Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Magazine archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



Bestel hier >>
Jaargang: 2012 Nummer: 4

Leven in Frankrijk, zomer 2012

DEZE EDITIE:
Verliefd op de Vendée
Groen Parijs
Oh la la in Deauville

Verliefd op de Vendée

Voor veel Fransen is de Vendée een uitstekend alternatief voor de Côte d’Azur, met zonovergoten stranden waar je niet eerst voor in de file staat. Plus een vruchtbaar achterland dat rijk is aan meren en kastelen. Ook de Nederlanders van Les Jardins du Château d’Olonne hebben hun hart verloren aan de Vendée. Op ontdekkingsreis door ‘het nieuwe zuiden’.

Vraag de Fransen naar hun favoriete vakantiebestemming in eigen land, en je krijgt het antwoord dat je verwacht. Natuurlijk wint de Côte d’Azur het van de rest van Frankrijk. Dat de Alpen op de tweede plaats staan, komt vooral voor rekening van de wintersporters. De eerste echte verrassing vind je op plaats drie: de Vendée. De verrassing wordt al minder als je er zelf bent geweest. Dan begrijp je waarom de Fransen verliefd zijn geworden op de brede stranden, de eilanden en het opvallend milde klimaat.

Geen enkele andere regio aan de Atlantische kust vangt meer zon dan de Vendée. Het aantal zonuren komt zelfs overeen met dat van de Côte d’Azur. Het departement onder Bretagne ligt zuidelijk genoeg om te ontsnappen aan de lagedrukgebieden die vanuit Engeland richting vasteland drijven. Dit, in combinatie met de 140 kilometer aan breed zandstrand, verklaart waarom de Vendée zo in trek is bij strandliefhebbers en watersporters. De laatsten profiteren bovendien van de golfslag van de oceaan, die hier veel krachtiger is dan aan de Middellandse Zee; voor surfers en kiteboarders een prima omstandigheid. Bij eb, als de zee zich terugtrekt over tientallen meters, laten de strandzeilers zich zien. Of de kokkel- en mosseljagers, zoals aan weerszijden van de Passage du Gois, die het eiland Noirmoutier verbindt met het continent. Deze 4,5 kilometer lange kasseienweg ligt maar een paar uur per dag droog. Dat geldt ook voor het zand naast de passage. De kokkeljagers parkeren hun auto dan op de kasseien en lopen, gewapend met schep en emmer, het drooggevallen land op om daar op zoek te gaan naar hun prooi. Een enkeling laat zich overvallen door de vloed. Menig auto is al eens uit zichzelf terug­gedreven naar het vasteland.

Schatten achter de kust
Vissershavens en rotsformaties onderbreken het kilometerslange zandstrand van de Vendée. Het ­departement moet het vooral van zijn kust hebben. Les Sables d’Olonne verandert in de zomermaanden van een rustig havenstadje in een drukke badplaats met ‘hutjemutje’ stranden. Veel rustiger is het richting het zuiden, bij Château d’Olonne of op het strand van Le Veillon in Talmont Saint Hilaire. Ook naar de stranden van Noirmoutier wordt het nooit echt filerijden. Geen wonder dat veel Fransen de laatste jaren de Vendée verkiezen boven de Azuurkust, al zal het er ook mee te maken hebben dat de prijzen hier lager liggen dan rond Saint-Tropez.
Maar er is nóg een reden. Sinds de ‘ontsluiting’ van het achterland geeft de Vendée ook zijn schatten áchter de kust prijs. Zonder de natuur geweld aan te doen, investeerde de overheid veel geld in nieuw asfalt. Vierbaanswegen verkorten de reistijd van de kust naar inlandse bestemmingen (en omgekeerd) aanzienlijk. Tegelijkertijd is de sportieve recreant dankzij een nieuw net van fietspaden niet langer aangewezen op de kust.
Eva Breuer maakte de ontsluiting van het achterland van dichtbij mee. ‘Toen ik hier zeventien jaar geleden kwam wonen, deed je over vijftig kilometer nog anderhalf uur’, vertelt de plaatsvervangend directeur van domaine Les Jardins du Château d’Olonne. ‘Tegenwoordig, met al die vierbaanswegen, gaat alles veel sneller.’ Breuer volgde de hotelschool in Nederland en liep stage in Parijs. Daar leerde ze haar Franse echtgenoot kennen. Met hem trok ze eerst naar de bergen van Tignes en later naar de Normandische badplaats Trouville, om er te werken in een vakantiepark dat eigendom zou worden van Pierre et Vacances. In 1993 werden ze overgeplaatst naar Les Sables d’Olonne, tot onvrede van Breuer. ‘Er was niets en wat er was, was moeilijk bereikbaar. Er waren geen leuke winkels, helemaal niets. Les Sables d’Olonne was toen zo’n beetje het einde van de wereld. Zelfs de Fransen kwamen hier niet of nauwelijks.’
Toch viel Breuer al snel voor de charmes van de regio. Dat verklaart waarom ze in 2001, na een wereldreis van een jaar, terugkeerde naar de Vendée. Niet naar Pierre et Vacances, maar naar een nieuw park met Nederlandse eigenaren, enkele kilometers onder Les Sables d’Olonne. De 160 huizen zijn in particulier bezit. Ongeveer tachtig procent daarvan wordt verhuurd aan vakantiegangers. Het merendeel van de gasten is Nederlands en Belgisch, al trekt het park de laatste jaren ook veel Franse en Duitse toeristen. Breuer kan inmiddels goed begrijpen waarom. Nu de infrastruc­tuur is verbeterd, ziet ze alleen nog maar voordelen. ‘De zon schijnt vaak, er is nauwelijks sprake van criminaliteit en voor een fietser als ik is het met al die fietspaden ideaal.’
Breuer benadrukt nog eens dat veel Fransen de Vendée verkiezen boven de Côte d’Azur. ‘Die topdrukte aan de Middellandse Zee zie je hier niet, met uitzondering van Les Sables d’Olonne misschien. Daar komt bij dat het dankzij de wind die van zee komt nooit te heet wordt. En voor water­sporters is zo’n briesje natuurlijk ideaal.’

Verse oesteroogst
De meeste gasten van ‘Les Jardins’ wisselen hun stranddagen af met een dagtocht naar La Rochelle, Île de Noirmoutier of een van de attracties in het binnenland. Overigens is elk huis op het park voorzien van een eigen zwembad, dus wie even geen zin heeft in de auto of de fiets, kan zich ook ‘thuis’ vermaken.
Toch gaat er maar weinig boven een fijn zandstrand. Zeker als dat strand Le Veillon heet en deels in de schaduw ligt van een groot dennenbos. Het strand, op tien minuten rijden van Les Jardins, hoort officieel bij Talmont Saint Hilaire, al ligt dit historische kasteeldorp zo’n tien kilometer landinwaards. Een inham geeft toegang tot de haven van Talmont. Plage Le Veillon ligt aan het begin van die inham. Op sommige stukken worden het strand en de duinen aan drie zijden omringd door water. Aan de oceaanzijde vind je enkele leuke strandtenten, ten zuiden daarvan (bij La Guittiere, aan de overkant van de inham) ligt een aantal oesterkwekerijen, die hun verse oogst direct aan de consument verkopen.
Het drie kilometer lange zandstrand van Les Sables heeft weer als voordeel dat het geheel op het zuiden ligt. Dit strand staat bovendien bekend als een van de schoonste en veiligste in heel Frankrijk. Het water is zuiver en de bodem loopt geleidelijk af. Op de aangrenzende boulevard nodigen stijlvolle restaurants en grand cafés uit tot een ontspannen nazit. Daarachter loop je via smalle winkelstraten naar de oude haven. Onderweg passeer je Île de Penotte, een wijk waarvan de huizen schuilgaan achter mozaïeken van gekleurde schelpen. De opvallende versieringen zijn aangebracht door lokale kunstenaars.
De oude haven biedt een mooi zicht op de gekleurde huizen aan de overkant van het water. Meer naar het noorden liggen de salines, in een moerasgebied dat bekendstaat om zijn zoutwinning. Een boottocht laat je kennismaken met de zoutzieders, maar ook met bijzon­dere moerasvogels en oude smokkelroutes.

Lees verder over de Vendée, ook voor tips & adressen, in Leven in Frankrijk nr. 4, zomer 2012.

tekst en foto's Jeroen Jansen