Wijnlandschappen, overal en altijd anders

Remke de Lange is journalist, vinoloog, wijndocent en sommelier. In Australië en Zuid-Afrika maakte ze zelf wijn: Rem’s Row.

Wijnlandschappen zijn prachtig. Wie door Frankrijk reist herkent wijngaarden meteen: opgesteld in strakke streepjes steken druivenstokken kordaat af tegen akkers, bossen, heuvels en oevers. Zo ziet Frankrijk er al eeuwen uit, en heel snel veranderen zal dat niet.

Wijn is niet alleen heerlijk om te drinken, de grondstof is al bijna even fijn om naar te kijken. Druiven groeien aan sierlijk slingerende planten die in keurige rijtjes een mooi geometrische afwisseling vormen op gewoontjes ogende gewassen of ruige omgevingen. Wijngaarden geven ieder landschap een even lieflijke als georganiseerde structuur.

Om de vruchtjes voor kwaliteitswijn zoveel mogelijk zon te gunnen, worden stokken doorgaans geplant op hellingen, soms huiveringwekkend steil. Stop eens voor een picknick in de berm langs viognier- of syrahstokken in de noordelijke Rhône: het terrassenlandschap, waar soms maar een of twee druivenrijen per niveau passen, vergroot geheid je plezier in de wijnen van Condrieu en Côte Rôtie – en je ontzag voor de volhardende mens die hier alles met de hand doet.

Zachte glooiingen in Elzas, stenige heuvels in Châteauneuf-du-Pape, wijngaarden met uitzicht op zee in de Provence: overal zijn wijngaarden een lust voor het oog. Toch is de ene wijngaard de andere niet. Compact één kant op geleid, losjes uitwaaierend: druivenplanten zien er verschillend uit. Per regio worden ze op uiteenlopende manieren onderhouden en gesnoeid. In koelere, nattere delen van het land – Bourgogne, Champagne – worden de stokken langs draden gespannen, en staan ze dicht op elkaar. In warmere, droge gebieden is de onderlinge afstand groter: op zoek naar water en voeding moeten de planten elkaar niet te veel in de weg zitten. In de Rhône krijgen planten vaak een stevige paal naast zich als steuntje tegen de fikse mistralwind die door het dal waait. In het warme zuiden van Frankrijk zie je druiven als grenache vaak losstaand groeien: zonder geleiding wordt de plant een wufte, knoestige struik met flink wat bladeren die de druiven schaduw geven.

 

Klimaat, bodem en traditie

In wat nu Frankrijk heet wordt al tweeduizend jaar onafgebroken wijn geproduceerd, en dat heeft veel kennis opgeleverd over de dynamiek tussen klimaat, bodem en traditie. Die vormt de basis van het Appellation d’Origine Protégée-systeem (AOP). Wijn is herleidbaar tot een plek, dat is het agrarische en culturele erfgoed dat Franse wijnmakers graag hoog houden. Met regelgeving wordt bijvoorbeeld bepaald welke druivenrassen je in een regio mag planten en wat de maximale opbrengst per hectare is. Natuurlijk zit er wat beweging in. Nieuwe appellaties komen erbij, geografische afbakeningen worden verlegd. Maar

fundamentele verschuivingen hoef je niet te verwachten. Dat is de kracht van het systeem. Én de zwakte. Want hoe beweeg je mee met een veranderende wereld?

Vanaf de jaren zeventig kreeg Frankrijk al te maken met de concurrentie van opkomende wijnlanden aan de andere kant van de wereld, waar wijnmakers alle vrijheid hebben. Met oogstmachines en irrigatie brachten producenten vanuit Chili en Australië betaalbare, soepele publiekswijnen op de markt waartegen traditionele Franse wijnen het dikwijls moesten afleggen.

Verkassen

Inmiddels dienen zich nieuwe uitdagingen aan. Zoals de klimaatcrisis. Klimaatverandering is in de wijnwereld onmiskenbaar voelbaar: gemiddeld warmere, droge zomers, zachtere winters en extreem weer merk je in de wijngaard. Vrijwel overal valt de oogst nu vroeger dan een aantal decennia geleden. Het lijkt natuurlijk leuk, rijper fruit. Zeker in koele gebieden als de Champagne, waar je vroeger maar moest hopen dat je fruit goed rijpte.

Maar wat zal er gebeuren met de ‘typische’ smaken die we kennen? Wat blijft er over van de heerlijke frisheid van sauvignon blanc uit de Loire als druiven met meer suikers vollere wijnen met meer alcohol opleveren? En hoe zal het warme regio’s vergaan als ze nog droger en heter worden?

In Zuid-Afrika en Argentinië kun je verkassen. Meer en meer wijnmakers zie je er nu wijngaarden aanleggen op koelere plekken: hoger in de bergen, dichter bij de kust. Fransen hebben minder opties. Je kunt wel verhuizen, maar de naam ‘bordeaux’ neem je niet mee naar honderd kilometer verderop.

En dus zullen Franse wijnmakers aanpassingen moeten verzinnen binnen de wijngaard: met de aanplant, snoei en pluk. En misschien met andere druivenrassen. In de Bordeaux worden al experimenten gedaan met een druif als touriga nacional, een Portugees die wel wat warmte aankan. Pech natuurlijk voor de fervente liefhebber van bordeaux-druiven cabernet sauvignon en merlot. Maar ja, druiven reizen al zo lang als de mens ze meeneemt.

Drinken we over honderd jaar nog wel bordeaux? Ja en nee. Dat zal ongetwijfeld een andere wijn zijn dan die wij nu kennen. Maar wel een wijn die tegen die tijd typisch is voor het klimaat, de bodem en de tradities van dat moment.

Want het moet wel heel raar lopen willen de Fransen geen wijn meer maken. Is het niet vanwege al die heerlijke smaken, dan wel vanwege de geweldige wijnlandschappen die Frankrijk tot Frankrijk maken.