. Het toetje is een exotische variant op een Franse favoriet: flan de coco. ‘Met vanille, kaneel en nootmuskaat door de kokosmelk’, legt Carole uit. Heel smakelijk. 

Slavernijverleden
Even later slenteren we door de straten van Fort-de-France met hun kleurrijke mix van lokale en Franse kledingwinkels, koloniale architectuur en overdekte winkelcentra. Op een plein prijkt het standbeeld van Victor Schoelcher, een abolitionistische Franse schrijver. ‘Schoelcher is een held in Martinique’, vertelt onze gids. ‘Hij heeft de Franse regering net zolang onder druk gezet totdat ze de slavernij afschafte.’ We bezoeken ook de beroemde 19de-eeuwse Schoelcher-bibliotheek, een eerbetoon aan de schrijver, gebouwd door Pierre-Henri Picq, een leerling van Gustave Eiffel. Ook de markt en de St. Louis-kerk zijn van zijn hand. 
Een minder geliefd standbeeld is dat van de Franse keizerin Joséphine de Beauharnais, dat wat afgezonderd in de schaduw van een parkje staat. Het is zelfs van het hoofd ontdaan. De op Martinique geboren creoolse Joséphine was erg populair, maar vijftien jaar geleden werd ontdekt dat zij degene was die haar echt­genoot Napoleon Bonaparte ervan heeft weer­houden de slavernij af te schaffen, bij wijze van steunbetuiging aan haar vrienden en familie op Martinique die de slaven op hun plantages lieten werken. Sindsdien is het gedaan met haar populariteit.
Het slavernijverleden ligt nog altijd erg gevoelig op Martinique. Gilbert Larose kocht in Trois-Îlets een voormalige plantage van een kolonist en bouwde er het nagebootste slavendorp Savane des Esclaves. Hier stellen hij en zijn team de bezoekers uitvoerig op de hoogte van de misstanden die op het eiland hebben plaatsgevonden. ‘De Franse kolonisten kwamen hier in 1635 en roeiden de inheemse Arawak-indianen uit’, vertelt hij. ‘Daarna gebruikten ze gevangenen uit Bretagne en Normandië voor het zware werk op de suikerrietplantages. Al snel bezweken ze en werden er slaven uit Afrika gehaald.’ Pas in 1848 kwam er een einde aan de slavernij op Martinique. Het onderwerp is nog steeds taboe, vertelt Gilbert. ‘Franse kinderen krijgen op school geen les over hun slavernijverleden. Daarom is dit dorp zo belangrijk.’

Mix van culturen

‘We rijden door naar het prachtige natuurgebied Presqu’île de la Caravelle voor een bezoek aan de ruïne van Château Dubuc. Het 17de-eeuwse kasteel ligt pal tegenover Senegal, waar de slavenschepen vroeger vandaan kwamen. ‘De Martiniquanen kijken erg verschillend tegen het slavernijverleden aan’, zegt onze gids Murielle Thermed. ‘Je hebt mensen die nog steeds boos zijn op de blanken, er zijn mensen die er helemaal niets meer over willen horen, bijvoorbeeld oud-veteranen uit het Franse leger, en een grote groep zit daartussenin. Die meerderheid weet eigenlijk niet wat ze ervan moet vinden.’
De Martiniquanen zijn op meerdere vlakken divers. ‘We zijn niet Frans of Afrikaans’, vertelt Murielle. ‘We zijn een mix van verschillende culturen en rassen, van Afrikaans, Indiaans tot creools.’ Martinique heeft geen duidelijke eigen identiteit, gaat ze verder. ‘Guadeloupe heeft sterk vastgehouden aan zijn eigen tradities, daar lopen de vrouwen meer in traditionele kleding en wordt op bijzondere dagen op de drums gespeeld. Wij zijn dichter tegen Europa aangekropen. Hier spreekt men eigenlijk nauwelijks creools, we praten liever Frans.’ We lopen over het grote gazon van de kasteelruïnes, waar zich vroeger een belangrijke suikerrietplantage bevond. Daarna rijden we door naar de top van het natuurgebied om te genieten van het weidse uitzicht over de baai en de blauwe zee. Als het niet geregend heeft, is het prachtig wandelen in het mangrovebos. ’s Avonds schuiven we aan op het terras met verlicht zwembad van restaurant Le Zandoli, (‘De Hagedis’) in hotel La Suite Villa. Het is een opmerkelijk etablissement, met gifgroene en knalrode stoelen, moderne kunst, glazen vloeren, beeldhouwwerk en een verlichte bar. De kaart, met verse vis en lokale specerijen, is al even creatief. Overal om ons heen horen we Frans geroezemoes. Terwijl we op het terras smullen van pompoen­cappuccino en zeewolf met eend, zien we de lichtjes in de baai van Fort-de-France fonkelen. Nog nagenietend lopen we in het donker over het strand, op zoek naar onze kamers in Hotel Bakoua op La Pointe du Bout.
’s Ochtends worden we wakker van het ruisen van de zee. Vanaf de ontbijttafel hebben we een prachtig uitzicht op de baai van Fort-de-France. We kunnen wel een stevige bodem gebruiken, want vandaag maken we kennis met de grote trots van het eiland: rum. Volgens onze gids komt de allerbeste van La Favorite, een kleine lokale rumstokerij die alleen de eilanders zouden weten te vinden. Toch is rum niet de meest gedronken drank op Martinique. ‘Slaven mochten geen champagne drinken,’ vertelt de gids, ‘maar nu is Martinique de Franse provincie die de meeste champagne consumeert!’ Met oud en nieuw drinken de eilanders ook vermout met mandarijnen. De pitjes van de mandarijnen bewaren ze in hun portemonnees, die brengen geluk.

Lees verder over Martinique, ook voor tips & adressen, in Leven in Frankrijk nr. 1, winter 2012/2013.

tekst & foto's Anne-Lot Hoek