Hoop: met een traan en een lach

Frank Renout is correspondent voor verschillende Nederlandse en buitenlandse media in Frankrijk, waaronder het ‘NOS Journaal’ en het AD. En hij is onze columnist.

Ik weet nog goed dat ik de eerste keer Béziers binnen kwam rijden. Een eeuwenoude stad vlak bij de Middellandse Zee, met monumenten, pleinen en parken en omringd door wijngaarden. Een idylle. Dacht ik. Maar het werd een cultuurschok. Béziers was pure armoede. Ik heb nog niet vaak in zó’n korte tijd zoveel vervallen huizen, autowrakken en dichtgetimmerde gevels gezien. Het stadscentrum – dat me in vervoering had moeten brengen, dacht ik – was een verzameling vuile straten met doelloos rondhangende jongeren.

Ik was er voor een politieke reportage. Béziers is decennia bestuurd door afwisselend rechtse en linkse burgemeesters. Ze kwamen en gingen. En de verloedering zette maar door, als woekerend onkruid. De kiezers lieten de oude traditionele partijen keihard vallen, ze voelden zich in de steek gelaten. De Biterrois, zoals de bewoners worden genoemd, stemden op ‘nieuweling’ Robert Ménard, die in 2014 burgemeester werd met steun van extreemrechts en die in 2020 werd herkozen.

Ik kan u verzekeren: Béziers is nog steeds éen van de armste steden van Frankrijk. De werkloosheid is er nog steeds enorm. In één van de achterstandswijken lopen de schoolkinderen nog steeds elke dag langs drugsdealers die op straat op een bankstel zitten dat uit een flat naar beneden is gegooid.

Frankrijk is een samenleving van uitersten, ook als het gaat om rijkdom en armoede. Al jarenlang kom ik met een blocnote, een recorder of een camera in achterstandswijken en banlieues. Het is treurnis alom.

Ik reed samen met mijn cameraman langs hoge flats in Sevran, ten noordoosten van Parijs, en er werden stenen naar onze auto gegooid. Een vriend verhuisde naar Romainville, daar vlakbij, en na enkele maanden werd voor zijn deur iemand neergestoken. In Sarcelles vertelde een bewoonster me hoe al haar buren, en ook zij zelf, elke avond drugs in zaten in te pakken voor de lokale dealers.

Ooit was ik op pad met een delegatie Nederlandse topambtenaren in Saint-Denis, een beruchte voorstad ten noorden van Parijs. Zij wilden perse een stukje lopen, ik besloot – door ervaring wijs geworden – de auto te nemen. De delegatie was nog maar net op pad of ze werden bestormd door jongeren, bespoten met traangas en beroofd.

Net als in Béziers worden er in heel Frankrijk wijken aan hun lot overgelaten. In 2015 zei toenmalig premier Manuel Valls dat er in Frankrijk ‘geografische, sociale en etnische apartheid’ bestaat. Dagblad Libération heeft een heel dossier online staan met verhalen over immigratie en discriminatie, over misdaad en verdeeldheid onder de kop ‘Hoe maken we een einde aan de Franse apartheid?’

Ik zal u niet vermoeien met verhalen over politici die veel beloven en weinig doen.

Wat me hoop geeft: bewoners. Ik reed mee met een ex-crimineel die zijn camper ombouwde, Frankrijk doortrekt, en probleemjongeren opzoekt om uit te leggen hoe ze hun leven kunnen beteren. Een meisje vertelde me dat een leraar op haar banlieueschool de enige was die haar stimuleerde om door te leren. Dat deed ze, met succes. Ik sprak in Marseille met moeders van probleemkinderen, die de handen ineen sloegen om hun kinderen van straat te houden.

En een aparte vermelding verdient Latifa Ibn Ziaten. Zij is de moeder van Imad, die in 2012 werd gedood door terrorist Mohammed Merah, afkomstig uit zo’n probleemwijk.

Latifa Ibn Ziaten reist sindsdien kriskras door Frankrijk. Ze staat voor schoolklassen en zoekt probleemjongeren op. En overal heeft ze dezelfde boodschap: criminaliteit en geweld dienen nergens toe. De dood van haar zoon heeft voor niemand iets ‘opgeleverd’.

Ibn Ziaten vertelt dat eenvoudig en ingetogen, maar ook betrokken en gevoelig. Soms met een lach en soms met een traan. Dat heeft impact op jongeren, ik zag het zelf. En daarvoor is ze inmiddels, en terecht, overladen met prijzen en onderscheidingen.