Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Magazine archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



EXTRA DIK ZOMERNUMMER MET SPECIAL PROVENCE & COTE

Côte d’Azur-aanbidders rijden vaak niet verder dan Nice of Monaco. Een gemiste kans, want het laatste stukje Franse kust tot Menton, tegen het Italiaanse Ligurië aan, is van een ongekende schoonheid. In de middeleeuwse 'villages perchés' Sainte-Agnès, Gorbio en ­Roquebrune Cap Martin is de toeristenkaravaan nooit gearriveerd.

Het is stil op de Grande Corniche. De drukte van Nice maakt plaats voor uitzichten over de Côte d’Azur die na iedere bocht opdoemen. ‘Spectaculair’ is het enige woord dat recht doet aan een van de mooiste routes van Frankrijk. Er zijn drie bijzondere slingerwegen die richting Italië leiden: de Basse Corniche, de Moyenne Corniche en de Grande Corniche. Elk van de drie heeft haar eigen charme, ritme en uitzicht op de azuurblauwe Côte. De Grande Corniche, op vijfhonderd meter hoogte met scherpe haarspeldbochten, fungeerde als decor voor de Hitchcock film To Catch a Thief met Grace Kelly. Helaas vormde de Moyenne Corniche het toneel van haar fatale rit in 1982. Maar weinig mensen weten dat de Grande Corniche door Napoleon is gebouwd in 1806 op de voormalige Romeinse Via Julia Augusta, de weg waarover Romeinse legioenen van Rome naar de Rhônevallei marcheerden en wij nu zeer gerieflijk boven Monaco langs rijden. En bijna de afslag omhoog missen naar het middeleeuwse kasteeldorp Roquebrune Cap Martin.

Mysterieus sprookje
‘Een goed bewaard geheim’, noemt restauranteigenaar Yannis Bourlitio zijn geboorteplaats. ‘Binnen een kwartiertje sta je in een hippe club in Monaco en hier is het een oase van rust.’ Terwijl hij ons wijn bijschenkt in zijn overdadige restaurant La Dame Jeanne, genieten wij van het uitzicht over zee dat zich uitstrekt tot aan de lichtjes van Monaco. Rustig is het zeker. Wandelend door de wirwar van mysterieuze middeleeuwse straatjes met ronde overkoepelingen en klimop kun je een speld horen vallen. Af en toe verstoort Frans of Italiaans geroezemoes een onaangekondigd uitzicht op zee met overhangend groen en citroenbomen. Bourlitio is getrouwd in het prachtige terracottakleurige kerkje Sainte-Marguerite, midden in het dorp. Trots toont hij ons de foto’s. ‘Er zijn veel mensen die verliefd worden op het dorp en hier willen trouwen,’ vertelt hij. ‘Dat kan ook onder de olivier millénaire. Morgen is er toevallig een bruiloft!’
De volgende dag genieten we van het ontbijt in ons charmante hotel Les Deux Frerès op het dorpsplein. De in het zwart-wit geklede bediening haast zich heen en weer met champagnekoelers en borden, want zij verzorgen de catering van het op handen zijnde huwelijk. We beginnen met een bezoek aan de ruïne van het middeleeuwse Château Roquebrune uit de 10de eeuw. Dat schijnt het oudste feodale kasteel in Karolingische bouwstijl van Frankrijk te zijn. Het is eigendom geweest van de Grimaldi’s van Monaco. De voorouders van prins Albert en de prinsessen Caroline en Stephanie zwaaiden tot 1848 de scepter in Roquebrune. Na een geslaagde revolutie van het dorp, samen met de stad Menton, was het tot de inlijving bij Frankrijk in 1861, een vrijstaat. Er heerst een bijzondere sfeer in het kasteel met zijn overwoekerde ramen. Het bestaat uit vier verdiepingen en op de open binnenplaats vinden ‘s zomers klassieke concerten en openluchttheater plaats. We vervolgen onze route door de smalle straatjes met pastelgetinte huizen en ontdekken de Rue Moncollet. Van alle sfeervolle straatjes vinden we dit het interessantst. De uit rots gehouwen trappen en met mos overdekte passages uit de 10de eeuw lijken wel onderdeel van een mysterieus sprookje.  
Roquebrune Cap Martin bestaat uit twee delen: het middeleeuwse Roquebrune en het aan de kust gelegen Cap Martin. Via een oude stenen trap loop je in een half uur van boven naar beneden langs weelderige tuinen en door de wind gebogen pijnbomen. We beginnen helemaal bovenaan bij de begraafplaats.
De grafstenen weerkaatsen het zonlicht. Het oneindige uitzicht op zee belichaamt mooi de reis van de bewoners van de begraafplaats. Misschien ontwierp de wereldberoemde architect Le Corbusier daarom hier zijn eigen graf. De architect spendeerde zijn zomers in de jaren zestig in een zelfgebouwd vakantiehuis op de Cap Martin.

Beroemde badgasten
De architect was niet de enige beroemde badgast van Roquebrune Cap Martin. Rond 1900 was de plaats de crème de la crème onder de vakantieoorden van de Europese elite. Niet alleen overwinterden Keizerin Eugénie, vrouw van Napoleon III, de Oostenrijkse Keizerin Sissi en de Britse Koningin Victoria hier; later genoten ook Coco Chanel, Winston Churchill, Marlene Dietrich en Jaques Brel hier graag van het hoge aantal jaarlijkse zonuren. We lopen de trappen af langs achter hekken verscholen villa’s. Beneden staan we ineens in het mondaine Cap Martin met brede boulevards vol restaurants en hotels. De Cap, een ronde groene uitstulping in zee, ligt ingesloten tussen het rustige strand van Cabbé en het drukke kiezelstrand van Carnolès. Van Carnolès naar Cabbé loop je in een uur rond de Cap. Een afwisselende wandeling langs de steile kust waarbij je af en toe letterlijk boven de kolkende golven loopt en dan weer door het bos. We stuiten ineens op grote stenen terraspilaren die in zee steken, vermoedelijk behorend bij een villa verscholen achter het groen. Ongeveer halverwege passeren we het beroemde vakantiehuisje Le Cabanon van architect Le Corbusier. ‘Ik heb de man nog gekend,’ vertelt een passerende Italiaanse man op leeftijd. ‘Wat een tragiek, verdronken in zijn geliefde Middellandse Zee.’
Aangekomen in Cabbé komen we op adem en dromen we weg op het strand. Daarna haasten we ons naar boven om nog wat van het huwelijk te zien. Bij de olivier millénaire zien we een prieeltje vol uitgedoste genodigden onder een enorme olijfboom met uitzicht op zee. Deze huwelijksvoltrekking zal zeker niet de laatste zijn voor de duizendjarige boom. Na afloop van de plechtigheid richten de gasten onder luid applaus confettibussen op het bruidspaar dat snel richting het dorpsplein schrijdt. Daar staat de champagne koud en loopt de bediening rond met grote schalen hapjes. Langzaam gaat de zon onder op het pleintje en toosten de gasten op het bruidspaar en het duizelingwekkende uitzicht. ‘Vive les mariés!’

Bergdorpjes aan zee
Het schijnt een prachtige wandeling te zijn, maar wij nemen de volgende dag naar Gorbio toch liever de auto. Na een kwartier rijden staan we op het dorpsplein van het middeleeuwse bergdorp dat wordt omringd door olijfbomen, 360 meter boven zeeniveau. Er is geen toeristenwinkel te bekennen voor de enkele toerist die er rondloopt. Een handjevol Fransen en Italianen genieten op een bankje van de zon. Op het dorpsplein staat een grote iep uit 1713 en een oude fontein. Naast het museum van het aangrenzende kasteel Lascaris, vormt de Chapelle des Pénitents Blancs uit 1445 dé attractie van het rustige bergdorp. Jaarlijks organiseert de kapel in juni het Fête des Limaces (Slakkenfestival), vernoemd naar de kleine olielampjes gemaakt van slakkenhuisjes met olijfolie die de straten tijdens het middeleeuwse feest verlichten. Tot de rand van het dorp wandelen we door de smalle straatjes van de oude stad en worden we met een geweldig uitzicht op zee beloond. We lopen terug naar het dorpsplein, waar we lunchen in het kleurrijke familierestaurant Beau Séjour, schuin tegenover de oude iep. Binnen is het een bonte verzameling van brocante, ivoorkleurig porselein, zwart-witte familieportretten en openslaande terrasdeuren met uitzicht over de vallei. ‘Mijn overgrootvader heeft het restaurant in 1924 geopend’, vertelt eigenaar Yvan Bracco. Als we voldaan het dorp uitrijden, stoppen we op aanraden van de dochter van Yvan nog even bij olijfoliemolen Moulin à Huile Mangjuine. De eigenaar maakt extra vergine olijfolie en andere lokale producten, zoals zelfgemaakte jam. Beladen met lekkernijen vertrekken we naar Sainte-Agnès, slechts twee kilometer verderop. Het middeleeuwse dorp staat bekend om zijn kunstzinnige ambachten, van glaskunst tot leerbewerking. Met zijn 780 meter boven zeeniveau schijnt Sainte-Agnès het hoogste kustdorp van Europa te zijn. Waar of niet, het uitzicht is absoluut ongekend. Vanaf het oude Saraceense fort kijk je over de uitgestrekte vallei uit tot aan zee. ‘Wandelen is hier fantastisch’, laten we ons vertellen door Italiaanse toeristen.

Lees verder over de Franse Rivièra, ook voor tips & adressen, in Leven in Frankrijk nr. 3, zomer 2011.

tekst Anne-Lot Hoek  foto's Philippe Giraud