Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Magazine archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



Vide-grenier. Ontspullen à la française

Brocantes, marchés aux puces, bric-à-brac. Frankrijk stikt ’s zomers van de vlooienmarktjes waar tweedehandsspullen en antiquiteiten van de hand worden gedaan. Helen Albada schreef zich in voor de variant vide-grenier (lege zolder) in haar woonplaats Mornant, twintig kilometer onder Lyon.

Zondagochtend zes uur. De zon is nog niet op en het is fris buiten. Voor me staat een man met een zaklamp in zijn hand te rommelen in een plastic opbergkrat, dat ik zojuist naast me heb neergezet. Met de slaap nog in mijn ogen hoor ik hem vragen: ‘Verkoopt u ook sieraden ­mevrouw?’, terwijl zijn handen naar de volgende doos reiken. Snel trek ik die onder zijn neus vandaan. ‘Ja, die verkoop ik, maar komt u over een half uur dan even terug’, zeg ik in mijn beste Frans. Met tientallen dozen en kratten om mij heen, ­volgestouwd met kleding en andere afgedankte prullaria, sta ik op het punt te gaan ‘ontspullen’ in mijn Franse woonplaats ­Mornant. Voor twaalf euro heb ik vier strekkende meter ­gekocht om mijn ‘stand’ op te kunnen bouwen; een camping­tafel met twee kledingrekken. Hier heb ik tot zes uur vanavond de tijd om van mijn spullen af te komen.

Emotionele waarde
Aangestoken door vrienden kocht ik deze winter het boek ­Opgeruimd van Marie Kondo. En ik ben niet de enige, tenminste als ik de verkoopcijfers mag geloven. De Japanse opruimgoeroe heeft ruim vier miljoen exemplaren van haar zelfhulpboeken verkocht, vertaald in ruim tien talen. Ik heb haar zogenaamde KonMari-methode opgevolgd: al mijn kleren op de grond gelegd, alles één voor één vastgepakt en alleen dat gehouden waar ik echt blij van werd. Een beetje vreemd misschien, maar deze ­manier van opruimen geeft een fijn gevoel. Een goede vriend in Amsterdam rolt, sinds het lezen van haar boek, keurig zijn sokken en boxershorts op volgens haar aanwijzingen en een vriendin in Lyon heeft haar huis al volledig aangepakt en leeft nu zo minimalistisch mogelijk.
Eenmaal aan het opruimen valt me op wat een enorme hoeveelheid spullen ik bezit, waarvan een heleboel volkomen nutteloos en ongebruikt stof staan te happen. Volgens een onlangs ­verschenen artikel in Trouw (23 februari 2016) waarin de ­Amerikaanse trendvoorspeller James Wallman aan het woord komt, gaat de westerse mens gebukt onder een enorme hoeveelheid rommel. Zijn ­stellingen onderbouwt hij met onderzoek, waarin psychologen met hormoonmetingen aantonen dat ­rommel stress veroorzaakt en andersom. Mensen moeten iets met de spullen: gebruiken, opruimen, onderhouden. Dat kost ­allemaal tijd en energie.
Weg ermee dus? Dat gaat me net te ver. Tussen mijn rommel zitten ook dingen met emotionele waarde. Zo heb ik na het plotselinge overlijden van mijn moeder de volledige inhoud van haar ­kledingkast meegenomen, samen met mijn kinderspeelgoed dat op zolder in Nederland stond opgestapeld. Wat zegt Marie Kondo hiervan? ‘Als je iets tegenkomt wat je moeilijk kunt wegdoen, bedenk dan goed waarom je het in de eerste plaats hebt. Welk nut heeft het gehad in je leven? Het zal je verbazen hoeveel bezittingen hun rol al hebben vervuld.’ Voor mijn plastic kindertheeservies geldt dat zeker. Maar hoe zit het met de kleding van mijn moeder? Na haar overlijden vond ik het moeilijk die meteen weg te doen. Het voelde als verraad, zij die er altijd piekfijn uitzag en haar jasjes en sjaaltjes met zorg en smaak uitkoos. Aan sommige truitjes hangt nog een prijskaartje. Maar nu, anderhalf jaar na haar dood, merk ik dat ik onrustig word van die volle kast. Graag wil ik iets met haar kleding doen. Wie weet kan ik er iemand blij mee maken?

Op jacht naar schatten
Gelukkig is Frankrijk het walhalla van rommel- en vlooienmarkten. Ik besluit me in te schrijven op een variant die exact op de Nederlandse vrijmarkt lijkt, de vide-greniers; oftewel ‘lege zolders’. Zodra de lente in de lucht zit, vinden overal in Frankrijk elke zondag afgedankte spullen hun weg naar deze vide-greniers, in de hoop op een nieuw leven. Als ik me via internet onderdompel in deze wereld stuit ik op de site vide-greniers.org. Hier staan de eerst­komende bijeenkomsten per regio aangekondigd. Als ik wil, kan ik er elk weekend naar een bij mij in de buurt. In heel Frankrijk zijn er jaarlijks zo’n twintigduizend.
Vandaar dat ik in alle vroegte op een groot, vers ­gemaaid grasveld sta aan de rand van mijn woonplaats. Hier geen stoepkrijtteksten met ‘BEZET’, maar keurige strakgespannen witte linten die een raster maken op het gras. Gelukkig heeft het al een paar dagen niet geregend en kondigt een stralende dag zich aan. Na het tonen van mijn paspoort en het verkrijgen van mijn perceelnummer mag de VW-camper, samen met zo’n honderd andere auto’s, het terrein op. Kratten en dozen worden uitgeladen, ­tafels uitgestald en de eerste mensen op jacht naar schatten rommelen tussen de spullen.
Rond acht uur komt de markt langzaam op gang. Tot nu toe heb ik slechts vier euro omgezet en tot mijn verbazing mijn kapotte rolkoffer verkocht. ­Helaas met nog wat sieraden van mijn moeder erin, die ik in de haast nog niet had uitgepakt. Enorm balen. Hopelijk heeft de man die de koffer kocht een leuke vrouw.

Lees verder over de vide-greniers in Leven in Frankrijk nr. 4, zomer 2016

tekst & foto's Helen Albada