Leven in Frankrijk
Elk kwartaal de mooiste huizen, tuinen, de beste gerechten, de leukste bestemmingen en portretten van Nederlanders in Frankrijk. Plus advies en tips van experts en lezers.


Adverteren?
 
   
Leven in Frankrijk, zomer
jaargang:2010
nummer:3
Leven in Frankrijk, voorjaar
jaargang:2010
nummer:2
Leven in Frankrijk
jaargang:2010
nummer:1
Leven in Frankrijk
jaargang:2009
nummer:4
Leven in Frankrijk
jaargang:2009
nummer:3
Leven in Frankrijk
jaargang:2009
nummer:2
LEVEN IN FRANKRIJK, ZOMER
jaargang:2010
nummer:3

cover In deze editie:
Montpellier, het Parijs van het zuiden
Côte d'Opale, edelsteen aan het Kanaal
Résidence Les Eydins, verwennerij in de Provence
De keuken van Monet
Jan Wolkers in Parijs
Klik op de titel om het complete artikel te kunnen lezen.
   
Neem nu een abonnement!

En ontvang de reisgids 24 autoroutes Frankrijk t.w.v. € 24,95 bij een abonnement van

Voor vragen of informatie over abonnementen, bel 036 5307108.
Montpellier, het Parijs van het zuiden
Knusse metropool aan de Méditerranée, met Zuid-Franse flair en een vleug Spaanse allure.

Elke vierde inwoner is student in Montpellier, de relaxte provinciestad met zijn Zuid-Franse flair en een flinke vleug Spaanse allure. De beroemdste architecten onderbouwen de grootse ambities van het stadsbestuur om een wereldstad te worden ‘met uitzicht op zee’. En tegelijkertijd blijft de eeuwenoude binnenstad een onweerstaanbare magneet voor bohemiens en jonge romantici.

Een moeder heeft haar handdoek uitgespreid, haar tenen strekken zich uit naar de zon, en met één hand houdt ze haar boek vast. Over de blauwe rubberen klompjes van haar zoontje lopen waterstraaltjes. Met een nieuwsgierige glimlach richt hij zijn grote ogen op de fontein. In zijn zwembroek wacht hij tot het plein verandert in een zee van druppels.
De zee midden in Montpellier; onder de fontein op de Place du Nombre d’Or in het hart van het nieuwe stadscentrum lijkt die erg dichtbij. Geen fontein om naar te kijken, maar eentje om doorheen te huppelen, in te baden, te spetteren, te pootjebaden en bij te zonnen. Een groep toeristen blijft midden op het plein staan. Eerbiedig draaien hun gezichten naar boven, waar de hemel wordt doorkliefd door de massieve zandstenen zuilen van de huizen. Dit deel van de stad, Antigone, heeft Montpellier – twee uur rijden ten westen van Marseille – wereldwijde bekendheid gegeven. Antigone staat vol neoclassicistische gebouwen in Griekse stijl, met imposante pilaren die aan de bovenkant van de woonhuizen overgaan in balkons. In het water van de fontein staan figuren uit de Griekse mythologie. Moet deze haast bombastische grootsheid soms tegenwicht bieden aan de goed bewaard gebleven oude binnenstad – helemaal autovrij! – met zijn kloppende hart, de Place de la Comédie, en de knusse straatjes en pleinen met terrasjes? Aan de majestueuze Place du Peyrou, waar de Arc de Triomphe het begin vormt van het eeuwen­oude aquaduct dat nog door de stad loopt en waarvandaan je een weids uitzicht hebt op de stad en zijn mediterrane omgeving.

Nieuwe identieit
Hoe vaak heeft Omar Migliore hier al niet op de zandstenen balustrade gezeten en toegekeken hoe de fototoestellen klikken, hoe de monden open staan, hoe de kinderen zijn werk als een strandspeelplaats beschouwen. In het begin van de jaren tachtig bouwde de Spaanse architect hier het nieuwe Montpellier, naar een ontwerp van zijn beroemde Catalaanse landgenoot Ricardo Bofill.
Het heeft even geduurd voordat de inwoners hun nieuwe identiteit accepteerden. Hier stond vroeger een muur die de stadsgrens markeerde, militair terrein scheidde de stad van de zee.
‘Ze begrepen de architectuur niet, met maar weinig balkons, alles groots’, zegt Migliore. Hij draagt zijn blauw-wit gestreepte overhemd ver open en over zijn gebruinde borst hangt zijn zonnebril, waarmee hij zijn woorden kracht bijzet. Achter de lange glazen puien verschuilt zich sociale woningbouw, de zogenaamde HLM (Habitation à Loyer Modéré): Antigone is gebouwd voor mensen met lage inkomens.
‘De volgorde van de pleinen is volledig afgestemd op die in het oude centrum. We hebben de oude binnenstad modern uitgebreid’, verklaart Migliore, die met zijn gezin in Montpellier is gebleven. Niets zou hem hier weer weg kunnen krijgen. Hij is nog altijd trots op de moderne aanblik, op dit deel dat de stad maakt tot een unicum aan de Middellandse Zee. 
Vanaf de fontein wandelen we een kleine tien minuten tot aan de grootse afsluiting van Antigone, de in een halve cirkel aangelegde Place de l’Europe. Op het frisgroene gras liggen studenten met boeken, op de terrassen van de restaurants rinkelt het bestek, in de verte kondigt de blauwe tram zijn komst aan.
Het kleine riviertje Lez stroomt aan onze voeten, erboven troont het regionale hoofdkantoor, een grotendeels glazen bouwwerk met zo’n imposant uitzicht dat je aan werken nauwelijks toekomt. Verschillende groepjes jonge mensen haasten zich over de brug naar de nieuwe campus van de economische universiteit om colleges bij te wonen.

Beroemde architecten
Zestigduizend studenten telt de stad, elke vierde inwoner woont hier vanwege een studie aan een van de vier academische instellingen. ‘Elke dag komen er tien nieuwe inwoners bij’, zegt Philippe Saurel, als hij bij het Bassin Jacques-Coeur uit zijn zwarte dienst-Renault stapt. Om hem heen ontstaat op dit moment de volgende wijk, met in het hart daarvan het nieuwe gemeentehuis, dat de hoogte ingaat. ‘Met de bouw van Antigone hebben we de groei van de stad willen stimuleren. We willen een wereldstad worden. Dat kunnen we alleen met behulp van een verbinding met het water en in samenwerking met de kleinere plaatsen aan zee. We willen een metropool zijn met uitzicht op zee’, legt de wethouder, die verantwoordelijk is voor de inrichting van de stad, in zijn bloemrijke Frans uit. Hij is een lange, slanke man met zwart haar die met veel bezieling over zijn geboorteplaats spreekt. ‘Toen Antigone gereed was, ben ik daar vanuit het oude centrum komen wonen en heb daar mijn tandartspraktijk geopend. Nu ben ik opnieuw verhuisd’, zegt hij en zijn ogen dwalen naar een van de dakappartementen aan het Bassin.
Voor elk van de nieuwe wijken huurt de stad befaamde architecten in. Voor het gemeentehuis niemand minder dan Jean Nouvel. Deze Fransman werd in 2008 voor zijn levenswerk onderscheiden met de Prix Pritzker, de meest gerenommeerde architectuurprijs. ‘Het wordt een blauwe balk, gevormd als een blauwe diamant op een bed van groen’, dweept Saurel terwijl hij naar het bouwterrein kijkt.
Het is een kleine tien kilometer van hier tot aan de lange zandstranden van Carnon. Met elk huis, dat op dit moment wordt gebouwd, wordt de afstand korter. ‘Aan het kleine meer Bassin Jacques-Coeur willen we een haven aanleggen en het met de Lez verbinden. Dan kun je met de boot van het gemeentehuis tot aan de zee varen’, is Philippe Saurels toekomstbeeld.
Met tentharingen heeft een oudere heer zijn drie schermen in het fijne, lichte zand vastgezet. Hij strekt zijn benen op de stretcher en duikt in zijn boek. Het is een maandagmorgen bij Petit Travers, een van de mooiste stukken strand tussen de grote vakantie­parken van Palavas en La Grande Motte. De kleine golven overspoelen elkaar amper, en het water is zo helder dat je de kleine visjes die over de bodem zwemmen goed kunt zien. La Grande Motte is een in de jaren zestig ontstaan vakantieoord aan de kust, van terrasvormig aangelegde flats die Azteekse trappiramides moeten nabootsen. In de haven kun je ‘s middags genieten van mosselen en salade met verse schapenkaas in restaurant Le Delos, dat ‘s zomers vol zit met toeristen en ‘s winters met de plaatselijke bevolking. De Boulevard Raymond Dugrand, die door de vroegere burgemeester graag als ‘de Champs Elysées van Montpellier’ betiteld werd, voert terug de stad in, langs de ontelbare kranen die het materiaal rondzwaaien voor nog meer Montpellier.

Lees verder, ook voor tips & adressen in Montpellier, in Leven in Frankrijk nr. 3, zomer 2010.

Tekst Skadi Hofmann - Foto's Nele Siebel