Het lekkerste straatje van Parijs

Frank Renout is correspondent voor verschillende Nederlandse en buitenlandse media in Frankrijk, waaronder het ‘NOS Journaal’ en het AD. En hij is onze columnist.

Parijs staat wereldwijd bekend als paradijs voor shopaholics. En terecht.

Je kunt verdwalen in de peperdure Le Bon Marché, met al z’n grandeur, kasten vol boeken en rekken vol schoenen, én met z’n waanzinnig luxe Grande Épicerie, waar je een fles water kunt kopen voor €39,80 – maar dan is het ook wel een ‘Virgil Abloh, édition limitée Activate Movement Blanche’ met een dop van bamboe.

Je kunt ook ronddwalen in de straatjes van de Marais. Charme en schoonheid troef. De wijk is natuurlijk bekend door de gevestigde én jonge modeontwerpers en hun winkeltjes, maar je vindt er ook La Belle Hortense, ‘misschien wel de leukste bar van Parijs’ (ja, ik quote mezelf). En natuurlijk café La Perle, waar John Galliano onder invloed en scheldend zijn eigen graf groef, waarna Dior hem aan de kant zette.

En toch. Als ik mag kiezen ga ik naar de Rue Montorgueil, in hartje Parijs.

Op het eerste gezicht een doodnormale rechte straat, alleen voor voetgangers, een paar honderd meter lang. Maar dan…

Ik koop er de tomaten en kaasjes voor het avondeten. Er zijn volop terrassen en restaurants. Je vindt er paraplu’s bij de stoffige huishoudwinkel links en paracetamol bij de apotheek rechts. Buurtbewoners doen hier hun dagelijkse boodschappen, lopen een blokje om met de hond, of strijken eind van de dag neer voor een apéro. En vanuit heel Parijs komen mensen naar de straat voor de Italiaanse of Griekse delicatessen, voor de wijnwinkels of voor het uitgebreide aanbod (Franse) kazen. Shoppen en flaneren, zakelijk of zwoel, het gebeurt hier allemaal. Dwars door elkaar.

Ouders halen in de buurt hun kinderen van school en kopen hier aan het eind van de middag een goûter voor de kleintjes. Tieners wippen naar binnen bij Starbucks, smulpapen kiezen voor de chique delicatessen van Ladurée. Alles en iedereen in Parijs komt in de Rue Montorgueil samen.

Aan de zuidkant ligt de Bourse de Commerce – het museum van multimiljonair François Pinault – en aan de noordkant liggen in één straatje de Frenchie-zaken van sterrenkok Grégory Marchand. Er zijn historische publiekstrekkers in de straat, waardoor zelfs een toerist wel eens in de Rue Montorgueil belandt. Slakken eten, dat doen ze (sinds 1832) bij L’Escargot Montorgueil. Patisserie kopen ze (sinds 1730) bij Stohrer.

Maar er is iets in de straat wat je niet meteen ziet, maar wat wel de magie verklaart. Ik wist niet meteen wát het was, dus ben er maar eens speciaal voor gaan wandelen. De straat op en neer. Kijkend en speurend, ruikend en luisterend. En nog eens. En nog eens. En nu weet ik het… De Rue Montorgueil is een Parijse straat die vrolijk maakt.

Telkens als ik er loop, gaan mijn mondhoeken omhoog. Ik kijk om me heen en, misschien verbeeld ik het me, maar ik zie overál lachende mensen. Omdat de hond wegrent, omdat ze net truffelbrie hebben gekocht, omdat ze verliefd hand in hand lopen, omdat de parfumwinkel zijn voordeur opent en zijn heerlijke huisgeur over straat verspreidt, omdat je hier die ene winkel vindt die de lieflijke blikjes vis van Belle-Île verkoopt.

Kortom: omdat er nergens in Parijs een straat is die zó uitnodigt om langzaam te slenteren, om je om te draaien en om daarna gewoon weer terug te lopen. En als je dat gedaan hebt, zijn er de terrassen waar je kunt kijken hoe anderen slenterend heen en weer lopen en nog even niet naar huis willen.