Huizenaanbod

Columns
isabelle-flipse

Een complexe nalatenschap deel II

Isabelle Flipse

 

Isabelle Flipse is intermediar voor Franse juridische zaken. 
www.kantoorflipse.nl

Dit is deel twee over de afwikkeling van niet-alledaagse erfenissen. Deel één las u in de nazomereditie van dit blad en vindt u op mijn website. We stelden vast dat meneer A de vier hectare met ‘vu mer’ kocht samen met twee buren, maar dat de kadastrale verdeling nooit werd geformaliseerd. De drie zijn dus onverdeeld eigenaar (en indivision). Dat is lastig, nu bij verkoop van een aandeel in een onverdeeldheid in beginsel alle eigenaars moeten meewerken. Dat A veruit het grootste deel van de grond betaalde maakt daarbij niet uit. Eén van de twee mede-eigenaars blijkt te zijn overleden, terwijl de ander gescheiden is, en failliet. Diens ex-echtgenote heeft nog een belang in de eigendom. Daarnaast blijkt de overleden mede-eigenaar maar liefst zeven erfgenamen te hebben, met wie allemaal contact zal moeten worden gezocht. Nu maar hopen dat zij ‘on speaking terms’ zijn en dezelfde ideeën hebben over het landje van hun grootvader.

Parallel onderzoeken we een alternatief: om de vereiste medewerking bij verkoop van de onverdeelde eigendom te omzeilen, zou de splitsing alsnog geformaliseerd kunnen worden. Immers, is het totaal eenmaal gesplitst zoals bedoeld in 1985, kan ieder met zijn (deel)perceel doen wat hij wil. Maar ook hier doemen al gauw nieuwe complicaties op: het landmeetkundig bureau heeft het dossier na 20 jaar vernietigd. Het hele grondstuk zal dus opnieuw moeten worden ingemeten. Daarnaast beslaat de 2½ hectare van A twee gedeelten, waarvan het ene zodanig gesitueerd is dat het enkel via andermans deel toegankelijk zal zijn. Bij splitsing moet dus sowieso een recht van overpad worden gevestigd, wat uiteraard ook medewerking van die mede-eigenaar vergt. Volgt u het nog? Geeft niet, maar wordt nog veel ingewikkelder.

Hoewel formalisering van de splitsing dus vooralsnog geen soelaas biedt, besluiten we om de landmeter er toch vast bij te roepen. Mijn cliënten willen nu ook weten welke delen hun (groot)vader precies beoogde te verkrijgen. Daarnaast zullen we, in welke vorm er ook verkocht wordt, aan een koper exact moeten kunnen tonen wat hij koopt. Het verrast niet dat de géomètre-expert van toen niet meer bij het bureau werkzaam is maar zijn opvolgers hebben zin in deze uitdagende klus. We spreken af om eerst de situatie ter plaatse te beoordelen. We trekken oude jeans en onze bergschoenen aan en gaan het veld in. En ook dat wordt een avontuur. Wordt vervolgd…

Columns
hein-verdam

Draaiboek

Hein Verdam

 

Hein Verdam is auteur van het boek ‘Een eigen huis in Frankrijk- kiezen, kopen & opknappen’. Meer info: heinverdam@planet.nl

Tussen de Nederlandse lock down en het Franse confinement in lukte het dan toch nog om twee weken in Frankrijk te zijn. In ons dorp was weinig veranderd. Alleen in de supermarkt verderop, daar was een mondkapje verplicht. Maar de oudere Franse dames vonden dat ze het kapje best even af mochten doen om elkaar te begroeten en te kussen. Een andere verandering was een nieuwe straatnaam en een echt huisnummer. De facteur, die elke dag zijn ronde doet in zijn gele bestelwagen, wist alle huizen wel te vinden. Maar pakketbezorgers en andere bezoekers moesten soms eindeloos zoeken en vragen. In plaats van de naam van ons gehucht, hameau of lieu dit is het adres van ons huis nu nummer 108, gevolgd door de straatnaam. Terwijl wij het eerste huis zijn aan deze weg. De overburen zijn het tweede huis aan hun kant. Zij hebben nummer 93. Hoe zit dit? Ik doe navraag bij een buurvrouw die bij La Poste werkt. Nous avons le systeme metrique, legt ze uit. Ja dat hebben wij ook, sinds Napoleon. Maar in dit geval betekent het dat de meters geteld worden vanaf het begin van de straat. Wij zitten dus 108 meter van de hoek waar onze straat begint.

Wat dit jaar ook anders is: dat ik dit jaar niet zelf het huis kan afsluiten voor de winter. Want kort na terugkomst in Nederland kleurt de regio waar het huis ligt alweer oranje. Niets gaat volgens draaiboek. We kunnen niet terugkomen in september zoals gepland. Tenminste niet zonder in quarantaine te gaan. Dan besef je hoe onhandig het is dat bijna elke handeling bij het afsluiten een gebruiksaanwijzing vereist. Waar zit precies dat aftapkraantje? Welk dekzeil gaat over de tuinstoelen? Het luik dat knelt, de sleutel die andersom draait, de juiste stekker die je alleen zelf weet te herkennen. Leg dat maar eens per telefoon of e-mail uit aan je Franse buurman, die van goede wil is, maar niet jouw gedachten kan lezen!

 

Tips

Natuurlijk wil je bepaalde dingen in en om het huis het liefst zelf doen. Maar om te zorgen dat familie en vrienden ook je huis kunnen gebruiken zonder dat jij erbij bent is het handig om duidelijke instructies op te stellen voor het in gebruik nemen en afsluiten van een huis. Het is handig om een soort draaiboek te maken, liefst geïllustreerd met foto’s voor extra duidelijkheid. Als je de instructies digitaal doorstuurt, kun je er zelfs korte filmpjes bijvoegen. Die zeggen soms meer dan hele lappen tekst.

Columns
lidewij-van-wilgen

Oogstromantiek

Lidewij van Wilgen

 

Lidewij is wijnmaker in de Languedoc op haar domein Terre des Dames.
www.terredesdames.com

Het voelt bijna ongepast om mijn gevlekte handen met zwarte rouwranden op het blinkend witte toetsenbord van mijn nieuwe computer te leggen. Na acht dagen oogsten heb ik het opgegeven om er nog representatief uit te zien. Ik draag kleren waar mijn dochters toen ze op het Lycée zaten al geen zin meer in hadden. Wat moet er ooit door het hoofd van mijn smaakvolle dochter Fiene zijn gegaan toen ze een paars T-shirt met een agressieve adelaar aanschafte? En wie heeft die zwarte jeans ooit tot zo’n scheve short verknipt? Het maakt me niet uit, met mijn met wijn bevlekte benen in rubberlaarzen valt er toch geen eer meer te behalen.
Ik klim op ladders, sleur met slangen en probeer de tien mensen die voor me in de wijngaard werken gemotiveerd te houden.
Ooit, achttien jaar geleden, toen we hier net waren aangekomen, had ik nog een klassiek romantisch beeld van de oogst. We hadden iemand die verantwoordelijk was voor de kelder, dus ik kon me volop storten op een mooie lunch die aan de spreekwoordelijke lange tafel geserveerd werd. Ik had er zelfs slingers van een hippe winkel uit Amsterdam boven gehangen. De plukkers dachten dat ik gek was, maar wat zag het er fotogeniek uit.

Een paar jaar later, toen ik de eindverantwoordelijke voor ALLES was geworden, bleef ik toch nog proberen lunches op tafel te zetten die ik tussen de aanvoer van de druiven in elkaar flanste. Ik zag foto’s van de oogst bij Ilja Gort voorbijkomen – daar was het pas gezellig. Maar ik werd eigenlijk steeds saaier. In tegenstelling tot Bordeaux is de Languedoc een superwarme regio. Plukkers die fijne wijntjes mogen drinken en daarna onder de brandende zon druiven moeten plukken krijgen weinig meer voor elkaar. De tijd tussen de aanvoer van nieuwe kisten met druiven begon steeds langer te worden en de trossen op de sorteertafel waren zo warm dat ze al leken te gisten. Zeker voor witte wijn en rosé – maar ook om de frisheid in de rode wijnen te behouden – is het zaak de druiven zo koel mogelijk in de tank te krijgen. Met de toename van mijn plezier en ambitie in wijn maken werd uiteindelijk alle romantiek gesmoord. Tegenwoordig gaat de wekker om half zes. Ik heb bij Decathlon voor iedere plukker een lamp gekocht die ze met een elastiek op hun hoofd kunnen zetten. Na een kopje koffie uit een totaal un cool apparaat waar zeker geen espresso’s of macchiato’s uitkomen jaag ik ze het stikdonker in.

En daar gaan ze. Van de schrik en de kou heerlijk fris en efficiënt plukken ze zo snel als ze kunnen. Als de eerste druiven binnenkomen, dampend van de ochtenddauw, gaat de zon net langzaam op boven de rotsen achter de wijngaarden. Om tien uur ga ik de wijngaard in met een kan koffie en, dit keer, een grote zak van de onovertroffen chouquettes van onze lokale bakker. We zitten tussen de wijnranken in de schaduw van een olijfboom. Het is niet heel glamoureus, maar wel gezellig. “Ik denk dat vanochtend de mooiste zonsopgang was die ik ooit heb gezien”, zegt een meisje. “Maar die boven de Syrah dan?” vraagt een jongen, “toen we helemaal bovenop de berg waren?” Hij trekt zijn smartphone uit zijn zak, een andere jongen doet hetzelfde. Schitterende beelden inderdaad waarmee ze op Instagram vast beter scoorden dan met foto’s van een zoveelste lunch. Vanmiddag heb ik tot half acht werk in de kelder. Maar zij liggen lekker in de koele rivier en zijn morgen weer fris. Ik geloof dat mijn concept zo gek nog niet is

Columns
stefan-de-vries

Les feuilles mortes

Stefan de Vries

 

Stefan de Vries woont en werkt in Parijs als correspondent voor RTL Nieuws, Euronews en BBC Radio.

Je hebt het niet altijd in de gaten, al flanerend over de brede boulevards langs gigantische monumenten en musea, maar Parijs is een van de dichtbevolkste steden ter wereld. Iedere vierkante kilometer wordt bewoond, bewerkt, beweend en soms bevochten door meer dan 21.000 mensen. Tel daar nog de vele forenzen bij op, de toeristen en zakelijke bezoekers en je komt tot soms benauwend mierennest. Zelfs de grootste liefhebbers van beton en asfalt, zoals ik, moeten af en toe even ontsnappen uit dat mierennest. Maar bij voorkeur een ontsnapping in de stad. Je moet er toch niet aan denken dat je op de campagne moet uitrusten, gehinderd door slechts het ruisen van de wind, zonder continu getoeter van auto’s en getetter van mensen?

Dan ga je dus naar een pleintje. Of beter nog, naar een park. Ik heb het geluk dat ik om de hoek zit van het Square René Le Gall, in het dertiende arrondissement. Ik heb nooit goed begrepen waarom in Parijs veel parkjes square heten, plein, terwijl we die in Nederland toch echt park zouden noemen. Alsof men probeert te zeggen: het is hier geen Versailles! Het is helemaal ingesloten en ligt wat lager dan de straten er omheen. Het is daardoor een aantrekkelijke leefkuil voor de buurt. Precies 32.213 vierkante meters telt mijn ‘park’, leert Wikipedia me. In de ruim elf jaar dat ik hier kom, ken ik die bijna allemaal.

De kiosque en de bankjes bleven al die tijd nagenoeg hetzelfde, maar de wereld er omheen niet. Zittend op een bankje trekt de verandering je maand na maand voorbij, zonder dat je er iets voor hoeft te doen. In Technicolor kleurt het park van diepgroen naar geeloranje gemengd met dieprood. Een paar dagen lang moet je dan zigzaggen tussen de prachtige, meer dan honderd jaar oude huizenhoge kastanjebomen om niet geraakt te worden door hun ruwe bolsters.

Weer iets later is alles bruin en voor je het weet zijn de bomen kaal. De zomerlol heeft plaatsgemaakt voor melancholie. Nagori noemen de Japanners dat, het verlangen naar het seizoen dat net verdween. Het is niet alleen de begroeiing die verandert. Mijn kinderen kropen onwennig rondjes in de zandbak, leerden ze lopen en fietsen, vierden er hun eerste vijf verjaardagen. Bijna iedere dag spelen ze hier met hun vriendjes, die net als zij ook steeds groter en mondiger worden. Iets verderop staat een roestige rij antieke schommels. Hier kunnen kinderen vijf minuten voor €1,50 heen en weer gaan. Terwijl ik zo hard mogelijk het metalen bakje in de vorm van een bootje duw, gilt mijn dochtertje in een mengeling van angst en enthousiasme “Plus haut papa, plus haut !”. Voor je het weet torent ze ook buiten de schommel boven me uit…

Een andere constante zijn de drie oudere dames. Iedere zondag rond drie uur ’s middags ontmoeten ze elkaar aan de voet van de twee grote trappen, naast het kleine zandbakje. Of het nu zussen zijn, of vriendinnen, of oud-collega’s wordt me nooit echt duidelijk. Dat ze het goed met elkaar kunnen vinden wel. Ver boven de zeventig en nog altijd gesoigneerd gekleed. Als de parkwachten voorbij lopen schateren ze als pubermeisjes. Wanneer die weer uit het zicht zijn, wordt duidelijk waarom. De middelste heeft een champagnefles in haar tas, en trekt die nu triomfantelijk tevoorschijn. Aan drie flûtes heeft ze ook gedacht. Er klinkt een beschaafde plop, en even later geniet het trio zichtbaar van de bubbels. Volgend jaar zijn ze er misschien niet meer. Dan herinnert alleen de vale kurk onder het bankje nog aan de verdwenen echo van hun vriendelijke gelach.

Ondanks de melancholie is het een geruststellende gedachte dat hoeveel dode blaadjes de stad straks ook zullen bedekken, er over een paar maanden overal weer groen ontkiemt.

Columns
remke-de-lange

Van arbane tot tannat

Remke de Lange

 

Remke de Lange is journalist, vinoloog, wijndocent en sommelier. In Australië en Zuid-Afrika maakte ze zelf wijn: Rem’s Row.

Chardonnay, cabernet sauvignon: geweldige druiven die Franse wijn wereldberoemd hebben gemaakt. Frankrijk heeft ook minder bekende druiven die, vaak zonder veel aandacht of eer, een bijdrage leveren aan de wijncultuur.

Sommige druiven zijn zulke makkelijke reizigers dat ze inmiddels op alle wijncontinenten staan aangeplant. Leuk voor wijnmakers die een groot publiek zoeken, maar de mondialisering van de wijnwereld in de laatste decennia heeft ook veel wijn opgeleverd die van overal en nergens zou kunnen komen. Het leuke is: er zijn veel druivenrassen die echt alleen op specifieke plekken voorkomen. Ook in Frankrijk kun je nog van alles ontdekken. Laten we een reisje maken langs de werkpaardjes onder de Franse druiven, van noord naar zuid.

Niet sexy
Zoeken in Champagne pinot noir en chardonnay de schijnwerpers op, de derde druif komt er vaak bekaaid vanaf. Dat terwijl meunier meestal ook in de fles zit. Champagne is in veel gevallen een blend van de drie, en allemaal hebben ze zo hun kracht.  Chardonnay zorgt voor finesse, elegantie en frisheid en pinot noir voor kracht en structuur. En meunier, de andere blauwe druif? Dat is de meest vlezige van de drie, de druif die vulling levert. Misschien geen sexy taakje, maar grote merken als Krug, Billecart Salmon, Bollinger kunnen niet zonder meunier. Gelukkig zijn er makers die de druif juist omarmen en champagnes maken van louter meunier. Komt ie toch nog tot z’n recht. De Champagnestreek heeft meer buitenbeentjes. Druiven als arbane en petit meslier staan hier en daar in de regio aangeplant en mogen mee in een blend. Meer en meer makers hebben oog voor juist deze druiven, die je elders niet zult tegenkomen.

De Loire streek wordt geroemd om z’n fijne frisse wijnen van sauvignon blanc, zoals Menetou Salon en Touraine. Chenin blanc en cabernet franc zullen veel mensen ook kennen, maar melon de bourgogne? Het is de druif die in het meest westelijke deel, waar de rivier bij Nantes uitmondt in de Atlantische oceaan, een lekkere wijn oplevert: Muscadet de Sevre et Maine. Licht, iets ziltig, met fijne bittertjes: een weinig pretentieuze wijn die mooi samengaat met wat je daar uit zee haalt. Wijnmakers houden tijdens de vatrijping de gistresten in de wijn en roeren die regelmatig om: zo wordt de frisse wijn iets ronder en voller. Op het etiket zie je dan ook ‘sur lie’ staan. Jura en Savoie zijn vreemde eenden in de vijver van Franse druivenrassen: er staan bijna alleen maar lokale druiven aangeplant. De witte savagnin en jacquère en de blauwe trousseau en mondeuse hebben het prima naar hun zin in de regio’s tegen en in de Franse Alpen, maar daarbuiten tref je ze nauwelijks aan.

De diva’s van Bordeaux
Cabernet sauvigon en merlot zijn het gouden koppel van Bordeaux. Heeft Cabernet meer tannines en kracht, merlot is wat ronder en sappiger: ze vullen elkaar perfect aan in ‘s werelds beroemdste rode wijn. Kenners onderscheiden graag de afkomst van de wijn: rechter- of linkeroever van de Gironne, die door het gebied stroomt? Traditioneel staat rechts meer merlot en is bijvoorbeeld St Emilion wat toegankelijker dan linkeroever Pauillac, een wat stuursere wijn met veel cabernet sauvignon. In de praktijk worden beide diva’s vaak stilletjes ondersteund door cabernet franc, malbec en petit verdot. De laatste is een bescheiden druif die in Frankrijk altijd wordt ingezet als assemblage partner: een wijn van louter petit verdot is een zeldzaamheid. Dat terwijl ie met z’n tannines en kruidigheid veel moois extra geeft aan Bordeaux wijnen. De Rhône vallei wordt verdeeld in noord en zuid. In de noordelijker, steilere wijngaarden langs de rivier staat veel syrah, in het warmere, opener zuiden is grenache de smaakbepaler van de rode blends. Aan de witte kant komen we leuke verrassingen tegen: witte Rhône wijnen zijn blends van druiven die typisch zijn voor deze streek en, behalve viognier, buiten de vallei weinig voorkomen: grenache blanc, marsanne en roussanne. Samen leveren ze geweldige fruitig-zwoele wijnen op.

Tradities in het zuiden
De Provence kennen we vooral van rosé, vaak gemaakt van grenache, syrah en cinsault. Een minder bekende naam is tibouren, terwijl ie vaak een bijdrage levert aan de lichtroze gekleurde wijnen. Slechts heel af en toe mag ie in z’n eentje rode wijn worden. Languedoc Roussillon is een grote regio waar je in de wijngaarden van alles en nog wat tegenkomt. Alleen in het subgebiedje Limoux, bij Carcassonne, tref je mauzac aan, een witte druif die samen met chardonnay wordt gebruikt voor de lokale mousserende wijn: Blanquette de Limoux. In het oosten van het gebied, aan de Middellandse Zee-kust, vind je een ander eigenaardig druifje: picpoul. Rond de gemeente Pinet wordt er een heerlijk frisse, lichte witte wijn van gemaakt. Picpoul de Pinet verkeert graag in gezelschap van een schelpdiertje of gegrild visje.

 

De Sud-Ouest, het gebied ten zuiden van Bordeaux richting de Pyreneëen, wemelt van de minder bekende druiven. Het is een gebied waar de tijd minder snel lijkt te gaan dan elders en tradities diep verankerd zijn in de wijn- en eetcultuur. Gelukkig maar, want men maakt er stevige rode wijnen van de donkere, tanninerijk tannat en sappige, droge en zoete witte wijnen van gros manseng en petit manseng. Tradities kunnen mooie, heel eigen, wijnen opleveren.

 

Voor avontuur en exotisme naar de andere kant van de wereld? Niet nodig. Als wijnliefhebber kun je gewoon naar de Franse gebieden die je dacht te kennen.

 

 

Remke de Lange