Een tafel vol sterke drank

Olivier staat aan het aanrecht dikke hompen brood en bijna even dikke plakken kaas af te snijden. Ik kan het niet nalaten me ermee te bemoeien. “Gaan we straks niet eten bij Christian en Delphine?”
Hij kijkt me even niet-begrijpend aan voordat hij antwoord geeft. “Daarom juist”, zegt hij dan.
Een paar uur later weet ik dat hij gelijk had.

Toen ik hier zeventien jaar geleden aankwam, dacht ik dat het typerend was voor Zuid- Frankrijk. Je krijgt een uitnodiging voor een etentje, maar bij aankomst is er geen eten te bekennen. Wel staat de tafel vol met, vaak onaangebroken, flessen Ricard, Suze en andere lokale sterke drank. Het is een lief idee dat ze dat speciaal voor jou gekocht hebben, maar help, op een lege maag, precies op het moment dat ik honger begin te krijgen? Soms valt het mee en is het Champagne. Maar dan nog…

Dit keer is het een feest voor de verjaardag van een oude vriend van Olivier. Hoewel hij al jaren in Parijs woont heeft hij, zoals de meeste Fransen, het oude [maison de famille] aangehouden. Het is een flink stuk rijden voor we in een afgelegen dorp aankomen waar een paar herkauwende koeien ons glazig aan staan te kijken. Er zijn een paar boerderijen, een klein pleintje en een compacte kerk omgeven door oude platanen. Een wit karton tegen een lantaarnpaal geeft aan dat we voor Christian en Delphine naar de lokale [salle des fêtes] moeten. Misschien is dit ooit de oude school geweest, er is een groot plein, maar de lege ruimte met beige tegels roept verder geen warme historische gevoelens op. Gelukkig zijn alle bezoekers in een bijzonder goed humeur – we worden met open armen ontvangen en doorgestuurd naar een rijk gevuld buffet. Behalve Suze en Ricard lachen nu ook flessen whisky, wodka en drie soorten rum ons toe. Het is inmiddels kwart voor negen en ik begin behoorlijk trek te krijgen. Ik kan best stevig drinken, maar vermoed dat dit daarvoor niet het moment is. “Hebben jullie niet een glaasje witte wijn?” vraag ik zwakjes. Er wordt speciaal voor mij een fles geopend en een goed glas uit een kast getrokken, waarna ik me verlies in gesprekken met leuke mensen die grotendeels uit de stad komen.
Nu beginnen er voorzichtig wat hapjes door te komen, maar help, om tien uur ‘s avonds is een toastje met zalm niet genoeg om me overeind te houden. Uiteindelijk gaan we om half elf aan tafel – een uur later is het tijd voor het hoofdgerecht.

Volgens Marijn, mijn oudste dochter, is dit typerend voor de ‘oudere generatie’. Bij de opa en oma van haar vriendje is er ook altijd een lang moment met Suze en Pastis voor het eten op tafel komt. Maar studenten zijn blijkbaar net zo ongeduldig als haar moeder – een ‘apéro dinatoire’ is inderdaad een apéro, dus drank, maar wel meteen met eten erbij. Al zijn het maar nootjes en een pizza.
Het is niet de eerste keer, maar ik vermoed dat ik nu eindelijk mijn lesje heb geleerd: de volgende keer doe ik gewoon mee met de boterhammen met kaas van Oliver. Al weet ik dat ik daarna ook alles op zal eten wat er uiteindelijk op tafel komt.
Gelukkig is de avond lang.