Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Magazine archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



Bestel hier >>
Jaargang: 2017 Nummer: 1

Leven in Frankrijk, winter 2017

DEZE EDITIE:
Klein geluk in Bergerac
Op het scherp van de snede

Klein geluk in Bergerac

De luchten zijn er zó blauw dat Bergerac iets weg heeft van het verre Franse zuiden. Maar doorgaans is het licht op het gele steen van de oude havenplaats aan de Dordogne ingetogen. Bergerac is niet groot of spectaculair, en dat is juist de kwaliteit. De Fransen koesteren er hun ‘petits bonheurs’ en de Britten noemen het ‘a fine litte city’.

De hittegolf van augustus belooft zoete druiven. Nog geen kwartier rijden van het centrum van Bergerac ligt de mairie van Monbazilliac, op een heuvel in het wijngebied. Op het dakterras zingen twee jonge vrouwen iets romantisch over le soleil. Een jongen begeleidt de Franse folk met zijn viool.
Na die van Bordeaux vormen de wijngaarden van Bergerac het grootste wijngebied van Zuidwest-Frankrijk. De streek brengt dertien AOC-wijnen voort. De appellation Monbazillac bestaat nu tachtig jaar en dat is op het dakterras op heel wat avonden gevierd: met muziek en een glas of wat, telkens van een andere producent. Naast de mairie zijn alle Monbazillac-varianten te koop. Lager op de heuvel, de vallei dominerend, staat het gelijk­namige chateau dat jaren geleden werd aangekocht door een coöperatie van wijnboeren en dat te bezoeken is. Nog iets verderop, ook omgeven door de druiven, ligt het lyceum waar jongeren uit de verre omgeving wijnberoepen kunnen leren. Het is duidelijk waar het in deze streek over gaat.

Feestelijke plop
Voor de apéro stromen Franse families toe met hun kinderen die er biologische sapjes drinken: ‘bio’ wordt ook hier steeds groter. Britten met witte hoeden likken de lippen als de flessen worden ontkurkt. Niets is toch te vergelijken met de feestelijke plop van een kurk in een Franse wijngaard. De last van de wereld valt meteen van je schouders.
Roumanière, het vliegveld van Bergerac, heeft sinds 2003 een uitstekende verbinding met Engeland. Daarna hebben de Britten Bergerac, middenin het gebied dat ooit door hun voorvaderen op de Fransen werd bevochten, breed omarmd. Ze komen vaak een paar dagen of een week om zich onder te dompelen in alles wat het leven goed maakt. Of om er permanent te wonen. Het landschap is hen vertrouwd: de heuvels rollen zoals thuis in Engeland, maar het klimaat is beter en er is haast geen criminaliteit. De plaatselijke bevolking heeft de nieuwkomers vriendelijk verwelkomd. Ook vanuit Nederland zijn er overigens directe vluchten.
Zij aan zij staan de nationaliteiten in het avondlicht op het dakterras. De gouden apéro klatert in de glazen – de zoete Monbazillac wordt trouwens net zo makkelijk gedronken als dessertwijn. Je kunt er ‘tapas’ bij kopen, die bij aanschaf mooie Franse charcuterie blijken te zijn, niks Spaans. Een zacht briesje kabbelt binnen vanaf de Atlantische kust, 150 kilometer verderop. De Atlantique beïnvloedt dit gebied (Aquitaine) in het zuidwesten van ­Frankrijk, en dus ook het stroomgebied van de Dordogne. Winter en lente kunnen aardig nat zijn. De Dordogne, stroomopwaarts vanaf Bergerac, is niet voor niets zo groen. Ooit, lang geleden, was dit gebied in handen van de Britten en het is nog steeds bezaaid met oude vestingdorpen.
Vandaag zijn de bewoners en de bezoekers van Bergerac van schaduw naar schaduw gelopen, door de stegen van de oude stad, of neergestreken onder de platanen en parasols. Twee keer per week wordt een druk bezochte streekmarkt gehouden rondom de Notre Dame. Vergeleken met de ­bescheiden omvang van Bergerac is de neogotische kerk met zijn tachtig meter hoge toren een beetje een buitenmodel. De kerk is in de 19de eeuw ­gebouwd door Paul Abadie, de architect van de ­Sacré-Coeur in Parijs. Hij zorgt voor een balsemende schaduw op dit hoogtepunt van de oogst.
Kraam aan kraam verkoopt men specialiteiten uit de streek. Wijn natuurlijk, en ook heel veel verse waar: door de zon gezoende tomaten, kropsla, meloenen, pruimen, aardbeien. Sappige seizoensproducten, groot en rijp, met een deuk en een buts, maar met een explosie van smaak, die je nooit zo vindt in een steriele supermarkt. Om de hoek een bakker met meer soorten stokbrood dan je dragen kunt, en Café Riche op de Place Gambetta, waar je nog niet zo lang geleden op paarden kon wedden. Nu is het een gewone bar, maar met goede koffie en hoge plafonds in grand-caféstijl die herinneren aan het Frankrijk van vroeger.

Schilderachtige straatjes
Het mooie plan om de bio-producten van Monia Clément te fotograferen op een kademuur, met de rivier erachter in zomerse soft focus, moeten we toch laten varen. Dat zou eerst heuvelaf betekenen en dan weer heuvelop. Helemaal niet ver, en flaneren is juist een van Bergeracs charmes, maar vandaag is het te heet. Hadden we ook maar niet eerst zo lekker moeten gaan lunchen bij Monia’s copine, de eigenaresse van Villa Laetitia in een van die schilderachtige straatjes in het oude centrum.
De plaatselijke overheid heeft er goed aan gedaan het voetgangersgebied in Bergerac recent uit te breiden: overal zijn nu boutiques en vrolijke kleine terrassen waar je voor een overzichtelijk bedrag kunt tafelen. Laetitia Justino’s ‘villa’, een restaurant in een 14de-eeuws pand met terras, is bekend.
Met haar man, chef-kok Sébastien Brachet, runde ze zeven jaar lang restaurant Chez Alain in Issigeac, twintig kilometer verderop. Sinds een paar jaar heeft het echtpaar zich in hartje Bergerac ­gevestigd. ‘In de stad is het toch levendiger.’

Qualité de vie
Laetitia heeft er destijds heel wat tijd in gestoken om haar man over te halen mee te komen naar de Dordogne. Zelf groeide ze op in deze omgeving. ‘Ik wilde terug naar de bron. We werkten in Cannes. Uiteindelijk wist ik hem te overtuigen omdat de Dordogne bekendstaat om zijn qualité de vie. Mijn man komt uit de Var en combineert nu de mediterrane keuken en de keuken van hier.’
Bergerac is een van de vier grootste plaatsen van het departement Dordogne en was ooit zelfs de hoofdstad van de Périgord (de oude naam van de Dordogne). Het deel waarin Bergerac ligt wordt ‘Périgord Pourpre’ genoemd, naar de kleur van de wijn. Een Fransman houdt vooral van deze streek door wat er op tafel staat. Mooi, die kastelen, maar een château heeft vooral meerwaarde door de appellations. De schapen op de prairie in de avondzon waardeert men met het label rouge, het keurmerk dat voedingskwaliteit garandeert. En die eenden in dat groene veld? Tongstrelend!
Alles komt hier op tafel. In het najaar en de winter, als het eikenhout uit de bossen brandt in de grote cheminées, het wild dat eerst nog dartelde in het woud. Koning Henri IV vond de Périgord al ‘het paradijs op aarde’. Vooral om de bonne cuisine et bons vins. Eeuwen geleden was de gastronomie van de Dordogne al gerenommeerd. En nog wegen de regionale specialiteiten voor veel bezoekers minstens zo zwaar als het middeleeuwse erfgoed en de prehistorische kunst in onderaardse grotten.

Lees verder over Bergerac, ook voor tips & adressen, in Leven in Frankrijk nr. 1, winter 2016/2017

tekst & foto's Alice Broeksma