Van arbane tot tannat

Remke de Lange is journalist, vinoloog, wijndocent en sommelier. In Australië en Zuid-Afrika maakte ze zelf wijn: Rem’s Row.

Chardonnay, cabernet sauvignon: geweldige druiven die Franse wijn wereldberoemd hebben gemaakt. Frankrijk heeft ook minder bekende druiven die, vaak zonder veel aandacht of eer, een bijdrage leveren aan de wijncultuur.

Sommige druiven zijn zulke makkelijke reizigers dat ze inmiddels op alle wijncontinenten staan aangeplant. Leuk voor wijnmakers die een groot publiek zoeken, maar de mondialisering van de wijnwereld in de laatste decennia heeft ook veel wijn opgeleverd die van overal en nergens zou kunnen komen. Het leuke is: er zijn veel druivenrassen die echt alleen op specifieke plekken voorkomen. Ook in Frankrijk kun je nog van alles ontdekken. Laten we een reisje maken langs de werkpaardjes onder de Franse druiven, van noord naar zuid.

Niet sexy
Zoeken in Champagne pinot noir en chardonnay de schijnwerpers op, de derde druif komt er vaak bekaaid vanaf. Dat terwijl meunier meestal ook in de fles zit. Champagne is in veel gevallen een blend van de drie, en allemaal hebben ze zo hun kracht.  Chardonnay zorgt voor finesse, elegantie en frisheid en pinot noir voor kracht en structuur. En meunier, de andere blauwe druif? Dat is de meest vlezige van de drie, de druif die vulling levert. Misschien geen sexy taakje, maar grote merken als Krug, Billecart Salmon, Bollinger kunnen niet zonder meunier. Gelukkig zijn er makers die de druif juist omarmen en champagnes maken van louter meunier. Komt ie toch nog tot z’n recht. De Champagnestreek heeft meer buitenbeentjes. Druiven als arbane en petit meslier staan hier en daar in de regio aangeplant en mogen mee in een blend. Meer en meer makers hebben oog voor juist deze druiven, die je elders niet zult tegenkomen.

De Loire streek wordt geroemd om z’n fijne frisse wijnen van sauvignon blanc, zoals Menetou Salon en Touraine. Chenin blanc en cabernet franc zullen veel mensen ook kennen, maar melon de bourgogne? Het is de druif die in het meest westelijke deel, waar de rivier bij Nantes uitmondt in de Atlantische oceaan, een lekkere wijn oplevert: Muscadet de Sevre et Maine. Licht, iets ziltig, met fijne bittertjes: een weinig pretentieuze wijn die mooi samengaat met wat je daar uit zee haalt. Wijnmakers houden tijdens de vatrijping de gistresten in de wijn en roeren die regelmatig om: zo wordt de frisse wijn iets ronder en voller. Op het etiket zie je dan ook ‘sur lie’ staan. Jura en Savoie zijn vreemde eenden in de vijver van Franse druivenrassen: er staan bijna alleen maar lokale druiven aangeplant. De witte savagnin en jacquère en de blauwe trousseau en mondeuse hebben het prima naar hun zin in de regio’s tegen en in de Franse Alpen, maar daarbuiten tref je ze nauwelijks aan.

De diva’s van Bordeaux
Cabernet sauvigon en merlot zijn het gouden koppel van Bordeaux. Heeft Cabernet meer tannines en kracht, merlot is wat ronder en sappiger: ze vullen elkaar perfect aan in ‘s werelds beroemdste rode wijn. Kenners onderscheiden graag de afkomst van de wijn: rechter- of linkeroever van de Gironne, die door het gebied stroomt? Traditioneel staat rechts meer merlot en is bijvoorbeeld St Emilion wat toegankelijker dan linkeroever Pauillac, een wat stuursere wijn met veel cabernet sauvignon. In de praktijk worden beide diva’s vaak stilletjes ondersteund door cabernet franc, malbec en petit verdot. De laatste is een bescheiden druif die in Frankrijk altijd wordt ingezet als assemblage partner: een wijn van louter petit verdot is een zeldzaamheid. Dat terwijl ie met z’n tannines en kruidigheid veel moois extra geeft aan Bordeaux wijnen. De Rhône vallei wordt verdeeld in noord en zuid. In de noordelijker, steilere wijngaarden langs de rivier staat veel syrah, in het warmere, opener zuiden is grenache de smaakbepaler van de rode blends. Aan de witte kant komen we leuke verrassingen tegen: witte Rhône wijnen zijn blends van druiven die typisch zijn voor deze streek en, behalve viognier, buiten de vallei weinig voorkomen: grenache blanc, marsanne en roussanne. Samen leveren ze geweldige fruitig-zwoele wijnen op.

Tradities in het zuiden
De Provence kennen we vooral van rosé, vaak gemaakt van grenache, syrah en cinsault. Een minder bekende naam is tibouren, terwijl ie vaak een bijdrage levert aan de lichtroze gekleurde wijnen. Slechts heel af en toe mag ie in z’n eentje rode wijn worden. Languedoc Roussillon is een grote regio waar je in de wijngaarden van alles en nog wat tegenkomt. Alleen in het subgebiedje Limoux, bij Carcassonne, tref je mauzac aan, een witte druif die samen met chardonnay wordt gebruikt voor de lokale mousserende wijn: Blanquette de Limoux. In het oosten van het gebied, aan de Middellandse Zee-kust, vind je een ander eigenaardig druifje: picpoul. Rond de gemeente Pinet wordt er een heerlijk frisse, lichte witte wijn van gemaakt. Picpoul de Pinet verkeert graag in gezelschap van een schelpdiertje of gegrild visje.

 

De Sud-Ouest, het gebied ten zuiden van Bordeaux richting de Pyreneëen, wemelt van de minder bekende druiven. Het is een gebied waar de tijd minder snel lijkt te gaan dan elders en tradities diep verankerd zijn in de wijn- en eetcultuur. Gelukkig maar, want men maakt er stevige rode wijnen van de donkere, tanninerijk tannat en sappige, droge en zoete witte wijnen van gros manseng en petit manseng. Tradities kunnen mooie, heel eigen, wijnen opleveren.

 

Voor avontuur en exotisme naar de andere kant van de wereld? Niet nodig. Als wijnliefhebber kun je gewoon naar de Franse gebieden die je dacht te kennen.

 

 

Remke de Lange