Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op uw computer. Door het gebruik van onze site accepteert u de voorwaarden. Lees onze Cookie Verklaring.
Doorgaan

Magazine archief


NEEM OF GEEF EEN ABONNEMENT OP LEVEN IN FRANKRIJK

En ontvang de nautische dekbedovertrekset t.w.v. € 89,95!



De doem van schoonheid

Helemaal onbetwistbaar werd de positie van de stad na de veertiende april van het jaar 1900, de dag waarop president Émile Louber er de vijfde wereld­tentoonstelling opende. Elf jaar eerder, in 1889, was Parijs ook al gastheer geweest, een evenement waaraan de Eiffeltoren de meest markante herinnering vormde. Door de voor die tijd ongekend grootschalige toepassing van gietijzeren assemblageonderdelen was het gevaarte een staaltje van de allernieuwste techniek, maar de exposition universelle van 1900 zette zelfs deze gigantische mecano-constructie in de schaduw. Ze was namelijk de eerste die op film werd vastgelegd. Naast de ruim 47 miljoen bezoekers keek dus ineens de hele wereld mee. De impact daarvan was enorm.
Niet alleen de tentoonstelling zelf, maar vooral de imposante stad met haar Louvre, haar Seine, haar Champs-Élysées en haar pas geopende metro maakte mondiaal een verpletterende indruk. Parijs was ineens la capitale du monde, zoals Londen dat voordien was geweest. Parijs dicteerde de trends op cultureel en artistiek gebied en bepaalde voortaan eveneens het modebeeld. Geïnspireerd door de bliksemsnelle ontwikkelingen in het snelverkeer, de luchtvaart en de media, ontwierpen de Franse couturiers creaties vol dynamiek en allure. Parijs zwaaide en zwierde, van de meiden van het cabaret tot gevierde ballerina’s als Loïce Fuller en Isadora Duncan, van de arabesken van Debussy tot de soepele lijnen van de art nouveau. Daar hoorde een modebeeld bij van linten en strikken en vooral van pluimen en veren. En met deze veren komt de natuur in beeld. Die kun je namelijk nergens anders vandaan halen dan van vogels.
Aanvankelijk waren het vooral de veren van blauwe reigers, futen, struisvogels en paradijsvogels die op de steeds grotere dameshoeden gestoken werden, maar toen langzamerhand deze plumes fantaisies gemeengoed waren geworden, gingen de chique dames op zoek naar een luxer soort veren. Die vonden ze op de sneeuwwitte ruggen van zilverreigers. Lange, fijne sierveren, een prachtige naam waard: aigrette, naar aigrette garzette, de Franse naam voor de kleine zilverreiger. De modellen op de catwalk van het tot de wereldtentoonstelling behorende Pavillon d’Élégance zagen er haast nog mooier mee uit dan de reigers zelf.
Op slag waren aigrettes een wereldhit. Het werd de zilverreiger bijna noodlottig. Veren zijn niet veel zwaarder dan lucht en een kilootje ervan betekende de dood van zo’n duizend aigrettes. En hun jongen. Want deze reigers hebben hun sierveren alleen in de balts- en broedtijd. Verslagen uit die dagen maken gewag van honderden lege broedkolonies vol rottende eieren en dode kuikens. Alleen al in Parijs waren in het eerste decennium van de vorige eeuw vijftien- tot twintigduizend mensen werkzaam in de veren­industrie, hetgeen een beeld geeft van de enorme slachting onder de reigers.
In de Camargue vielen de meeste slachtoffers. Dat is vanouds het domein van zowel de grote als de kleine zilverreiger, naast andere reigersoorten zoals de kwak, de ralreiger en meer recentelijk de koereiger. In de ontoegankelijke moerasbossen en de onafzienbare rietvelden moet het vroeger werkelijk gekrioeld
hebben van de aigrettes. Ondanks het feit dat er ook toen al jacht op werd gemaakt. Om een andere reden overigens dan de veren. Ze gingen namelijk in de braadpan. De gewone man liet zich de vogels uit­stekend smaken, maar ook aan de hoven van de
verschillende Hendriken en Lodewijken prijkten reigers pontificaal op de menukaart. Bij het feestmaal ter ere van het huwelijk van Hendrik de Vierde met Catharina de Medici – waaraan overigens niet meer dan vijftig genodigden aangezeten schijnen te hebben – werden 33 reigers opgediend naast evenzoveel fazanten en duiven, verder dertig pauwen, 25 zwanen, 99 kraanvogels, 99 kwartels, dertien patrijzen, 66 parelhoenders en nog een ark van Noach vol viervoeters, zoals 66 konijnen, 33 hazen, een handvol varkens en ga zo maar door. Er moet een boel zijn overbleven voor het keukenpersoneel.
De adellijke holle bolle Gijzen schijnen het te hebben overleefd, maar dat de dierenwereld zich staande heeft weten te houden gedurende al die eeuwen van willekeurige en vaak zinloze uitroeiing, komt alleen doordat er vroeger simpelweg nog niet zo veel mensen waren. Dat was in het jaar 1900 wel anders! En er was beslist geen reiger meer overgebleven als niet de Eerste Wereldoorlog was uitgebroken. De verenrage was even snel voorbij als ze gekomen was. Ze verdween als een veertje in de wind. Maar de Camargue zag haar zilverreigers pas in 1920 weer terug. En die betoonden zich bijzonder levenslustig. Al een paar decennia later broedde er opnieuw het merendeel van de Europese populatie.
En zo is het natuurlijk ook bedoeld. Die witte, bijna tropische schoonheden horen als vanzelfsprekend bij het overweldigende blauw van de hemel, de zinderende vlaktes, de fonkelende lagunes en étangs, de zwarte stieren en de crins blancs, de befaamde witte Camargue-paarden. Ook al menen ze zich als gevolg van de réchauffement de la terre steeds noordelijker te moeten gaan vestigen, de aigrettes garzettes zijn en blijven onlosmakelijk verbonden met het Zuid-Franse waterland.