Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Magazine archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



Bestel hier >>
Jaargang: 2014 Nummer: 1

Leven in Frankrijk, winter 2014

DEZE EDITIE:
Bovenmenselijk geduld

Bovenmenselijk geduld

Ik tik dit stukje op mijn laptop op het terras. Ik heb de luifel laten zakken, anders is het iets te warm. Volgens de thermometer is het bijna 29 graden. In Nederland is het ongeveer twaalf graden en regent het pijpenstelen. Een van de redenen om hiernaartoe te verhuizen was het wat prettiger klimaat, al beweert mevrouw Pouli sinds enige tijd dat het weer hier net zo beroerd is als in Holland. Helemaal serieus neem ik dat niet, want ze zegt het uitsluitend als het regent. Vandaag hoor ik haar niet. In elk geval ben ík niet teleurgesteld, al zou het fijn zijn wanneer ook hartje winter een wat meer mediterraan karakter zou hebben. Maar ik wil het eigenlijk helemaal niet over het weer hebben, maar over iets dat veel minder wispelturig is, namelijk de Franse bureaucratie. 

Want zo onzeker als ook in dit prachtige land het weer kan zijn, zo zeker is het dat je over een bijna bovenmenselijk geduld dient te beschikken als je te maken krijgt met de ambtenaren van de Vijfde Republiek. En dat dit moment eens komt, is beslist ook een zekerheid. Wij hebben inmiddels met wisselend succes contact gehad met gemeenteambtenaren, lokale dienders, medewerkers van de préfecture, belastinginspecteurs, rechters – en dan ben ik er ongetwijfeld nog wel een paar vergeten, want dit land telt er maar liefst 5,5 miljoen. Dat is, zo leerde een snelle zoektocht op het internet, twintig procent van de werkende bevolking. Dan zou je logischerwijs verwachten dat elk geschil of ingediend verzoek razendsnel wordt afgehandeld. Soms is dat inderdaad het geval, bijvoorbeeld toen we waren verhuisd en we een nieuw kenteken-bewijs voor onze auto nodig hadden. Dat hadden we binnen een paar dagen in huis, want de overheid moet ons in geval van een verkeersover-treding natuurlijk wel snel kunnen vinden. In andere situaties is de ambtelijke besluitvorming veel stroperiger. Zo adviseerde onze huisarts ons begin dit jaar om in verband met de gevolgen van haar herseninfarct voor mevrouw Pouli een carte d’invalidité en een internationale parkeervergunning, een carte de stationnement, aan te vragen. Met de hulp van een sociaal werkster van de regionale overheid werden beide verzoeken, inclusief een uitvoerige medische verklaring van onze arts, ingediend bij het Maison Départementale des Personnes Handicapées, een departementaal georganiseerde instelling van de rijksoverheid. Al na een week kregen we van het MDPH twee berichten van ontvangst met daarin ook de mededeling dat de dossiers ‘compleet’ waren verklaard. Een dergelijke voortvarendheid hadden we eerlijk gezegd niet verwacht. Maar vervolgens werd het angstig stil. 

Toen we na een paar weken nog steeds niks hadden gehoord, pakte ik de ontvangstbevestigingen er nog maar eens bij, want die had ik in de euforie van het moment niet echt goed doorgelezen. En toen begreep ik dat de beslissing over de invaliditeitskaart zou worden genomen door La Commission des Droits et de l’Autonomie pour les Personnes Handicapées, oftewel de CDAPH. O jee, een commissie. Dat roept bij mij niet direct de associatie met een snelle besluit-vorming op. Bovendien bleek die commissie de beslissing niet op eigen houtje te kunnen nemen, maar laat zij zich bij haar uiteindelijke besluit adviseren door een multidisciplinair team. O nee hè, deskundigen. Dit zou lang gaan duren. Wat de parkeervergunning betreft zag het er al niet heel veel zonniger uit. Die wordt namelijk afgegeven door de prefect van de Aveyron, daarbij geadviseerd door diezelfde CDAPH, die op haar beurt weer ruggespraak houdt met, u raadt het al, hetzelfde multidisciplinaire team. Inmiddels – we zijn nu ongeveer zeven maanden verder – heeft mevrouw Pouli haar invaliditeitskaart ontvangen en zodra ze daarmee zwaait, dat is althans de gedachte, heeft ze met voorrang recht op een zitplaats in het openbaar vervoer of in een wachtruimte van een openbare instelling en mag ze voorgaan als ergens bij een overheids-instelling een lange rij staat. Erg benieuwd hoe dit in de praktijk gaat uitpakken...

De parkeervergunning is andere koek en juist die hadden we afgelopen zomer, toen we even in Nederland waren, heel goed kunnen gebruiken. Er is wel een positief advies richting prefect uitgegaan, maar misschien moet die eerst nog overleggen met een commissie van de Verenigde Naties, het gaat tenslotte om een internationale kaart... Maar de VN heeft wel wat anders aan het hoofd.
Diep-gravend onderzoek naar Zwarte Piet bijvoorbeeld. Hebben wij weer.