De pleinen van Parijs

Frank Renout is correspondent voor verschillende Nederlandse en buitenlandse media in Frankrijk, waaronder het ‘NOS Journaal’ en het AD. En hij is onze columnist.

Alle kenners weten het: Place de Furstemberg geldt zo’n beetje als het meest romantische pleintje van Parijs. Verstopt achter de boulevard Saint-Germain, stil en intiem, en ideaal voor een eerste (of tweede of derde…) kus met je geliefde.

In feite is het een rotonde, maar dan zó klein en lieflijk dat die typering volledig misplaatst is. Toch is er iets met rotondes in Parijs. Ze zijn als een soort microkosmos. Als er ergens een rotonde is, dan is er ook een café, een metrohalte en een krantenverkoper. De buurt komt er samen. Het is dus de ideale plek voor journalisten om te observeren en allerhande bewoners te spreken. Ik kwam regelmatig op Place Gambetta, een plein/rotonde in het noordoosten van Parijs.

Dat is inmiddels het plein van de metamorfosen. Zo’n 25 jaar geleden was het een rauwe wijk, bijna een no-goarea. Het was er vervallen en niet veilig. Zo’n tien jaar geleden was de wijk juist in de mode: de appartementen waren er nog betaalbaar, dus jongeren en studenten streken er neer. En nu is het gerenoveerd à la 2022. Er liggen brede fietspaden en er zijn modieuze houten halfronde ‘zitplaatsen’ ingericht. Het is niet meer rauw en niet meer jong. Het is bijna Hollands netjes. Gelukkig is Café Le Gambetta er nog met z’n miniterras. De krantenkiosk is er ook nog, maar die is – net als alle andere in Parijs – gemoderniseerd. Het enige écht klassieke element dat behouden lijkt, ligt in een zijstraat: de halfronde art-decobioscoop MK2 Gambetta.

Precies het tegenovergestelde is Place Victor Hugo, een plein/rotonde aan de westkant van Parijs. Natuurlijk: het inkomensniveau in deze chique wijk is niet te vergelijken met het populaire Gambetta, maar Place Victor Hugo ademt met z’n kasseien, zilverberken en mooie panden een en al oude charme die in voorbeeldige staat wordt gehouden. Er lopen deftige dames met kleine hondjes, je kan er oesters eten bij Brasserie Victor Hugo en Lenny Kravitz woont er naar verluidt om de hoek – maar zelfs zonder al die franje is en blijft het een prachtig plein.

Mijn favoriet dan. Place Saint-Georges, vlak onder Pigalle en bijna naast Hôtel Amour. Het is nóg kleiner dan Place de Furstemberg. Eigenlijk is het niets meer dan een soort fraaie minirotonde op de Rue Notre Dame de Lorette, die omhoog klimt richting Montmartre. Met kasseien, een standbeeld in het midden en rondom majestueuze gebouwen achter fraaie zwart hekwerk. De 19de-eeuwse president Adolphe Thiers woonde hier: in het pand is nu een bibliotheek gevestigd, de tuin erachter is openbaar. En ja, er is een metrohalte en er is een café: het charmante café À La Place Saint Georges. Op het raam staat dîner avant et après spectacle, verwijzend naar het theater om de hoek.

Mijn advies: ga er heen als de zon onder gaat. Dan wordt het plein elke minuut mooier. De werkende mensen vertrekken, de bewoners zijn thuis, een enkeling drinkt of eet nog wat in het café. De lichtval verandert, de gebouwen en het standbeeld hebben nog heel even hun witte glans, en in het donker licht daarna alleen nog het bord métropolitain in rood en wit op. Ver weg klinkt het rumoer van Pigalle, maar hier – ’s avonds in de schemering op dit minuscule stille pleintje – is Parijs op z’n mooist.

 

 

 

 

 

Frank Renout is correspondent voor verschillende Nederlandse en buitenlandse media in Frankrijk, waaronder het ‘NOS Journaal’ en het AD. En hij is onze columnist.