La Parisienne

Frank Renout is correspondent voor verschillende Nederlandse en buitenlandse media in Frankrijk, waaronder het ‘NOS Journaal’ en het AD. En hij is onze columnist.

Ik zie haar nog wel eens zitten, op een terras in Parijs, nonchalant, met een sigaret en een glas wijn. Op het wereldwijd populaire mediaplatform ‘My Little Paris’ (1 miljoen volgers op Instagram) duikt ze overal op: slank en elegant. [The New York Times] schreef er vorig jaar nog een groot artikel over: [Wil jij ook een Parisienne zijn? Wij vertellen je hoe het moet.]

Nog nooit in de geschiedenis en nergens ter wereld is er één groep vrouwen geweest die zo tot de verbeelding spreekt als de inwoonsters van Parijs.

‘Ze is verleidelijk zonder er moeite voor te doen. Ze steekt de straat over zonder rond te kijken en wordt toch nooit aangereden. Ze draagt gestreken herenoverhemden maar strijkt nooit zelf. Ze koopt haar meubels bij brocantes die niemand kent. Ze is hyperslank maar doet niet aan afvallen’, zette [Vanity Fair] ooit de clichés op een rijtje. [La Parisienne] heeft mondiaal mythische proporties aangenomen.

Even terug naar de 18de en 19de eeuw. Marie-Antoinette, koningin in Versailles, was al zeer modebewust en liet zich kleden door Rose Bertin, die een winkel had in Parijs. Dat zette voor lange tijd de toon. Voor mode moest je in de Franse hoofdstad zijn. Én Parijs had in die tijd ‘bordelen die wereldwijd beroemd waren met een aanbod van prostitutie in alle soorten en maten’, aldus historica Emmanuelle Rétaillaud-Bajac in een essay. De stad had een reputatie door haar vrije seksuele mores.

Kortom: Parijs groeide uit tot de hoofdstad van de mode en de erotiek. Dat straalde af op de vrouwen uit de stad. Op schilderijen, in boeken en later ook in films werd de Parisienne geportretteerd. Ze was sierlijk en stijlvol, ze was begeerlijk en afstandelijk tegelijk. Voor de Wereldtentoonstelling van 1900 maakte beeldhouwer Paul Moreau-Vauthier een standbeeld. Het stond bij de ingang en was zijn verbeelding van La Parisienne: trots, zelfbewust en elegant. De Parijse vrouw was daarmee officieel een icoon én een uithangbord geworden.

Met dat imago wordt ruim honderd jaar later goed geld verdiend. Ik kocht wel eens een biertje dat La Parisienne heet. Ik las de bestseller waarin mode-icoon Inès de la Fressange het geheim uitlegt van de casual-chic Parisienne. Ik zag Emily op Netflix verwoede pogingen doen om zich op z’n minst te kleden als een Parisienne.

Maar wat is er nog echt aan het icoon? De deftige radiozender France Culture wijdde er een hele uitzending aan. ‘De Parisienne is vooral nog een geïdealiseerde fantasie van mannen en buitenlanders die zich vastklampen aan films van Woody Allen en briefkaarten uit Montmartre’, was de conclusie.

Wat eraan mankeert? De Parisienne is in reclame-uitingen nooit dik, zwart of oud, schreef de Brits-Franse journaliste Alice Pfeiffer in haar boek [Je ne suis pas une Parisienne]: ‘Waarom zie je in de media nooit een Parisienne met een afrokapsel?’

Voor wie denkt dat Pfeiffer alleen applaus kreeg in links-feministische kringen: het boek kreeg een positieve ontvangst bij dé glossy voor Parisiennes, de [Marie Claire]. En meer specialisten constateren het: de Parisienne is in films en reclames héél vaak wit, slank en heteroseksueel. Dat is een imago dat mondiaal blijkbaar nog het meest aanspreekt.

Veel echte Parisiennes herkennen zich helemaal niet in dat beeld. Journaliste Rokhaya Diallo – “Ik ben geboren en opgegroeid in Parijs” – maakte daar een documentaire over. Ze sprak met onder anderen een politica, een styliste, een advocate, een schrijfster en een modeontwerpster: allemaal uit Parijs en niemand die zich herkende in de clichés. Zelfs modeblad [Vogue] schreef: ‘Parijs is een van de meest diverse steden ter wereld. Daarom is dit een documentaire die iedereen moet zien.’