Côte d'Opale, edelsteen aan het Kanaal
Een goed bewaard geheim, de kust van Nord-Pas de Calais. Eindeloze stranden, de twee beroemde 'Caps' en veel verse mosselen, op nog geen twee uur rijden van de Nederlandse grens.
Wie de kust volgt van Calais via Cap Blanc Nez naar Cap Gris Nez, geniet van een van de meest indrukwekkende kustlandschappen van Europa. Met brede zandstranden, uitgestrekte duinen, kliffen, krijtrotsen en nostalgische kustplaatsen waar je verse mosselen eet. En dat op nog geen twee uur rijden van de Nederlandse grens.
Hier begint, of eindigt, Frankrijk – naar gelang de reisrichting. De sympathieke filmkomedie uit 2008 Bienvenue chez les Ch’tis maakte de regio Nord-Pas de Calais op slag bekend buiten Frankrijk. De meesten kennen de omgeving van het Kanaal echter slechts als doorreis-gebied dat ze in de tgv of met de auto doorkruisen als ze uit Parijs of Brussel door de Eurotunnel naar Londen zoeven. Wie benieuwd is naar een echte schat van deze streek, last een stop in aan de Côte d’Opale en verkent deze met de fiets of te voet.
Het rijkelijk versierde belfort van Calais, de typische klokkentoren in Vlaamse stijl, doet sterk denken aan de Big Ben in Londen. Ook de Engelstalige bewegwijzering verraadt dat Engeland nabij is. In de haven komen en gaan de veerboten kort na elkaar, pendelend tussen Calais en Dover. Als een lange houten kralenketting staan de strandhuisjes op het strand van Calais aaneengeregen. Ze zijn allemaal van hout, maar verder ziet elk exemplaar er anders uit; simpele, maar mooie strandarchitectuur.
De eerste etappe van de kustwandeling leidt naar het pakweg zeven kilometer verderop gelegen Sangatte – het het best op blote voeten over het harde zand dat door het getij is blootgelegd. In de bodem onder Sangatte duikt de Eurotunnel onder het Kanaal. Het tunnelportaal ligt achter een verhoging, zo’n drie kilometer landinwaarts.
Voorbij Sangatte zien we de krijtrots die snel steeds hoger wordt. De uit het krijt gevallen en gepolijste vuurstenen knarsen onder je voeten en rinkelen als glas als je ze tegen elkaar slaat. Na een kilometer of drie rijst een imposante, 132 meter hoge klip boven zee op: de Cap Blanc Nez. Wie vanaf die hoogte wil genieten van het adembenemende uitzicht tot aan Dover, moet in Sangatte het strand verlaten en de landweg volgen die de kaap op leidt. Maar let op: kom in geen geval te dicht bij de rand van de klip! Ook wie over het strand veilig en met droge voeten verder wil wandelen, moet twee dingen goed in de gaten houden: genoeg afstand tot de klip bewaren (in verband met steenslag) en op het getij letten – pas ter hoogte van het dorpje Skale (Escalles), direct na Cap Blanc Nez, is er weer een strandovergang. Van daar is de kaap met zijn grote obelisk, die deze morgen nog in nevel gehuld is, ook bereikbaar.
Fossielen en De Gaulle
Na een tijdje wordt het uitzicht weidser in de kronkelende baai van Wissant, die wordt afgesloten door de Cap Gris Nez, ons einddoel. De nevel trekt op en geleidelijk droogt de zon het vochtige zand. Het is alsof je zweeft: de wind voert het zand dicht boven de grond, een aangenaam gevoel aan je voeten, als een peeling. Na de strandovergang bij Skale stijgt de krijtrots nog verder, om daarna weer te dalen tot aan de zandduinen van Wissant. Op dit gedeelte kun je met wat geluk fossielen vinden, bijvoorbeeld ammonieten uit de krijttijd, de eindtijd van de dinosauriërs.
Vanuit Wissant (van het Nederlandse ‘Witzand’) schijnt Caesar Groot-Brittannië te hebben veroverd. Talrijke stormvloeden leidden in de 18de eeuw tot de verzanding van de haven van Wissant. Bij goed zicht is de Engelse kust vlakbij, of omgekeerd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hier de landing van de geallieerden verwacht. De talrijke bunkers in de wijde en vlakke baai van Wissant getuigen vandaag de dag nog van deze (onterechte) verwachting. Vanuit de betonnen kolossen, die normaal geen geluid voortbrengen, klinkt onheilspellend geruis als ze door de vloed worden overspoeld.
De met afstand beroemdste ‘Ch’ti’ - de verzamelnaam voor de bewoners van de Franse regio’s Nord-Pas de Calais en Picardië is na het succes van de eerdergenoemde film sterk in populariteit toegenomen – is Charles de Gaulle, die zijn vakanties altijd doorbracht in Wissant. De gedenkplaat bij een bescheiden villa herinnert aan de Franse generaal en president.
Tussen Wissant en de Cap Gris Nez duiken, vooral bij eb, bruinkoollagen op; miljoenen jaren oude plantenresten en hele boomstammen zijn erin te ontdekken. De regio Nord-Pas de Calais is een bekend kolendistrict. Als de eb inzet, komt plotseling een ‘zwart leger’ uit de schuimende golven tevoorschijn, netjes in het gelid. Schrik niet, het zijn slechts mosselen die hier aan houten palen gekweekt worden, de moules de bouchot.
Lees verder, ook voor tips & adressen aan de Opaalkust, in Leven in Frankrijk nr. 3, zomer 2010.
Tekst & foto's Markus Brupbacher