Huizenaanbod

Columns
remke-de-lange

Het knisperende achternichtje van champagne

Remke de Lange

 

Remke de Lange is journalist, vinoloog, wijndocent en sommelier. In Australië en Zuid-Afrika maakte ze zelf wijn: Rem’s Row.

Champagne, dat is bubbels. Toch? Tuurlijk. Toch wordt in Champagne ook stille wijn gemaakt, met een eigen naam: côteaux champenois. De wijnen zijn levendig en fris, met sappig vrolijk fruit, verfijnde zuren en specerijen, en spannende bitters. Een belevenis om te proeven.

Lang voordat Frankrijks noordelijkste wijnstreek beroemd werd om z’n bubbels, was Champagne al een veelgeprezen wijngebied. Pinot noir voelt zich er al eeuwen thuis en bezorgde rode wijnen uit bijvoorbeeld de gemeente Bouzy een uitstekende naam. Toen men begin 19de eeuw onder de knie kreeg hoe je de belletjes in de fles houdt en die, met druk en al, veilig transporteert, groeide de internationale reputatie van champagne. Logisch dat wijnmakers zich meer en meer toelegden op mousserende wijn.

Toch is stille wijn nooit verdwenen. In 1974 werd er een beschermde oorsprongsbenaming voor geïntroduceerd: AOC côteaux champenois. In 1978 werden er jaarlijks nog vier miljoen flessen van geproduceerd, vandaag de dag zo’n 100.000 flessen. Een fractie van de 300 miljoen flessen schuimwijn die de wijnstreek jaarlijks maakt. Evengoed een gekoesterd deel dat recent meer aandacht krijgt, van makers én proevers.

Klimaatverandering
Hoe dat komt? Klimaatverandering speelt een rol. Champagne is een zeer koele wijnstreek waar het historisch een opgave kon zijn om druiven voldoende rijp te krijgen voor een serieus glas. De wijn een tweede keer laten vergisten om er bubbels in te krijgen, bleek een geweldige uitkomst om van potentieel magere wijn iets bijzonders te maken. Het wordt warmer. Champagnemaker Jerôme Dehours, gevestigd in de Marne vallei, maakte in 2002 zijn eerste côteaux champenois en ziet het sindsdien makkelijker worden om stille wijn van goede kwaliteit te maken. ‘De stokken lopen eerder uit, we oogsten eerder: de druiven worden rijper.’

Experiment
Culturele veranderingen zijn er ook. Naast klassieke huizen als Veuve Clicquot, Ruinart en Billecart-Salmon die de wereld veroverden met een constante, eigen huisstijl gemaakt van deels ingekochte druiven, zie je in Champagne de opkomst van een ander type producent: vignerons. Deze wijnmakers met kleine domeinen en eigen wijngaarden beschouwen hun champagne meer als wíjn. Ze maken heel droge champagnes die per oogstjaar van smaak kunnen verschillen en die hun afkomst, of terroir, uitdrukken. En ze houden van experiment.

In Côte des Bar, het zuidelijkste deel van deze wijnregio, nam de jonge Thibaud Brocard in 2009 het familiebedrijf over. Met werkervaring in Bourgogne wilde hij dolgraag ook rode wijn maken. Zijn vader had dat een paar jaar daarvoor voor het laatst gedaan: te lastig om te verkopen. Thibaud koos een eigen richting. Niet alleen schakelde hij meteen over op biologisch werken met zo weinig mogelijk sulfiet, stille wijn stond ook op zijn verlanglijstje. Van pinot noir maakt hij ‘Wild Wild Yeast’, een rode stille wijn die van fruitigheid je glas uitspringt. ‘Mijn doel was een gamay-achtige wijn maken’, verklaart hij, doelend op de lichtvoetige rode wijnen uit Beaujolais.

Jerôme Dehours maakt stille wijnen van chardonnay en meunier, alleen in goede jaren en van specifieke wijngaarden waar de druiven het best rijpen. Hooguit zo’n 2000 flessen. Dat verklaart waarom je hetzelfde betaalt als voor de wijnen mét bubbels: côteaux champenois begint bij zo’n €45. Dehours: ‘Je maakt kleine hoeveelheden, van druiven die heel rijp moeten zijn, en je hebt aparte flessen, kurken en een andere bottelingmachine nodig: een paar duizend flessen côteaux kosten evenveel tijd en werk als 20.000 flessen champagne.’

 

De kleine domeinen mogen de experimentele voorhoede vormen, ook de klassieke maisons houden zich bezig met stille wijn. Bollinger maakte met ‘La Côte aux Enfants’ al een geroemde rode wijn. Louis Roederer lanceert dit jaar met ‘Camille’ twee stille wijnen uit 2018, opgedragen aan de vrouw die het bedrijf in de vorige eeuw door roerige tijden loodste. Weduwe Camille Olry-Roederer bepaalde dat er in de kelders naast champagne ook altijd stille wijn werd gemaakt: ze verraste er graag haar dinergasten mee. Haar achterkleinzoon zet die traditie voort, voor een breder publiek.

Liefhebbers moesten tot voor kort naar restaurants in Champagne en Parijs om zich côteaux champenois te laten inschenken. Maar de markt verandert. Ook buiten de landsgrenzen maken steeds meer avontuurlijke sommeliers hun gasten enthousiast voor het eigenwijze achternichtje uit Champagne.

De wijnen, die een beetje doen denken aan Bourgogne, zijn opmerkelijk levendig en fris, met sappig vrolijk fruit, verfijnde zuren en specerijen, en spannende bitters. ‘Knisperend’ is een woord dat Thibaud Brocard graag gebruikt. Een heel eigen wijn. Bubbels mogen zijn kracht zijn, stille wijn ziet Brocard helemaal zitten. ‘Met warmere jaren in het vooruitzicht zie ik een fantastische toekomst voor côteaux champenois.’

Columns
frank-renout

Hoop: met een traan en een lach

Frank Renout

 

Frank Renout is correspondent voor verschillende Nederlandse en buitenlandse media in Frankrijk, waaronder het ‘NOS Journaal’ en het AD. En hij is onze columnist.

Ik weet nog goed dat ik de eerste keer Béziers binnen kwam rijden. Een eeuwenoude stad vlak bij de Middellandse Zee, met monumenten, pleinen en parken en omringd door wijngaarden. Een idylle. Dacht ik. Maar het werd een cultuurschok. Béziers was pure armoede. Ik heb nog niet vaak in zó’n korte tijd zoveel vervallen huizen, autowrakken en dichtgetimmerde gevels gezien. Het stadscentrum – dat me in vervoering had moeten brengen, dacht ik – was een verzameling vuile straten met doelloos rondhangende jongeren.

Ik was er voor een politieke reportage. Béziers is decennia bestuurd door afwisselend rechtse en linkse burgemeesters. Ze kwamen en gingen. En de verloedering zette maar door, als woekerend onkruid. De kiezers lieten de oude traditionele partijen keihard vallen, ze voelden zich in de steek gelaten. De Biterrois, zoals de bewoners worden genoemd, stemden op ‘nieuweling’ Robert Ménard, die in 2014 burgemeester werd met steun van extreemrechts en die in 2020 werd herkozen.

Ik kan u verzekeren: Béziers is nog steeds éen van de armste steden van Frankrijk. De werkloosheid is er nog steeds enorm. In één van de achterstandswijken lopen de schoolkinderen nog steeds elke dag langs drugsdealers die op straat op een bankstel zitten dat uit een flat naar beneden is gegooid.

Frankrijk is een samenleving van uitersten, ook als het gaat om rijkdom en armoede. Al jarenlang kom ik met een blocnote, een recorder of een camera in achterstandswijken en banlieues. Het is treurnis alom.

Ik reed samen met mijn cameraman langs hoge flats in Sevran, ten noordoosten van Parijs, en er werden stenen naar onze auto gegooid. Een vriend verhuisde naar Romainville, daar vlakbij, en na enkele maanden werd voor zijn deur iemand neergestoken. In Sarcelles vertelde een bewoonster me hoe al haar buren, en ook zij zelf, elke avond drugs in zaten in te pakken voor de lokale dealers.

Ooit was ik op pad met een delegatie Nederlandse topambtenaren in Saint-Denis, een beruchte voorstad ten noorden van Parijs. Zij wilden perse een stukje lopen, ik besloot – door ervaring wijs geworden – de auto te nemen. De delegatie was nog maar net op pad of ze werden bestormd door jongeren, bespoten met traangas en beroofd.

Net als in Béziers worden er in heel Frankrijk wijken aan hun lot overgelaten. In 2015 zei toenmalig premier Manuel Valls dat er in Frankrijk ‘geografische, sociale en etnische apartheid’ bestaat. Dagblad Libération heeft een heel dossier online staan met verhalen over immigratie en discriminatie, over misdaad en verdeeldheid onder de kop ‘Hoe maken we een einde aan de Franse apartheid?’

Ik zal u niet vermoeien met verhalen over politici die veel beloven en weinig doen.

Wat me hoop geeft: bewoners. Ik reed mee met een ex-crimineel die zijn camper ombouwde, Frankrijk doortrekt, en probleemjongeren opzoekt om uit te leggen hoe ze hun leven kunnen beteren. Een meisje vertelde me dat een leraar op haar banlieueschool de enige was die haar stimuleerde om door te leren. Dat deed ze, met succes. Ik sprak in Marseille met moeders van probleemkinderen, die de handen ineen sloegen om hun kinderen van straat te houden.

En een aparte vermelding verdient Latifa Ibn Ziaten. Zij is de moeder van Imad, die in 2012 werd gedood door terrorist Mohammed Merah, afkomstig uit zo’n probleemwijk.

Latifa Ibn Ziaten reist sindsdien kriskras door Frankrijk. Ze staat voor schoolklassen en zoekt probleemjongeren op. En overal heeft ze dezelfde boodschap: criminaliteit en geweld dienen nergens toe. De dood van haar zoon heeft voor niemand iets ‘opgeleverd’.

Ibn Ziaten vertelt dat eenvoudig en ingetogen, maar ook betrokken en gevoelig. Soms met een lach en soms met een traan. Dat heeft impact op jongeren, ik zag het zelf. En daarvoor is ze inmiddels, en terecht, overladen met prijzen en onderscheidingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Columns
lidewij-van-wilgen

Monsieur Escande

Lidewij van Wilgen

 

Lidewij is wijnmaker in de Languedoc op haar domein Terre des Dames.
www.terredesdames.com

“Lidewij, je hebt bezoek!” roept mijn man Olivier vanaf het terras. Na een lange dag in de wijnkelder sta ik eindelijk onder de douche. Ik gluur door het open raam naar beneden en zie een vertrouwde verschijning op het grint: compact, trots rechtop, handen in de zakken van een door de tijd gepatineerde bruine broek. Met een tevreden blik kijkt hij om zich heen. Monsieur Escande.

Toen ik in Murviel kwam wonen was hij al een man op leeftijd, inmiddels is hij 93. Maar dat lijkt geen verschil te maken. Nog steeds rijdt hij op zijn roestige rode tractor langs het huis. Eén van zijn wijngaarden ligt achter het domein en van tijd tot tijd vindt hij het nodig om die zelf te ploegen. In de winter komt hij iedere paar dagen een ochtendje snoeien, al laat hij de rest over aan een ingehuurde knecht. Monsieur Escande is een instituut. Iedereen in het dorp weet wie hij is en nog steeds heeft hij een groepje oudere mannen om zich heen met wie hij sinds de lagere school bevriend is.

Hij is degene die me leerde dat de vijgenbomen aan de noordzijde van de wijngaarden er niet voor niets staan. De wind komt vanaf het Noorden en juist in vijgenbomen zitten minuscule spinnetjes die over de wijngaard uitwaaien en de schadelijke insecten eten. Op mijn landbouwschool had ik alles over acariens utiles, nuttige spinnetjes, geleerd, maar deze theorie over vijgenbomen kenden ze niet. Zoals meer van de kennis van de ouderen langzaam maar zeker verloren gaat.

Monsieur Escande vertelt zonder met zijn ogen te knipperen dat hout niet goed brandt als het met ‘de verkeerde maan’ is gekapt. Voor hem is het geen theorie, maar een simpel feit. Zijn vader wist dat, zijn opa, maar met de industrialisatie van de landbouw is al dit soort kennis losgelaten. Inmiddels verdiep ik me, zoals veel andere biologische wijnboeren, in de biodynamie. Veel ‘nieuwe inzichten’ waarin met name de stand van de maan een rol speelt. Maar Monsieur Escande en zijn voorgangers wisten dat al lang.

De reden voor zijn bezoek vandaag is volkomen onverwacht: hij komt me een cadeau brengen. Een boek van zeshonderd pagina’s met als enige onderwerp Murviel les Béziers, het dorp waar we beiden wonen. Geschreven door een historica die hier is opgegroeid, maar met een uitgebreid dankwoord aan de trotse man die hier voor me staat. Een deel van de romeinse objecten is door hem eigenhandig opgegraven en van de middeleeuwse dorpskern weet hij alles. Als ik hem voorstel om te gaan zitten is hij niet meer te stuiten: hij vertelt over zijn kindertijd in een dorp boven Murviel. Er was geen elektriciteit of verwarming in de school, kinderen gingen er alleen heen als het niet te koud of te donker was. Een paar weken per jaar dus maar. En daarna waren er de wijngaarden.

Hij wordt bijna emotioneel als hij het heeft over het laatste paard waarmee hij gewerkt heeft. Zijn compagnon die de wijngaarden net zo goed kende als hijzelf. Maar begin jaren zestig kocht hij zijn eerste tractor. “Nu pas zie ik hoe triest het was,” zegt hij, “alle mannen dromden zich samen om de tractor te bewonderen. En mijn paard verdween in een aanhanger. Helemaal alleen.”

Ik zie het voor me en ben samen met hem in die andere tijd, zo kort geleden, maar zo ontzettend ver weg. Ik ben blij dat ik het door hem nog kan zien.

Schrijfster Lidewij van Wilgen verhaalt over haar dagelijkse leven in Frankrijk.

Blogs
Isabel Flipse
isabelle-flipse
isabelle-flipse

Een complexe nalatenschap Slot

Isabelle Flipse

 

Een complexe nalatenschap, slot
Ik sluit af met de ontknoping van de kraak van de portierswoning. De eerdere episodes, met meer
details, leest u terug op mijn website.
Bij aankomst brandt er licht in het huisje, dat bij ons laatste bezoek toch heus leeg was. Rammelen noch
roepen leidt tot enige reactie. Daarom nog maar eens de politie gebeld. Maar het is al na negenen. “Belt
u morgenochtend maar terug”. Waarom trokken buren niet eerder aan de bel? Laksheid? Angst voor
represailles? Voor onze cliënten ontvouwt zich in elk geval een rampscenario. De Franse politie kan
nauwelijks nog iets uitrichten zodra krakers kunnen aantonen dat ze er enkele dagen zitten. Inmiddels
hangt de was aan de lijn, staat er wat tuinmeubilair, ligt er haardhout. De boel lijkt al weken bewoond.
Maar we hebben ons niet naar het Zuiden gehaast voor het starten van een papieren procedure. Er moet
iets gebeuren, en een brutaal mens heeft de halve wereld! Na twee lange dagen, nog vijf telefoontjes
met gendarmerie en Police Nationale en bezoek aan nog eens twee stations de police, treffen we
eindelijk een pragmatische policier die bereid is om de volgende ochtend een paar mannetjes te sturen.
Waarachtig: stipt 9:15 arriveert een Berlingo met drie agenten, die direct hun vermoeden uiten over de
herkomst van onze gasten. De Côte d’Azur wordt dat najaar namelijk overspoeld door Moldaviërs, die via
schimmige netwerken worden gelokt en volstrekt tevergeefs hopen op asiel. De frustratie over de
hiermee gepaard gaande overlast en criminaliteit leidt tot een creatief idee: we zullen – met rugdekking
van deze drie potige heren – onze krakers aanbieden om géén aangifte van inbraak te doen, mits ze nog
diezelfde dag zullen vertrekken. Strikt juridisch uiteraard kansloos. Maar een huis van een ander inpikken
is evenmin netjes, nietwaar?
Na lang kloppen opent een slaperige jongeman de deur. Hij spreekt geen Français, noch English. Wel
Russki en ein bisschen Deutsch, wellicht hopend dat wij dan wel bakzeil zullen halen. Helaas voor hem
spreekt mijn kantoorgenoot vloeiend Duits en verloopt de onderhandeling met de krakers – vier in
totaal, niet onvriendelijk en inderdaad uit Moldavië – verbluffend soepel. Ons gewaagde plan lijkt te
slagen! Dit stukje laat geen ruimte voor de sappige details maar het avontuur eindigt ermee dat wij de
krakers eigenhandig hebben helpen inpakken, zodat het huisje nog dezelfde middag kon worden
gebarricadeerd, om herhaling te voorkomen. Zoveel geluk zul je immers niet nog eens hebben.
Nu is de rust weergekeerd, de erfgenamen opgelucht en het vertrouwen in de afwikkeling van deze
erfenis hersteld. Die afwikkeling gáát plaatsvinden. Hij zal echter niet zo boeiend zijn, dat ik er nog meer
episodes aan wijd.

Blogs
isabelle-flipse
isabelle-flipse

Een complexe nalatenschap deel V1

Isabelle Flipse

 

Het feuilleton over de Franse erfenis die maar niet afgewikkeld raakt, wordt langer en langer, té lang eigenlijk. Maar de volgende anekdote zowel authentiek als spectaculair. Die kan ik u dus niet onthouden.

Op de vier hectare aan de Côte, waarvan mijn cliënten mede-eigenaar in bloot-eigendom zijn, stonden ooit een groot huis, een olijfgaard en schattig portiershuisje. Dat laatste vormt nu de enige tastbare herinnering, hoewel er van schattig geen sprake meer is. De meeste luiken werden dichtgeschroefd omdat ze er anders afvielen en het onkruid staat hoog in de dakgoten. Tegen mijn advies liet de vruchtgebruikster water en elektra echter nooit afsluiten, want ‘je weet maar nooit’.

Wat deze puissant rijke weduwe inderdaad niet wist, was dat zelfs zo’n vervallen stulpje interessant is voor mensen die voor nop op een prachtig plekje willen zitten, al is dat onder zeer primitieve omstandigheden. Midden november belt er een angstige buurman dat er sinds ‘een tijdje’ licht brandt en er ongure types rondscharrelen. De woorden squatteurs (krakers) en gitanes (zigeuners) vallen.

De politie wordt gebeld, tot drie keer toe. Maar men heeft de handen vol aan de gevolgen van recent noodweer in de regio. Verwende Hollanders die denken dat hun probleem tweeduizend kilometer verderop wel even door het plaatselijk gezag wordt opgelost, krijgen geen prioriteit.

Toch moet er iets gebeuren en wel heel snel. Want als je één ding niet wilt in je Franse huis, dan zijn het krakers. Als u denkt dat we het krakers in Nederlands makkelijk maken? In de Franse praktijk komt het erop neer dat een kraker die kan bewijzen dat hij zich 48 uur in het perceel heeft opgehouden, enkel nog via een civiele procedure kan worden uitgezet. De kans dat dat lukt, bestáát. Dat zo’n procedure langer dan een jaar duurt en tienduizenden euro’s kost, is vrijwel een zekerheid…

Mijn cliënten beseffen dit en vragen me ‘te redden wat er te redden valt’. Mijn kantoorgenoot en ik zijn daarom de volgende dag in de auto gesprongen en na twaalf uur rijden stonden we in het donker voor de poort. Het kettingslot bleek een ander exemplaar dan waarvan wij de sleutels hadden, in de verte was klein licht te zien en er stond een gammele bestelbus op het terrein. We hadden logés, zoveel was zeker.

Hoe pak je dat aan, als je vindt dat een knokploeg geen acceptabele optie is? Vergeeft u me dat ik hier toch nog één episode aan vastplak.

Columns
remke-de-lange

Tijdreizen

Remke de Lange

 

Remke de Lange is journalist, vinoloog, wijndocent en sommelier. In Australië en Zuid-Afrika maakte ze zelf wijn: Rem’s Row.

Toen de Amerikaanse wijnimporteur Kermit Lynch in de jaren tachtig door Frankrijk reisde zag de wijnwereld er anders uit dan nu. Dat is precies zo leuk aan het teruglezen van zijn ‘Adventures on the Wine Route’.

Wie als wijnliefhebber opgroeide met een geglobaliseerde markt kan zich nauwelijks voorstellen hoe groot de kloof een paar decennia geleden nog was tussen de oude en nieuwe wijnwereld. Een van de mensen die een formidabele brug sloeg was de Californische wijnimporteur Kermit Lynch. Als begin-dertiger opende hij begin jaren zeventig in Berkeley een wijnwinkel en begon met het importeren van wijn. Uit Frankijk natuurlijk. En dus ging hij zelf maar eens kijken in het land dat in die tijd de onbetwiste nummer één was: geen ander land had zo’n historische en culturele wijnstatus als Frankrijk.

Talloze reizen maakte hij naar de Bourgogne, Loire, Beaujolais en Provence. In 1988 deed hij met ‘Adventures on the Wine Route’ verslag van zijn ontmoetingen, observaties en proefervaringen. Toen al een bekroonde hit, werd het boek enkele jaren geleden opnieuw uitgegeven, met een epiloog waarin de schrijver terugblikt.

Keek Lynch destijds met een wat naïeve blik rond in dat voor hem exotische wijnland, met eenzelfde verwondering kun je nu als 21ste-eeuwer terugkijken op Frankrijk in een ander wijntijdperk. Het boek is een vermakelijk eerbetoon, waarin een Amerikaan even verbaasd als verguld is over wat hij aantreft in Franse kelders.

Excellente proever

Terwijl in zijn thuisland wijnmakers druk pionieren met technologische ontwikkelingen als temperatuurbeheersing en oogstmachines, [branding] en wijntoerisme komt Lynch op domeinen terecht waar de tijd stil lijkt te hebben gestaan. Zo gaat hij in de Loire op bezoek bij een negentigjarige wijnmaker die nog dagelijks, in overhemd met das, in de kelder te vinden is voor werkzaamheden die hij met de hand uitvoert. De man is een excellente proever: feilloos raadt hij het oogstjaar van een wijn. Wanneer hij een 27 jaar oude Vouvray inschenkt, gemaakt van chenin blanc, is Lynch verbaasd: Amerikanen zullen nooit geloven dat witte wijn zo goed kan ouderen. Dat verbaast de maker dan weer. “[Mais monsieur!] Ik heb hier flessen van honderd jaar oud!” En ja hoor, in de [cave du patron] liggen flessen uit 1874, 1858, 1847. Perfect drinkbaar. Hij bewaart ze voor zijn klein- en achterkleinkinderen.

Lynch proeft en proeft, wijnen ingeschonken door de makers. Maar als zijn favorieten een tijdje later in Californië arriveren, smaken ze heel anders. De wijnen hebben, zo blijkt, wekenlang op een schip door tropische gebieden gereisd en in warme douanehallen gestaan. Niet zo gek, dat de fut eruit is. Onacceptabel, vindt Lynch. En hij zorgt dat zijn wijntransport voortaan gekoeld plaatsvindt. Toen alleen een praktijk voor bederfelijke levensmiddelen, inmiddels gangbaar voor kwaliteitswijn.

Doorgaans verrukt van tradities ziet Lynch ook keerzijdes. In Bordeaux verkneukelt hij zich over het classificatiesysteem dat sinds 1855 bepaalt of een château als [premier] (of [deuxième, troisième]…) grand cru is aangemerkt. Ook als het inmiddels tien keer groter is geworden, de oogst vijf keer hoger is, de blends anders zijn samengesteld. Voor een Amerikaan zijn dit soort in marmer gehakte stelsels onbestaanbaar. Fransen, ‘met hun aristocratische erfenis, hun ervaring en traditie, benaderen wijn op een andere manier’, concludeert hij droogjes. Maar voor koppige makers heeft hij een zwak. In dezelfde streek stuit hij op een vrouwelijke wijnmaker, toen nog schaarser dan nu, met een kelder vol apparatuur van rond de vorige eeuwwisseling: die heeft z’n dienst bewezen, dus waarom veranderen?

Deze weduwe is ook een voorbode voor de veranderingen die het platteland van Frankrijk zullen kleuren: meer corporate beslissingen, schaalvergroting en bemoeienissen van aandeelhouders. Haar zoons, Parijse zakenlieden, zijn minder in haar wijn geïnteresseerd dan in het geld dat het domein kan opleveren.

Tussen melancholie en verwondering

En zo is Lynch eind jaren tachtig, al reizend, getuige van opkomende fenomenen die we van hedendaags Frankrijk kennen. In de Languedoc ontmoet hij een maker die de ambitie heeft om, zonder een deftige appellation, in een regio die tot dan bekendstond om goedkope bistrowijntjes, topwijnen te maken. Notabene van cabernet sauvignon, een druif die traditioneel helemaal niet voorkomt in dit diepe zuiden. Hoe zal dit uitpakken, vraagt Lynch zich af. Wij weten het nu. De wijnen van Mas de Daumas Gassac mogen de bescheiden aanduiding ‘vin de pays’ hebben, in de tussenliggende jaren zijn ze uitgegroeid tot een begrip: ze worden wel de grand cru van de Languedoc genoemd. De hele regio Languedoc is nu de spannendste wijnstreek van het land.

Als lezer reis je mee, voortdurend schakelend tussen toen en nu, tussen melancholie en verwondering. Lynch doet hetzelfde in de epiloog, in de heruitgave toegevoegd: hoe had hij kunnen voorzien dat natuurwijn – doorgaans ongefilterd en zonder toevoeging van sulfiet – zo’n rage zou worden, vooral in zijn eigen land.

Lynch liet Amerikanen kennismaken met minder bekende wijnen en druiven. Andersom confronteerde hij Fransen met zijn nuchtere buitenstaandersblik en een ver, overzees publiek dat recent wijn was gaan drinken. Dat die werelden dichter bij elkaar zijn gekomen, komt mede door nieuwsgierige ondernemers als Kermit Lynch.

En toch. Er is ook veel níet veranderd. Ook nu kun je in Frankrijk nog altijd terechtkomen bij wijnmakers die in donkere, muffe kelders en onooglijke ontvangstruimtes goede wijnen schenken. Gelukkig maar.

Kermit Lynch’ ‘Adventures on the Wine Route: A Wine Buyer’s Tour of France’ is te koop bij o.a. The American Book Center en Amazon (€17,59).

Columns
lidewij-van-wilgen

Stress in de wijngaard

Lidewij van Wilgen

 

Lidewij is wijnmaker in de Languedoc op haar domein Terre des Dames.
www.terredesdames.com

Stress in de wijngaard

Iedereen heeft zijn eigen nachtmerries. Die van mij draaiden de afgelopen weken om een grote zwarte berg op mijn parking. De landbouwkundig ingenieur gelijk: voor de kwaliteit mijn wijngaarden zou het fantastisch zijn om een goede dosis ‘marc de raisin’  te verspreiden. Als de druiven geperst zijn gaan de schillen naar de distillerie die er een sterke drank van brouwt die ze hier simpelweg ‘marc’ noemen of met wat meer fantasie ‘Eau de vie’. Alleen de opa’s gaan nog  langs om een paar lege flessen te laten vullen. Een geval van gemiste marketing natuurlijk – precies hetzelfde product met de naam ‘Grappa’ kan opeens wèl op een hip terras.

De schillen die na het distilleren overblijven zijn niet meteen interessant – er zijn grote machines voor nodig zijn om de boel regelmatig te keren en te laten composteren. Uiteindelijk blijft er weinig over en het is niet eenvoudig om aan marc van goede kwaliteit te komen. Na heel veel telefoontjes was er zestigduizend (!) kilo voor mij gereserveerd. Nu moest ik een bedrijf vinden dat het in de wijngaarden zou kunnen verspreiden.

Monsieur Cot, de man met de landbouwmachines uit het dorp, kwam uit beleefdheid langs. Hij was duidelijk:  mijn wijngaarden met antieke stenen muurtjes en bossages mogen dan wel ecologisch en zelfs pittoresk zijn; een man met een landbouwmachine houdt van rechte lijnen: grote percelen, ruim geplant, waar je lekker tot aan de horizon door kunt rijden. Ik belde uren met  andere bedrijven waarin vooral het woord ‘tournière’, de ruimte om te keren, het einde van het gesprek inluidde. Uiteindelijk was er een bedrijf dat geen problemen zag. Niet breder dan twee meter geplant? Geen probleem. Kleine percelen? Gaat lukken. Tot drie keer toe stelde ik de man voor om even te komen kijken, maar dat woof hij zelfverzekerd weg. ‘Je connais mon métier’.

Er werd een enorme berg zwarte materie op de parking uitgestort met de mededeling dat ik het zo snel mogelijk moest verwerken. ‘Als er regen op komt gaat het klonteren’. Ik zei trots dat het de volgende dag nog verspreid al zou worden, maar helaas: het bedrijf kwam niet opdagen en bleek opeens de hele week verhinderd. Dat weekend vielen er zware stortregens.
Pas twee weken later verschenen ze, precies de ochtend waarop ik de assemblage voor de nieuwe wijnen zou maken.  Na een beetje sympathieke peptalk liet ik de mannen hun ding doen en stortte me, met mijn oenologe,  op het proeven en ruiken van de blends. Nog geen half uur later klopte mijn werkman, Jean-François in paniek op het raam: ‘ze zijn gewoon weg gegaan!’ Woedend belde ik de baas, die niet verder kwam dan het woord ‘tournière’.

Nu begonnen mijn zwarte dromen, waarin ik met een klein kruiwagentje voor de enorme berg stond. Na uren schepen en op- en neer sjouwen tussen de wijngaarden was de berg nog net zo hoog. Die ochtend belde ik Monsieur Cot. Zuchtend kwam hij aan, zette zijn handen in zijn zij en keek me aan. ‘Bon, on ne vas pas vous laisser tomber’. We laten u niet zitten. Meteen de volgende dag kwam hij met een enorme bulldozer, gevolgd door zijn zoon in een tractor met een mest-machine. Het duurde lang, het was niet makkelijk, maar alle wijngaarden zijn gedaan. En de berg is helemaal weg. Achttien jaar nu dat ik hier woon en ik weet dat ik geluk heb: ze laten me echt niet vallen.

Schrijfster Lidewij van Wilgen verhaalt over haar dagelijkse leven in Frankrijk.

Blogs
isabelle-flipse
isabelle-flipse

Een complexe nalatenschap deel V

Isabelle Flipse

 

Isabelle Flipse is intermediar voor Franse juridische zaken. www.kantoorflipse.nl

In de voorgaande episodes over een enorm gecompliceerde Franse erfenis (u leest ze terug op mijn website) voerde ik u onder meer langs:
• de nooit geformaliseerde splitsing van een ooit gezamenlijk aangekocht perceel; de bron van alle problemen
• de avonturen rond het opnieuw in kaart brengen van de perceelgrenzen
• het probleem dat er gaandeweg steeds meer belanghebbenden betrokken raken
Het dossier loopt inmiddels ruim een jaar maar we moeten dóór. Dat de waarde van ‘ons perceel’ in de miljoenen loopt maakt gelukkig iets goed. Met een mix van tegen- en realiteitszin accepteert de vruchtgebruikster dat zij voorlopig weer voor de kosten zal moeten opdraaien. Hoewel tussen haar en mijn cliënten, de bloot-eigenaars, bepaald geen warme band bestaat beseffen allen dat het goed afronden van de zaak in ieders belang is.
Voordat we notaris en landmeter vragen de splitsing te formaliseren, ondernemen we nog eenmaal een poging om de situatie eenvoudiger te maken. Het overnemen van ‘aandeel B’ door mijn cliënten zal daaraan bijdragen. Het verlost B van een probleem (zie episode 4) en is zeker interessant voor mijn cliënten. ‘Perceel B’ vormt nu immers een enclave en die zal na splitsing bereikbaar moeten zijn vanaf de openbare weg. Alleen het mooie perceel van mijn cliënten biedt mogelijkheid voor de aanleg van een voldoende breed pad. Geen fijn vooruitzicht, temeer omdat perceel B voor een derde sowieso niet interessant is. Het biedt geen uitzicht en is maar matig  bebouwbaar. Wie zich een villa aan de Côte kan permitteren zal zeker niet deze kavel kiezen. Een kind kan dus zien dat ook de B’s belang hebben bij een redelijke deal, en wij beseffen dat buurmans erf maar eens te koop komt.
Het begrip redelijk blijkt rekbaar. Na lang aarzelen noemt B een prijs die onderhandelen bij voorbaat  zinloos maakt. De reden van het bedrag wordt na wat juridisch graafwerk duidelijk. Na afwikkeling van zijn faillissement ging Meneer B een nieuw zakelijk avontuur aan, waartoe hij veel geld leende. Als zekerheid laat hij hypotheek vestigen op ‘zijn’ Franse perceel. Onmogelijk denkt u? Hoe kun je hypotheek vestigen zonder medewerking van de mede-eigenaars (noch van de ex-echtgenote)? En toch is het gebeurd. Procederen ligt voor de hand maar zelfs al zou de hypotheek na een kostbare procedure zou worden vernietigd, dan is B’s schuld nog niet verdwenen. En met een tweede faillissement is ons belang evenmin gediend. We besluiten ons niet langer bezig te houden met zaken waarop we geen invloed hebben en rollen de mouwen op voor de volgende uitdagingen. Want die komen eraan!..

Columns
frank-renout

Zonder poeha

Frank Renout

 

Frank Renout is correspondent voor verschillende Nederlandse en buitenlandse media in Frankrijk, waaronder het ‘NOS Journaal’ en het AD. En hij is onze columnist.

 

Ik hield al van lekker eten, maar in Frankrijk heb ik geléérd om lekker te eten. Ik durf wel te zeggen dat wonen in Frankrijk een culinaire ontdekkingstocht is.

In de Luberon liep ik met geiten de bergen in om daarna, weer terug beneden, door de boer uitgelegd te krijgen hoe hij drie soorten geitenkaas maakte. Vakmanschap. In Parijs vertelde een top-sommelier me waarom hij bij ons hoofdgerecht een volstrekt onbekende wijn koos zónder AOC-keurmerk. Lef.
Maar de ontdekkingsreis begon thuis.
Onze buren – gepensioneerde boeren – hadden vroeger een aardbeienveld. Vanuit ons raam keken we er zo op uit. De aardbeien verkochten ze hoogstpersoonlijk aan restaurants in de omgeving. In ónze tuin staat een eeuwenoude acaciaboom. De buurvrouw vertelde – toen wij er nog niet woonden en ons huis leegstond – dat haar hele familie elk voorjaar op kousenvoeten onze tuin insloop en daar de bloemen van die boom plukte. “Daar vieren we altijd het begin van het voorjaar mee’’, zei ze. “Van de bloemen bakken we beignets en die eten we met de hele familie op.’’

Ze bedoelde natuurlijk: hoe moet dat, nu het huis door jullie bewoond wordt?

U snapt het. Elk voorjaar rukken wij nu uit met een ladder, plukken de bloemen, soms ook samen met de buren, en verdelen we de buit. In ruil kregen we van de buurvrouw haar beignetrecept.

De zondagslunch dan. Vrienden gebruikten de langdurige aangename meer-gangen-zit al snel om Bretonse bevrijdingsliederen in te zetten, een vriend trok er een zelfgemaakte fles likeur bij open. Hij hing daarvoor lege flessen in de boom, om piepkleine babyperen heen. Peer en fles worden later samen geplukt. Daar gaat de alcohol in en overheen. En bij de zondagslunch mogen wij dan meegenieten.

Restaurants zijn als een tweede huis voor veel Fransen. Als journalist mag je ook weleens in de keuken kijken en de kok het hemd van het lijf vragen. Een chef in een hotel in Parijs schotelde ons de allerlekkerste aubergine voor. Hij vertelde waar die vandaan kwam: van een boerderij aan de rand van de hoofdstad, onder de spreekwoordelijke rook van zakenwijk La Défense. Niet de plek waar je een groenten-walhalla verwacht, maar we gingen erheen en waren verkocht.

Om eerlijk te zijn, maakten koks me altijd een beetje achterdochtig. Ik vond het allemaal vaak te veel ego, poeha en vloeibare stikstof. Maar dat vooroordeel sneuvelde, nota bene dankzij ontmoetingen met de twee grootsten der groten.

Jaren geleden ontmoette ik Paul Bocuse, met de getatoeëerde haan op z’n bovenarm. Hij nam me niet alleen mee naar zijn sterrenrestaurant maar ook naar de broodjeszaak die hij net had geopend in Lyon. Bocuse – destijds drie Michelin-sterren – ontnuchterde al mijn Franse culinaire visioenen en vooroordelen met de opmerking dat ‘goedkoop niet slecht hoeft te zijn’. Zijn fastfoodrecept: betaalbare kwaliteitsbroodjes met kip of gerookte zalm. Studenten en bouwvakkers liepen er in en uit. De keten van brasserieën van Bocuse in Lyon, met een driegangendiner voor rond de 33 euro, zit niet voor niets elke avond vol.

Alain Ducasse is natuurlijk de erfgenaam van Bocuse. Maar dan degene die er als eerste topkok ter wereld in slaagde om een mondiaal culinair imperium op te zetten. Ducasse werd een merknaam met sterren en restaurants in Las Vegas tot Singapore, koksscholen en kookboeken (via ‘Uitgeverij Ducasse’), hotels en chocoladewinkels, een bootrestaurant en zelfs een culinair adviesbureau.

En toch. Ik at eens met hem in Parijs in zijn visrestaurant Rech en daar vertelde hij over de drie ingrediënten voor een goed gerecht: eerlijke kwaliteitsproducten, een simpele bereiding, en authentieke geuren en smaken. Natuurlijk mag de maaltijd worden opgemaakt als een kunstwerk, mag het tafelkleed chic ogen, en worden soms zijden handschoentjes aangetrokken om de kaas aan te snijden, maar de asperges en de griet die we er aten waren verfijnd in al hun eenvoud.
Niks ego of poeha.

 

 

 

 

 

 

 

 

Columns
remke-de-lange

Van arbane tot tannat

Remke de Lange

 

Remke de Lange is journalist, vinoloog, wijndocent en sommelier. In Australië en Zuid-Afrika maakte ze zelf wijn: Rem’s Row.

Chardonnay, cabernet sauvignon: geweldige druiven die Franse wijn wereldberoemd hebben gemaakt. Frankrijk heeft ook minder bekende druiven die, vaak zonder veel aandacht of eer, een bijdrage leveren aan de wijncultuur.

Sommige druiven zijn zulke makkelijke reizigers dat ze inmiddels op alle wijncontinenten staan aangeplant. Leuk voor wijnmakers die een groot publiek zoeken, maar de mondialisering van de wijnwereld in de laatste decennia heeft ook veel wijn opgeleverd die van overal en nergens zou kunnen komen. Het leuke is: er zijn veel druivenrassen die echt alleen op specifieke plekken voorkomen. Ook in Frankrijk kun je nog van alles ontdekken. Laten we een reisje maken langs de werkpaardjes onder de Franse druiven, van noord naar zuid.

Niet sexy
Zoeken in Champagne pinot noir en chardonnay de schijnwerpers op, de derde druif komt er vaak bekaaid vanaf. Dat terwijl meunier meestal ook in de fles zit. Champagne is in veel gevallen een blend van de drie, en allemaal hebben ze zo hun kracht.  Chardonnay zorgt voor finesse, elegantie en frisheid en pinot noir voor kracht en structuur. En meunier, de andere blauwe druif? Dat is de meest vlezige van de drie, de druif die vulling levert. Misschien geen sexy taakje, maar grote merken als Krug, Billecart Salmon, Bollinger kunnen niet zonder meunier. Gelukkig zijn er makers die de druif juist omarmen en champagnes maken van louter meunier. Komt ie toch nog tot z’n recht. De Champagnestreek heeft meer buitenbeentjes. Druiven als arbane en petit meslier staan hier en daar in de regio aangeplant en mogen mee in een blend. Meer en meer makers hebben oog voor juist deze druiven, die je elders niet zult tegenkomen.

De Loire streek wordt geroemd om z’n fijne frisse wijnen van sauvignon blanc, zoals Menetou Salon en Touraine. Chenin blanc en cabernet franc zullen veel mensen ook kennen, maar melon de bourgogne? Het is de druif die in het meest westelijke deel, waar de rivier bij Nantes uitmondt in de Atlantische oceaan, een lekkere wijn oplevert: Muscadet de Sevre et Maine. Licht, iets ziltig, met fijne bittertjes: een weinig pretentieuze wijn die mooi samengaat met wat je daar uit zee haalt. Wijnmakers houden tijdens de vatrijping de gistresten in de wijn en roeren die regelmatig om: zo wordt de frisse wijn iets ronder en voller. Op het etiket zie je dan ook ‘sur lie’ staan. Jura en Savoie zijn vreemde eenden in de vijver van Franse druivenrassen: er staan bijna alleen maar lokale druiven aangeplant. De witte savagnin en jacquère en de blauwe trousseau en mondeuse hebben het prima naar hun zin in de regio’s tegen en in de Franse Alpen, maar daarbuiten tref je ze nauwelijks aan.

De diva’s van Bordeaux
Cabernet sauvigon en merlot zijn het gouden koppel van Bordeaux. Heeft Cabernet meer tannines en kracht, merlot is wat ronder en sappiger: ze vullen elkaar perfect aan in ‘s werelds beroemdste rode wijn. Kenners onderscheiden graag de afkomst van de wijn: rechter- of linkeroever van de Gironne, die door het gebied stroomt? Traditioneel staat rechts meer merlot en is bijvoorbeeld St Emilion wat toegankelijker dan linkeroever Pauillac, een wat stuursere wijn met veel cabernet sauvignon. In de praktijk worden beide diva’s vaak stilletjes ondersteund door cabernet franc, malbec en petit verdot. De laatste is een bescheiden druif die in Frankrijk altijd wordt ingezet als assemblage partner: een wijn van louter petit verdot is een zeldzaamheid. Dat terwijl ie met z’n tannines en kruidigheid veel moois extra geeft aan Bordeaux wijnen. De Rhône vallei wordt verdeeld in noord en zuid. In de noordelijker, steilere wijngaarden langs de rivier staat veel syrah, in het warmere, opener zuiden is grenache de smaakbepaler van de rode blends. Aan de witte kant komen we leuke verrassingen tegen: witte Rhône wijnen zijn blends van druiven die typisch zijn voor deze streek en, behalve viognier, buiten de vallei weinig voorkomen: grenache blanc, marsanne en roussanne. Samen leveren ze geweldige fruitig-zwoele wijnen op.

Tradities in het zuiden
De Provence kennen we vooral van rosé, vaak gemaakt van grenache, syrah en cinsault. Een minder bekende naam is tibouren, terwijl ie vaak een bijdrage levert aan de lichtroze gekleurde wijnen. Slechts heel af en toe mag ie in z’n eentje rode wijn worden. Languedoc Roussillon is een grote regio waar je in de wijngaarden van alles en nog wat tegenkomt. Alleen in het subgebiedje Limoux, bij Carcassonne, tref je mauzac aan, een witte druif die samen met chardonnay wordt gebruikt voor de lokale mousserende wijn: Blanquette de Limoux. In het oosten van het gebied, aan de Middellandse Zee-kust, vind je een ander eigenaardig druifje: picpoul. Rond de gemeente Pinet wordt er een heerlijk frisse, lichte witte wijn van gemaakt. Picpoul de Pinet verkeert graag in gezelschap van een schelpdiertje of gegrild visje.

 

De Sud-Ouest, het gebied ten zuiden van Bordeaux richting de Pyreneëen, wemelt van de minder bekende druiven. Het is een gebied waar de tijd minder snel lijkt te gaan dan elders en tradities diep verankerd zijn in de wijn- en eetcultuur. Gelukkig maar, want men maakt er stevige rode wijnen van de donkere, tanninerijk tannat en sappige, droge en zoete witte wijnen van gros manseng en petit manseng. Tradities kunnen mooie, heel eigen, wijnen opleveren.

 

Voor avontuur en exotisme naar de andere kant van de wereld? Niet nodig. Als wijnliefhebber kun je gewoon naar de Franse gebieden die je dacht te kennen.

 

 

Remke de Lange