Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Magazine archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



Hyères, bakermat van de Franse Rivièra

Het toerisme aan de Côte d’Azur is niet geboren in Nice of Cannes, maar in Hyères. Statige panden, botanische tuinen en boulevards vol palmbomen herinneren aan de glorietijd van het stadje, dat nu – in tegenstelling tot de grotere broers direct aan de kust – nog steeds die authentieke, ongepolijst Franse sfeer ademt.

Voor de goede orde: het waren niet de schilders die de Côte d’Azur op de kaart hebben gezet als toeristische bestemming, maar de schrijvers. Dat gebeurde eind 19de eeuw, toen auteurs als Adolphe Smith, Robert Louis Stevenson en Alexandre Dumas verhalen schreven over de schoonheid en het milde klimaat van Hyères. Dát wilde welgesteld Europa wel eens met eigen ogen zien. Et voilà.
Hyères is tegenwoordig een van de leukste verras­singen van de Zuid-Franse kust, maar daarover later meer; eerst de echo’s van het glorieuze verleden in de straten vol warm gekleurde huizen. Zo blijkt een prachtig appartementengebouw aan de rand van de oude stad een van de vroegere paleishotels te zijn.
Op de top van de gevel wordt het bewijs geleverd: Grand Hôtel des Îles d’Or. Stevenson schreef hier in 1884 zijn roman Prince Otto.
In 1920 liet de Amerikaanse schrijfster Edith Wharton in de heuvels boven Hyères haar droomhuis bouwen: Castel Sainte-Claire. Om tijdens de werkzaamheden een beetje prettig te kunnen slapen huurde ze iets lager de villa Castel Pierre Lisse, waar tegenwoordig een comfortabele B&B in zit. Nog net als in de tijd van Wharton is Castel Pierre Lisse een centrum van kunst en goede smaak. Eigenaar Nicolas Broche is een verzamelaar van designmeubilair. Kenners zien behalve stukken van beroemde ontwerpers als Jacobsen ook werk van artiesten en vakmensen uit de stad. ‘Ik vind het leuk om plaatselijke kunstenaars een kans te geven’, zegt Nicolas. Hij organiseert daarom ook regelmatig avonden en exposities met hun werk.

Toevluchtsoord voor kunstenaars
Wandelend door de stad vinden we het steeds vreemder dat Hyères nauwelijks nog op de toeris­tische kaart van de Côte d’Azur staat. Het heeft een mooie en bewogen historie, een gezellig centrum, bijzondere musea en bezienswaardigheden en een authentiek Franse sfeer, en met de zee op een paar kilometer afstand is een verblijf hier prima te combineren met een dagje of wat aan het strand.

‘We konden niet zo dicht in de buurt van Hyères zijn geweest, zonder dit paradijs van de Côte d’Azur te bezoeken.’
Alexandre Dumas, 1835

Ha, daar staat Villa Noailles, in de jaren twintig van de vorige eeuw gebouwd voor Charles en Marie-Laure de Noailles, liefhebbers van moderne kunst en architectuur. Het pand is strak en licht. Dwalend door de vertrekken krijg je een idee van het leven dat de artistieke voorhoede honderd jaar geleden had. Er was plaats voor vijftien gasten die allemaal een sporttenue in de kast hadden hangen zodat ze mee konden doen aan de ontdekking van die tijd: bewegen is gezond.
‘Tijdens de oorlog was het ook nog een toevluchtsoord voor tal van kunstenaars die in de verdrukking waren gekomen’, vertelt Stéphane Boudin-Lestienne, de curator van Villa Noailles. ‘Charles en Marie-Laure zochten altijd naar de scherpe kantjes en mede dankzij hun steun braken tal van kunstenaars door.’ Wie de foto’s bekijkt en de documenten leest, komt veel bekende namen tegen. Pablo Picasso, Salvador Dalí, Jean Cocteau, Josephine Baker, Man Ray, Giacometti...
De Noailles hadden niet alleen oog voor moderne materialen zoals beton, staal en glas, maar lieten ook een fraaie tuin aanleggen die nu prachtig uitzicht biedt op de oude stad, het nieuwere deel eronder en het schiereiland van Giens met zijn voormalige zoutpannen en stranden.
We dalen af door smalle middeleeuwse straatjes, over trappen die worden omzoomd door weelderig bloeiende klimop. Bij de aanleg van de parken (Hyères heeft vier geklasseerde botanische tuinen!) was rekening gehouden met de populariteit van de stad als winterzonbestemming. Het hele jaar door staan er bloemen in bloei.

‘Het klimaat is hier heerlijk. De citroen- en sinaasappelbomen, de laurier en de palmen dragen de hele winter bloemen, blad en fruit.’
Leo Tolstoi, 1860

Art de vivre
De oude stad schurkt tegen de heuvels aan. Boven staan de ruïnes van het kasteel, direct daaronder zijn er de smalle straatjes en pleintjes. De boulevards voor de welgestelde vakantiegangers van eind 19de en begin 20ste eeuw werden beneden aangelegd, op de plek waar voldoende ruimte was voor glorieuze lanen en gebouwen. Hier ontmoette de beau monde elkaar voor een kop thee, de laatste roddels, politiek of zaken. Er waren balzalen, theaters, tennisvelden en straten vol palmbomen waar het flaneren tot een vorm van kunst was verheven. Die overdadige glamour is verdwenen, maar het ontbreekt Hyères nog altijd niet aan art de vivre.
Naar goed Frans gebruik wordt er enthousiast geluncht op fijne terrassen. Place Massillon aan de voet van de Tour des Templiers is populair en ook in de Rue de Limans staan de restaurants schouder aan schouder om hun gasten te ontvangen. In tegenstelling tot de etablissementen in Cannes, Nice of Saint-Tropez zijn de restaurants hier zeer betaalbaar. Voor een bedrag tussen vijftien en twintig euro wordt een uitstekend lunchmenu geserveerd, met een heerlijke rosé uit de regio erbij. Niks opgepoetst of culinair verheven, nee, gewoon goed. ‘Het overgrote deel van mijn gasten is Frans en komt uit de buurt’, zegt Dop Weber, die samen met zijn Liselot het restaurant Joy runt. ‘Als Nederlander moet je extra je best doen om hen voor je te winnen, maar als je ze eenmaal hebt, zijn de Fransen erg trouw.

Lees verder over Hyères, ook voor tips & adressen, in Leven in Frankrijk nr. 1, winter 2014-2015.

tekst & foto's Hans Avontuur