Huizenaanbod

Column 2
Isabel Flipse
lidewij-van-wilgen

Thuis aan mijn lievelingsplein

Lidewij van Wilgen

 

Lidewij is wijnmaker in de Languedoc op haar domein Terre des Dames.
www.terredesdames.com

Toen we hier twintig jaar geleden kwamen wonen was dat uitsluitend vanwege het mooie huis met de wijngaarden eromheen. Dat er op een kwartiertje afstand een stad was speelde nauwelijks een rol. We gingen er misschien eens per week naartoe voor de markt, maar Béziers was in die tijd niet echt een toeristische trekpleister. De Haussmann-panden waren al sinds de bouw ervan niet meer schoongemaakt en in het middeleeuwse centrum lag een trieste bestrating van grauw asfalt. Op straat zag je veel mensen die wat doelloos op bankjes hingen. Na de lagere school schreef ik de meisjes in bij wat de beste privéschool van de stad zou moeten zijn. Opeens ontmoette ik de bourgeoisie die de stad wel degelijk bleek te hebben. Ik leverde de meisjes af in panden met imposante trappenhuizen, aan eeuwenoude poorten waarachter grote binnentuinen schuil bleken te gaan.

Ondertussen had ik me in de historie van de stad verdiept: Béziers is een van de oudste steden van Frankrijk, al in de 6de eeuw voor Christus gesticht door de Grieken en daarna overgenomen door de Romeinen. Je begrijpt wat hen aantrok als je de hoge, rotsige heuvel ziet waarop de stad is gebouwd met de rivier de Orb aan zijn voeten. Iedereen heeft het altijd maar over Montpellier, maar in de hoogtijdagen van de wijnbouw, eind 19de eeuw, was Béziers de place to be. Mensen kwamen met de trein vanuit Parijs voor de theaters die je nog steeds in achterafstraatjes ziet. Ik begon affectie voor de stad te krijgen en Béziers te verdedigen als mensen de stad vies of onveilig noemden.

Tegen de tijd dat de meisjes naar het [lycée] gingen kreeg de stad een nieuwe burgemeester. Ik schrok me dood van de affiches vol vreemdelingenhaat die hij in de stad liet ophangen, de posters van de ‘nieuwe vriend’ van de politie (een pistool). Maar er werd een grootschalig programma opgezet om alle gevels te reinigen. De ingeslapen schoonheden stonden opeens te stralen in het zonlicht. “Toen ik jong was kleedden de mensen zich om te flaneren op de [allées]”, vertelde de vader van een vriendinnetje van de meisjes ooit. Ik kon het me destijds niet voorstellen, maar afgelopen winter werd al het asfalt eruit gejakkerd en door een natuurstenen bestrating vervangen. Het is een van de weinige steden in Frankrijk waar je een [ramblas] hebt zoals in Barcelona. De burgemeester wist zich inmiddels ook te gedragen.

Opeens kwamen er investeerders uit Parijs en Bordeaux die op grote schaal panden opkochten. Ik had geen geld achter de hand, maar met een rente net boven de 1% begon het toch te kriebelen. Met mijn dochter Marijn heb ik tientallen gebouwen bezocht, tot we opeens in een appartement stonden pal aan mijn lievelingsplein, de Place de la Madeleine. Ik heb als eerste een bod kunnen doen en nu is het van mij. Drie hoge ramen met balkonnetjes [à la française], een marmeren schouw, gedecoreerde cementtegels.

Vorige week sliep ik er voor het eerst. Met een glas van mijn eigen wijn uitkijkend over een spectaculaire zonsondergang boven de Montagne Noire in het achterland. Ik weet dat ik verwend ben met het domein, maar het voelt zo evenwichtig om nu weer iets in de stad te hebben. Eigenlijk moet er een vaste huurder in, maar voorlopig kan ik het nog niet loslaten. Dus wie zin heeft in een paar dagen Béziers…

 

 

Schrijfster Lidewij van Wilgen verhaalt over haar dagelijkse leven in Frankrijk.

Column 1
lidewij-van-wilgen

Après-vacances

Lidewij van Wilgen

 

“Ik geloof dat ik je nog nooit zo ontspannen heb gezien”, zei Olivier. We waren op een Grieks eiland dat ik had geselecteerd op de afwezigheid van een vliegveld en het feit dat je er zelfs met de boot niet direct Athene kon komen. Vanuit Athene hadden we bijna drie uur moeten rijden naar de enige ferry van die dag. Al snel bestond ons vaste ritme uit zwemmen, boeken lezen en in de taverna kiezen welk van de vijf gerechten op de kaart we die avond eens zouden nemen. Het bleek geen enkele moeite om daar mijn dagen mee te vullen.

Terug in Marseille stortten we ons op de drukke snelweg. Uiteindelijk kwamen we bij het kleine weggetje dat naar het domein leidt. We reden naar boven langs de syrah, die flink beschadigd was door de vorst van dit voorjaar, de alicante, de witte grenache. Ik voelde een eerste steek van onvervalste paniek. Al die wijngaarden! Zie ze daar liggen, wachtend op onderhoud, ingrepen en beslissingen die allemaal door mij genomen moeten worden. Het huis was schitterend vanbuiten, maar eenmaal binnen herinnerde ik me weer dat ik, vanwege de verhuur, alle los slingerende spullen op het laatste moment in een kast had gegooid. De stroom spullen die over me heen viel toen ik de deur opende, spoelde een groot deel van mijn vakantiegevoel weg. Het dieptepunt kwam de volgende dag in mijn [bureau]. Hoe kunnen er zo veel e-mails en brieven aan zo’n minibedrijf als dat van mij worden gestuurd? Zuchtend begon ik aan het eerste dossier van de zoveelste overheidsinstelling. Niet te geloven hoeveel papier er nodig is om een paar flessen wijn te maken.

Die avond was er een feest in het dorp waar alle lokale [vignerons] hun wijn zouden laten proeven. Als sfeervolle locatie was de nieuwe parking gekozen, waar de [mairie] lange tafels had neergezet. Toen Olivier en ik aankwamen stonden alle wijnmakers al achter een buffet met hun flessen. Florence van Château Coujan kwam met een brede lach op me af: “Had ik maar geweten dat je kwam dan had ik de plek naast me vrijgehouden!” Als vijfde generatie wijnmaker is ze verantwoordelijk voor het grote familiedomein aan de andere kant van het dorp. Ik realiseerde me dat ik haar al twintig jaar ken, dat ze mij al twintig jaar kent.

Een tafel verder stonden de mannen van de Cave Coopérative. “Hoe ziet het eruit jongens, gaan jullie al bijna oogsten?” Met gemak gleden we in een technische discussie over de staat van de wijngaarden en de gevolgen van de vorst. Het soort gesprek dat bijna als een ritueel voelt en daarom heel prettig is. Daar was Didier, die alle elektriciteit op het domein heeft geïnstalleerd; daar de burgemeester die in het zicht van het hele dorp mijn wijnen aan zijn tafel serveerde.

De volgende morgen was het tijd voor de eerste controle van de druiven. In het vroege ochtendlicht baadde de vallei in een zachte nevel. Ik stond op de heuvel, keek uit over het land en voelde hoe mijn hart een sprongetje maakte. Ja, het is een enorme verantwoordelijkheid, ja, het is veel werk. Maar er is geen plek ter wereld waar ik liever zou zijn.

 

Lidewij is wijnmaker in de Languedoc op haar domein Terre des Dames.
www.terredesdames.com

 

Schrijfster Lidewij van Wilgen verhaalt over haar dagelijkse leven in Frankrijk.

Column 1
lidewij-van-wilgen

Monsieur Escande

Lidewij van Wilgen

 

Lidewij is wijnmaker in de Languedoc op haar domein Terre des Dames.
www.terredesdames.com

“Lidewij, je hebt bezoek!” roept mijn man Olivier vanaf het terras. Na een lange dag in de wijnkelder sta ik eindelijk onder de douche. Ik gluur door het open raam naar beneden en zie een vertrouwde verschijning op het grint: compact, trots rechtop, handen in de zakken van een door de tijd gepatineerde bruine broek. Met een tevreden blik kijkt hij om zich heen. Monsieur Escande.

Toen ik in Murviel kwam wonen was hij al een man op leeftijd, inmiddels is hij 93. Maar dat lijkt geen verschil te maken. Nog steeds rijdt hij op zijn roestige rode tractor langs het huis. Eén van zijn wijngaarden ligt achter het domein en van tijd tot tijd vindt hij het nodig om die zelf te ploegen. In de winter komt hij iedere paar dagen een ochtendje snoeien, al laat hij de rest over aan een ingehuurde knecht. Monsieur Escande is een instituut. Iedereen in het dorp weet wie hij is en nog steeds heeft hij een groepje oudere mannen om zich heen met wie hij sinds de lagere school bevriend is.

Hij is degene die me leerde dat de vijgenbomen aan de noordzijde van de wijngaarden er niet voor niets staan. De wind komt vanaf het Noorden en juist in vijgenbomen zitten minuscule spinnetjes die over de wijngaard uitwaaien en de schadelijke insecten eten. Op mijn landbouwschool had ik alles over acariens utiles, nuttige spinnetjes, geleerd, maar deze theorie over vijgenbomen kenden ze niet. Zoals meer van de kennis van de ouderen langzaam maar zeker verloren gaat.

Monsieur Escande vertelt zonder met zijn ogen te knipperen dat hout niet goed brandt als het met ‘de verkeerde maan’ is gekapt. Voor hem is het geen theorie, maar een simpel feit. Zijn vader wist dat, zijn opa, maar met de industrialisatie van de landbouw is al dit soort kennis losgelaten. Inmiddels verdiep ik me, zoals veel andere biologische wijnboeren, in de biodynamie. Veel ‘nieuwe inzichten’ waarin met name de stand van de maan een rol speelt. Maar Monsieur Escande en zijn voorgangers wisten dat al lang.

De reden voor zijn bezoek vandaag is volkomen onverwacht: hij komt me een cadeau brengen. Een boek van zeshonderd pagina’s met als enige onderwerp Murviel les Béziers, het dorp waar we beiden wonen. Geschreven door een historica die hier is opgegroeid, maar met een uitgebreid dankwoord aan de trotse man die hier voor me staat. Een deel van de romeinse objecten is door hem eigenhandig opgegraven en van de middeleeuwse dorpskern weet hij alles. Als ik hem voorstel om te gaan zitten is hij niet meer te stuiten: hij vertelt over zijn kindertijd in een dorp boven Murviel. Er was geen elektriciteit of verwarming in de school, kinderen gingen er alleen heen als het niet te koud of te donker was. Een paar weken per jaar dus maar. En daarna waren er de wijngaarden.

Hij wordt bijna emotioneel als hij het heeft over het laatste paard waarmee hij gewerkt heeft. Zijn compagnon die de wijngaarden net zo goed kende als hijzelf. Maar begin jaren zestig kocht hij zijn eerste tractor. “Nu pas zie ik hoe triest het was,” zegt hij, “alle mannen dromden zich samen om de tractor te bewonderen. En mijn paard verdween in een aanhanger. Helemaal alleen.”

Ik zie het voor me en ben samen met hem in die andere tijd, zo kort geleden, maar zo ontzettend ver weg. Ik ben blij dat ik het door hem nog kan zien.

Schrijfster Lidewij van Wilgen verhaalt over haar dagelijkse leven in Frankrijk.

Column 1
lidewij-van-wilgen

Stress in de wijngaard

Lidewij van Wilgen

 

Lidewij is wijnmaker in de Languedoc op haar domein Terre des Dames.
www.terredesdames.com

Stress in de wijngaard

Iedereen heeft zijn eigen nachtmerries. Die van mij draaiden de afgelopen weken om een grote zwarte berg op mijn parking. De landbouwkundig ingenieur gelijk: voor de kwaliteit mijn wijngaarden zou het fantastisch zijn om een goede dosis ‘marc de raisin’  te verspreiden. Als de druiven geperst zijn gaan de schillen naar de distillerie die er een sterke drank van brouwt die ze hier simpelweg ‘marc’ noemen of met wat meer fantasie ‘Eau de vie’. Alleen de opa’s gaan nog  langs om een paar lege flessen te laten vullen. Een geval van gemiste marketing natuurlijk – precies hetzelfde product met de naam ‘Grappa’ kan opeens wèl op een hip terras.

De schillen die na het distilleren overblijven zijn niet meteen interessant – er zijn grote machines voor nodig zijn om de boel regelmatig te keren en te laten composteren. Uiteindelijk blijft er weinig over en het is niet eenvoudig om aan marc van goede kwaliteit te komen. Na heel veel telefoontjes was er zestigduizend (!) kilo voor mij gereserveerd. Nu moest ik een bedrijf vinden dat het in de wijngaarden zou kunnen verspreiden.

Monsieur Cot, de man met de landbouwmachines uit het dorp, kwam uit beleefdheid langs. Hij was duidelijk:  mijn wijngaarden met antieke stenen muurtjes en bossages mogen dan wel ecologisch en zelfs pittoresk zijn; een man met een landbouwmachine houdt van rechte lijnen: grote percelen, ruim geplant, waar je lekker tot aan de horizon door kunt rijden. Ik belde uren met  andere bedrijven waarin vooral het woord ‘tournière’, de ruimte om te keren, het einde van het gesprek inluidde. Uiteindelijk was er een bedrijf dat geen problemen zag. Niet breder dan twee meter geplant? Geen probleem. Kleine percelen? Gaat lukken. Tot drie keer toe stelde ik de man voor om even te komen kijken, maar dat woof hij zelfverzekerd weg. ‘Je connais mon métier’.

Er werd een enorme berg zwarte materie op de parking uitgestort met de mededeling dat ik het zo snel mogelijk moest verwerken. ‘Als er regen op komt gaat het klonteren’. Ik zei trots dat het de volgende dag nog verspreid al zou worden, maar helaas: het bedrijf kwam niet opdagen en bleek opeens de hele week verhinderd. Dat weekend vielen er zware stortregens.
Pas twee weken later verschenen ze, precies de ochtend waarop ik de assemblage voor de nieuwe wijnen zou maken.  Na een beetje sympathieke peptalk liet ik de mannen hun ding doen en stortte me, met mijn oenologe,  op het proeven en ruiken van de blends. Nog geen half uur later klopte mijn werkman, Jean-François in paniek op het raam: ‘ze zijn gewoon weg gegaan!’ Woedend belde ik de baas, die niet verder kwam dan het woord ‘tournière’.

Nu begonnen mijn zwarte dromen, waarin ik met een klein kruiwagentje voor de enorme berg stond. Na uren schepen en op- en neer sjouwen tussen de wijngaarden was de berg nog net zo hoog. Die ochtend belde ik Monsieur Cot. Zuchtend kwam hij aan, zette zijn handen in zijn zij en keek me aan. ‘Bon, on ne vas pas vous laisser tomber’. We laten u niet zitten. Meteen de volgende dag kwam hij met een enorme bulldozer, gevolgd door zijn zoon in een tractor met een mest-machine. Het duurde lang, het was niet makkelijk, maar alle wijngaarden zijn gedaan. En de berg is helemaal weg. Achttien jaar nu dat ik hier woon en ik weet dat ik geluk heb: ze laten me echt niet vallen.

Schrijfster Lidewij van Wilgen verhaalt over haar dagelijkse leven in Frankrijk.