Huizenaanbod

Column 1
Mari Maris
Column 2
Mari Maris

Boerenrechtvaardigheid

 

Onze columnist Mari Maris is chef, groenteboerin en boekenmaker. Ze woont in Picardië en vertelt wat er daar zoal op haar pad komt.

‘Smerige dieven in het dorp!’ In onhandige, zwabberige letters waarschuwt het gevarenbord niet meer voor een dreigende kruising, maar voor geboefte. Een dag later is er een gemeentelijke vuilniszak over het bord getrokken en daarmee het gevaar uit zicht. Na deze daad van ordeherstel is de communale klusjesman zo te zien bergafwaarts gegaan; heuvelopwaarts blijkt het stopbord ook een nieuwe betekenis te hebben ‘Stop au salop!’ (Stop de klootzak, red.) Keurig rijm, in dezelfde zwalkende zwarte letters op het knalrode bord. Ik onderschrijf de stelling geheel, maar begin zo onderhand wel nieuwsgierig te worden welke specifieke klootzak er gestopt moet worden. Het mysterie moet nog even wachten, het is lunchtijd.

Onderweg naar huis word ik staande gehouden op het dorpsplein – dat klinkt veel levendiger dan de werkelijkheid is; een lege kerk, een plantsoentje, een parkeerplaats waar soms een auto staat en een muziekkiosk. Vanuit haar mottige Renaultje gebaart een buurvrouw van verderop dat ik moet stoppen. Ze draait haar raam open en begint opgewonden te ratelen, ze slaat zelfs, zeer on-Frans, de ça va plichtplegingen over. Of ik het al gehoord heb van de borden? Alleen gezien eigenlijk, en er niet veel van begrepen.

“Er is een kalf gestolen!” Wie haalt zoiets nou in z’n hoofd, vraag ik me af, in een gemeenschap waar iedereen weet wat voor kleur sokken je aan de lijn hebt, kun je onmogelijk ongezien zo’n halsmisdaad begaan. Een kalfje is vervolgens ook niet zomaar weggemoffeld, want het klinkt schattig maar is binnen de kortste keren een kolos van een paar honderd kilo. Met oorbel bovendien, speciaal bedacht om elk rund altijd te kunnen traceren. Maar vooralsnog is het kalf spoorloos. “Zou het niet gewoon onder het prikkeldraad door zijn geglipt, zoals kleine kalfjes zo vaak doen?” hoop ik de lynch-achtige blik in haar ogen te sussen. Maar nee, “onmogelijk”, weet ze zeker. “Dat doet een net geboren kalf niet en de bestolen boer had gisteren duidelijk gezien dat de koe op knappen stond, vanmorgen was ze ‘leeg’ net als de wei.” Nou hebben we dus een dief in ons midden, toch eerst maar eens lunchen lijkt me het beste. Hoewel er een vreemd bijsmaakje aanzit.

De volgende ochtend ga ik voor het laatste nieuws op de koffie bij mijn Franse tante Françoise, die ook wel la Gazette genoemd wordt. De dief is gevonden, dezelfde jonge boer die ook al eens beschuldigd is van het leeghalen van konijnenhokken en de slipjesroof van een waslijn. Een bijzonder geval. Iemand heeft hem ’s morgens vroeg gezien (zié je nou?!), met het nog natte kalf in de hooggeheven schepbak van zijn tractor. De dief woont iets verderop, de bestolen boer is direct verhaal gaan halen. Omdat het pasgeboren kalfje nog geen oorbel droeg had de jonge boer gedacht dat niemand het zou missen… Er is inderdaad iets raars met die jongen. De boer heeft hem flink gestraft, zegt Françoise. Met het toch wat grimmige sfeertje in het dorp vrees ik het ergste. Het vonnis luidt dat de stelende boer het kalfje verzorgt tot het volwassen is en dan goed vetgemest teruggeeft. Een prachtig passende straf, gerechtigheid met boerenverstand.

Schrijfster Mari Maris verhaalt over haar dagelijkse leven in Frankrijk.

Archief Mari

 

Column 2
Mari Maris

Het Onmisbare Mannetje

 

Mari Maris: chef, groenteboerin en boekenmaker woont in Picardië en vertelt wat er daar zoal op haar pad komt.
In haar eerste column beschrijft ze H.O.M : Het Onmisbare Mannetje. “De laatsten der oude garde huisjesbezitter heten nieuwkomers welkom in ‘hun’ Frankrijk met het verklappen van geheime adresjes, door de jaren heen vergaard en daarom, al is het misschien morrend, met trots verteld. Het mannetje dat geweldige wijn verkoopt voor haast niks, ‘Proef maar, heerlijk toch. Ik zal je wel introduceren.’ want bij een beetje wijnmannetje, hoort een vleugje illegaal gestookte eau de vie, of ander levensbedreigend brouwsel, en loop je niet zomaar binnen. ‘Het beste brood vind je bij dát bakkertje, haf uurtje rijden…..” Lees verder in nummer 5, nú in de winkels!

Column 2
Isabel Flipse
isabelle-flipse
isabelle-flipse

Het (ver)erven van een Frans huis

Isabelle Flipse

 

Wie mijn stukjes geregeld leest – in 20 jaar zijn het er bijna honderd – weet dat ik probeer ook de taaiste onderwerpen leesbaar te behandelen. Wat een doorgewinterd jurist reuzespannend vindt, kan voor normale mensen immers ronduit slaapverwekkend zijn. Het liefst beschrijf ik een casus uit mijn praktijk, combineer er twee of voeg ter illustratie een vleugje ‘drama’ toe. Nu wijk ik daarvan af.
Ik vermeld hier wat algemene zinvolle feiten over het Franse huis en ‘de dood’. Niet het gezelligste onderwerp, maar het blijkt vaak een hele geruststelling dat bij zo’n treurige gelegenheid kan worden teruggegrepen op een soort ‘eerste hulp bij erfenissen’.

Zoals u wel zult weten, gaan bij iemands overlijden al zijn of haar eigendommen en rechten, maar ook verplichtingen, over op diens erfgenamen. Het geheel van eigen-dommen en schulden is de nalatenschap of erfenis. De erfgenamen zijn verantwoordelijk voor de afwikkeling van de nalatenschap.
Dat is voor bijna niemand dagelijks werk, en
al helemaal niet als er buitenlands vermogen in het spel is. Was de overledene (mede-)eigenaar van bijvoorbeeld een Frans vakantiehuis, dan is het inschakelen van een Franse notaris een vereiste. Die zal zich bezighouden met de aangifte erfbelasting, de aktes voor het wijzigen van de tenaamstelling van de woning, et cetera.

Meestal blijkt vroeg of laat (te laat!) dat de communicatie met de Franse notaris niet goed genoeg verloopt om de zaken zonder stress en binnen de geldende termijnen af te wikkelen. Dat leidt, in deze toch al emotioneel beladen tijd, niet zelden tot financiële schade en conflicten met de notaris of zelfs tussen de erfgenamen. Een concrete schuldige is zelden aan te wijzen. De taalbarrière is
groot en verschillen in juridische, fiscale en culturele gebruiken spelen altijd een rol.
Weet dat de meeste Franse notarissen nauwelijks Engels spreken en sowieso moeten alle aktes in de Franse taal gesteld zijn. Het vertalen van alle papierwerk bij een eenvoudige nalatenschap kost al gauw tweeduizend euro. Die kosten en ander malheur zijn meestal te voorkomen. Door zich tijdig – en dat is echt zo kort mogelijk na een overlijden – te wenden tot iemand die letterlijk en figuurlijk ‘de taal spreekt’ en al honderden Franse erfenissen heeft begeleid.

Schrijfster Isabelle Flipse verhaalt over haar dagelijkse leven in Frankrijk.

Column 2
Isabel Flipse
lidewij-van-wilgen

Thuis aan mijn lievelingsplein

Lidewij van Wilgen

 

Lidewij is wijnmaker in de Languedoc op haar domein Terre des Dames.
www.terredesdames.com

Toen we hier twintig jaar geleden kwamen wonen was dat uitsluitend vanwege het mooie huis met de wijngaarden eromheen. Dat er op een kwartiertje afstand een stad was speelde nauwelijks een rol. We gingen er misschien eens per week naartoe voor de markt, maar Béziers was in die tijd niet echt een toeristische trekpleister. De Haussmann-panden waren al sinds de bouw ervan niet meer schoongemaakt en in het middeleeuwse centrum lag een trieste bestrating van grauw asfalt. Op straat zag je veel mensen die wat doelloos op bankjes hingen. Na de lagere school schreef ik de meisjes in bij wat de beste privéschool van de stad zou moeten zijn. Opeens ontmoette ik de bourgeoisie die de stad wel degelijk bleek te hebben. Ik leverde de meisjes af in panden met imposante trappenhuizen, aan eeuwenoude poorten waarachter grote binnentuinen schuil bleken te gaan.

Ondertussen had ik me in de historie van de stad verdiept: Béziers is een van de oudste steden van Frankrijk, al in de 6de eeuw voor Christus gesticht door de Grieken en daarna overgenomen door de Romeinen. Je begrijpt wat hen aantrok als je de hoge, rotsige heuvel ziet waarop de stad is gebouwd met de rivier de Orb aan zijn voeten. Iedereen heeft het altijd maar over Montpellier, maar in de hoogtijdagen van de wijnbouw, eind 19de eeuw, was Béziers de place to be. Mensen kwamen met de trein vanuit Parijs voor de theaters die je nog steeds in achterafstraatjes ziet. Ik begon affectie voor de stad te krijgen en Béziers te verdedigen als mensen de stad vies of onveilig noemden.

Tegen de tijd dat de meisjes naar het [lycée] gingen kreeg de stad een nieuwe burgemeester. Ik schrok me dood van de affiches vol vreemdelingenhaat die hij in de stad liet ophangen, de posters van de ‘nieuwe vriend’ van de politie (een pistool). Maar er werd een grootschalig programma opgezet om alle gevels te reinigen. De ingeslapen schoonheden stonden opeens te stralen in het zonlicht. “Toen ik jong was kleedden de mensen zich om te flaneren op de [allées]”, vertelde de vader van een vriendinnetje van de meisjes ooit. Ik kon het me destijds niet voorstellen, maar afgelopen winter werd al het asfalt eruit gejakkerd en door een natuurstenen bestrating vervangen. Het is een van de weinige steden in Frankrijk waar je een [ramblas] hebt zoals in Barcelona. De burgemeester wist zich inmiddels ook te gedragen.

Opeens kwamen er investeerders uit Parijs en Bordeaux die op grote schaal panden opkochten. Ik had geen geld achter de hand, maar met een rente net boven de 1% begon het toch te kriebelen. Met mijn dochter Marijn heb ik tientallen gebouwen bezocht, tot we opeens in een appartement stonden pal aan mijn lievelingsplein, de Place de la Madeleine. Ik heb als eerste een bod kunnen doen en nu is het van mij. Drie hoge ramen met balkonnetjes [à la française], een marmeren schouw, gedecoreerde cementtegels.

Vorige week sliep ik er voor het eerst. Met een glas van mijn eigen wijn uitkijkend over een spectaculaire zonsondergang boven de Montagne Noire in het achterland. Ik weet dat ik verwend ben met het domein, maar het voelt zo evenwichtig om nu weer iets in de stad te hebben. Eigenlijk moet er een vaste huurder in, maar voorlopig kan ik het nog niet loslaten. Dus wie zin heeft in een paar dagen Béziers…

 

 

Schrijfster Lidewij van Wilgen verhaalt over haar dagelijkse leven in Frankrijk.

Column 2
mijn-tips-voor-nice

Waar wil je wonen aan de Côte d’Azur?

 

Heiko Hulsker is architect en heeft een kantoor in Antibes: www.plansud.com

Het is vaak onderwerp van gesprek bij Nederlanders die kiezen voor een tweede huis in de Côte d’Azur. “Wat zou jij doen?” vragen ze aan de architect, “als alles mogelijk zou zijn”. Maar de ideale plek bestaat niet en is natuurlijk voor iedereen anders. Voor mijn gevoel ging de generatie die huizen bouwden of verbouwden in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw automatisch naar Mougins en omstreken. Voor mijn generatie is het iets minder goed te begrijpen wat juist daar nu de doorslaggevende verleidingen waren. Wellicht bood op dat moment die regio de beste value for money.

In deze tijd lijken de meeste verleidingen in de buurt van Sainte-Maxime te liggen. De stad ligt beschut door de bergen van het Massif des Maures, heeft mooie stranden en veel winkels en restaurants. Wel spijtig dat in 1944 met Operatie Dragoon met zwaar geschut door de Amerikanen het oude historische centrum is verwoest en daardoor mist het nu wel iets. Dit is dan ook het grote verschil met Saint-Tropez, waar het oude centrum met z’n haven karakter aan het stadje geeft. Met de mooiste stranden van Zuid-Frankrijk en het prachtige dansende achterland is Saint-Tropez de meest indrukwekkendste plaats om te vertoeven. Het is alleen niet heel eenvoudig om er te komen, omdat het zo populair is. Dichter bij het vliegveld is toch wel een pre, zoals Cannes en Antibes. Deze plekken liggen in een meer stedelijke omgeving wat het ook boeiend maakt doordat het toerisme maar een gedeelte van het dagelijks leven bepaalt. De meeste Nederlanders die op het vliegveld van Nice landen, gaan direct westwaarts, de Monaco-gangers daargelaten, die hebben andere motieven. Maar eigenlijk is de oostkant minstens zo interessant. Er zijn weliswaar geen echte stranden en de kavels zijn door het berglandschap vrij klein, maar de schitterende oude en rijke architectuur en het prachtige zicht op het schiereiland Cap-Ferrat met z’n Villa Ephrussi de Rothschild zetten de toon. Er is hier wellicht wel wat minder te beleven maar dan zijn Nice en Monaco wel plezierig dichtbij.

Column 2
mijn-tips-voor-nice

Is Zuid-Frankrijk mooi?

 

Heiko Hulsker is architect en heeft een kantoor in Antibes: www.plansud.com

Natuurlijk is Zuid-Frankrijk mooi maar lang niet overal. Dankzij het fijne weer en het prachtige glooiende landschap, met op de achtergrond de uitlopers van de Alpen, is het sowieso schitterend om er rond te rijden. De Flevopolder heeft met zijn strakke ordening en oneindige vergezichten ook een bijzondere schoonheid. Het is een prachtig Hollands landschap. Nu heb ik twee kinderen die in Groningen studeren, maar vanuit Haarlem is de weg door de polder na enige tijd toch wel eentonig. De dansende glooiende wegen van de Alpes-Maritimes en de Provence gaan eigenlijk nooit vervelen.

Toch is niet alles wat je ziet van grote kwaliteit. De teleurstelling ontstaat in het gebied tussen het open landschap en de centra van dorpen en steden. De randen van de stad, de overgangsgebieden, kunnen echt vreselijk zijn. Niet alleen lelijk maar ook wanordelijk en rommelig. Stedenbouw mag een Nederlandse uitvinding zijn, in Frankrijk is het geen groot goed. Als je bijvoorbeeld van het centrum van Cannes naar de Royal Mougins Golfclub rijdt, een van de mooiste golfbanen van Zuid-Frankrijk, dan wachten je vele visuele ontberingen.

Een kakofonie van kantoren en bedrijfsgebouwen in de meest rommelige samenstelling die je je kunt voorstellen. Je zou haast denken dat een welstandscommissie hier niet bestaat, maar die is er wel degelijk. Er is nauwelijks sprake van enige ruimtelijke organisatie of ordening die structuur geeft aan de bouwontwikkelingen op stedenbouwkundige schaal. Zo kun je een bouwmarkt, een appartementengebouw, een Lidl-supermarkt en nog een kantoor in dezelfde straat aantreffen. Verbonden door een serie parkeerterreinen. Allemaal met verschillende ambities, of misschien met minimale ambities.

Nog specifieker wordt het overigens als je bij een van die bedrijfjes op kantoor komt; het gebouw en het interieur vallen vaak niet mee. Het verbaast mij dikwijls dat de Fransen, die zulke mooie dingen kunnen maken, het in deze gebieden zo laten afweten. Het lijkt erop dat iedere eigenaar gewoon mag maken wat hij wil, zowel in functie als in architectuur. Wellicht klinkt dat sympathiek maar het eindresultaat is dat niet. Het komt doorgaans ad hoc tot stand en de samenhang is ver te zoeken.

Nu zijn de overgangsgebieden van stadscentra naar landelijke gebieden per definitie de zwakste plekken. Maar in Frankrijk lijkt dat nog erger dan in Nederland. Als je de stad Haarlem inrijdt via het bedrijventerrein van de Waarderpolder, dan is dat ook geen feest voor het oog, integendeel. Toch zit daar nog een plan achter en zou het nog wel iets kunnen worden. In Zuid-Frankrijk lijken de suburbs wel de lelijkste en meest kansloze gebieden van het land.

Gelukkig wordt dit dan weer gecompenseerd door extreem mooie plekjes als het centrum van Mougins of Saint-Paul-de-Vence. Deze weergaloze locaties doen de rommel op de weg ernaartoe meteen vergeten.

Column 2
Isabel Flipse
isabelle-flipse
isabelle-flipse

Kopen met een voorsprong

Isabelle Flipse

 

Zoals elk jaar, druppelden ook de afgelopen vakantiemaanden vanuit zonnig Frankrijk weer de telefoontjes binnen van mensen, bezig met de aankoop van een huis. Vaak komt dat ‘bezig zijn’ erop neer dat de koop eigenlijk al gesloten is. Of ik dan de koopovereenkomst nog even kan doorlezen, “of er geen rare dingen in staan”. En graag vóór morgenmiddag. Want de makelaar zei dat er nog twee geïnteresseerden zijn.

U, als verstandig lezer van dit blad, begrijpt daar ik niet zo enthousiast van wordt. Zelfs niet als het lief wordt gevraagd, dubbel tarief wordt geboden (gebeurt) of als men werd gestuurd door een vriend die jaren geleden ook zo goed door mij werd geholpen.

Een compromis de vente, offre d’achat of promesse de vente is meer dan een stapel A4’tjes met moeilijke termen. Als adviseur moet je je even kunnen verdiepen in het dossier. Dat vereist contact met de verkoper c.q. diens makelaar, de notaris en bijvoorbeeld de gemeente. Zijn de vereiste (bouw)vergunningen aanwezig, is de rioolwaterafvoer ‘up to standards’, noem maar op. Pas dan kun je zeggen dat er niets ‘raars’ aan de hand is. Anders is de controle van nul en generlei waarde. Dat dat niet in een achternamiddag past en geld kost is evident. (Had de aspirant-koper het bedrag onder het kopje négociation in het contract trouwens al gelezen? Dat is de commissie voor de makelaar. Schrik niet.)

Dat een huis kopen iets anders is dan een halfje grof volkoren, weet ook de meest naïeve koper. Toch zie ik mensen voor de bijl gaan die in het dagelijks leven heel intelligent, rationeel en succesvol zijn. Punt is dat je op een stapel boterhammen zelden verliefd wordt maar dat een magisch uitzicht, de sfeer van het huis of zelfs maar de geur van de tuin, het hart op hol kunnen brengen. En daar komt anno 2021 – zeker voor kopers met een flink eigen vermogen, nog een heel profane factor bovenop: ‘sparen kost geld’. Zo wordt voor sommigen de koopdrang welhaast onbeheersbaar.

Raad ik u nu af om een tweede (of derde, vierde) huis in Frankrijk te kopen? Zeker niet! Maar besef dat een onbezonnen handtekening u kan opzadelen met de ellende van de vorige eigenaar. Daar komt u niet zonder financiële schade van af. Gun uzelf in plaats daarvan een comfortabele voorsprong, door dit najaar of komende winter eens te brainstormen met een onafhankelijk adviseur. Mijn collega’s en ik hebben meer dan twintig jaar ervaring op juridisch en fiscaal gebied én in de vastgoedmarkt. Een unieke combinatie in deze branche. We denken met u mee en hebben, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een makelaar, geen belang bij het wel of niet doorgaan van een sale. Over rendement op je investering gesproken…

 

Schrijfster Isabelle Flipse verhaalt over haar dagelijkse leven in Frankrijk.

Column 2
isabelle-flipse
isabelle-flipse

Een complexe nalatenschap deel V1

Isabelle Flipse

 

Het feuilleton over de Franse erfenis die maar niet afgewikkeld raakt, wordt langer en langer, té lang eigenlijk. Maar de volgende anekdote zowel authentiek als spectaculair. Die kan ik u dus niet onthouden.

Op de vier hectare aan de Côte, waarvan mijn cliënten mede-eigenaar in bloot-eigendom zijn, stonden ooit een groot huis, een olijfgaard en schattig portiershuisje. Dat laatste vormt nu de enige tastbare herinnering, hoewel er van schattig geen sprake meer is. De meeste luiken werden dichtgeschroefd omdat ze er anders afvielen en het onkruid staat hoog in de dakgoten. Tegen mijn advies liet de vruchtgebruikster water en elektra echter nooit afsluiten, want ‘je weet maar nooit’.

Wat deze puissant rijke weduwe inderdaad niet wist, was dat zelfs zo’n vervallen stulpje interessant is voor mensen die voor nop op een prachtig plekje willen zitten, al is dat onder zeer primitieve omstandigheden. Midden november belt er een angstige buurman dat er sinds ‘een tijdje’ licht brandt en er ongure types rondscharrelen. De woorden squatteurs (krakers) en gitanes (zigeuners) vallen.

De politie wordt gebeld, tot drie keer toe. Maar men heeft de handen vol aan de gevolgen van recent noodweer in de regio. Verwende Hollanders die denken dat hun probleem tweeduizend kilometer verderop wel even door het plaatselijk gezag wordt opgelost, krijgen geen prioriteit.

Toch moet er iets gebeuren en wel heel snel. Want als je één ding niet wilt in je Franse huis, dan zijn het krakers. Als u denkt dat we het krakers in Nederlands makkelijk maken? In de Franse praktijk komt het erop neer dat een kraker die kan bewijzen dat hij zich 48 uur in het perceel heeft opgehouden, enkel nog via een civiele procedure kan worden uitgezet. De kans dat dat lukt, bestáát. Dat zo’n procedure langer dan een jaar duurt en tienduizenden euro’s kost, is vrijwel een zekerheid…

Mijn cliënten beseffen dit en vragen me ‘te redden wat er te redden valt’. Mijn kantoorgenoot en ik zijn daarom de volgende dag in de auto gesprongen en na twaalf uur rijden stonden we in het donker voor de poort. Het kettingslot bleek een ander exemplaar dan waarvan wij de sleutels hadden, in de verte was klein licht te zien en er stond een gammele bestelbus op het terrein. We hadden logés, zoveel was zeker.

Hoe pak je dat aan, als je vindt dat een knokploeg geen acceptabele optie is? Vergeeft u me dat ik hier toch nog één episode aan vastplak.

 

Schrijfster Isabelle Flipse verhaalt over haar dagelijkse leven in Frankrijk.

Column 2
isabelle-flipse
isabelle-flipse

Een complexe nalatenschap deel V

Isabelle Flipse

 

Isabelle Flipse is intermediar voor Franse juridische zaken. www.kantoorflipse.nl

In de voorgaande episodes over een enorm gecompliceerde Franse erfenis (u leest ze terug op mijn website) voerde ik u onder meer langs:
• de nooit geformaliseerde splitsing van een ooit gezamenlijk aangekocht perceel; de bron van alle problemen
• de avonturen rond het opnieuw in kaart brengen van de perceelgrenzen
• het probleem dat er gaandeweg steeds meer belanghebbenden betrokken raken
Het dossier loopt inmiddels ruim een jaar maar we moeten dóór. Dat de waarde van ‘ons perceel’ in de miljoenen loopt maakt gelukkig iets goed. Met een mix van tegen- en realiteitszin accepteert de vruchtgebruikster dat zij voorlopig weer voor de kosten zal moeten opdraaien. Hoewel tussen haar en mijn cliënten, de bloot-eigenaars, bepaald geen warme band bestaat beseffen allen dat het goed afronden van de zaak in ieders belang is.
Voordat we notaris en landmeter vragen de splitsing te formaliseren, ondernemen we nog eenmaal een poging om de situatie eenvoudiger te maken. Het overnemen van ‘aandeel B’ door mijn cliënten zal daaraan bijdragen. Het verlost B van een probleem (zie episode 4) en is zeker interessant voor mijn cliënten. ‘Perceel B’ vormt nu immers een enclave en die zal na splitsing bereikbaar moeten zijn vanaf de openbare weg. Alleen het mooie perceel van mijn cliënten biedt mogelijkheid voor de aanleg van een voldoende breed pad. Geen fijn vooruitzicht, temeer omdat perceel B voor een derde sowieso niet interessant is. Het biedt geen uitzicht en is maar matig  bebouwbaar. Wie zich een villa aan de Côte kan permitteren zal zeker niet deze kavel kiezen. Een kind kan dus zien dat ook de B’s belang hebben bij een redelijke deal, en wij beseffen dat buurmans erf maar eens te koop komt.
Het begrip redelijk blijkt rekbaar. Na lang aarzelen noemt B een prijs die onderhandelen bij voorbaat  zinloos maakt. De reden van het bedrag wordt na wat juridisch graafwerk duidelijk. Na afwikkeling van zijn faillissement ging Meneer B een nieuw zakelijk avontuur aan, waartoe hij veel geld leende. Als zekerheid laat hij hypotheek vestigen op ‘zijn’ Franse perceel. Onmogelijk denkt u? Hoe kun je hypotheek vestigen zonder medewerking van de mede-eigenaars (noch van de ex-echtgenote)? En toch is het gebeurd. Procederen ligt voor de hand maar zelfs al zou de hypotheek na een kostbare procedure zou worden vernietigd, dan is B’s schuld nog niet verdwenen. En met een tweede faillissement is ons belang evenmin gediend. We besluiten ons niet langer bezig te houden met zaken waarop we geen invloed hebben en rollen de mouwen op voor de volgende uitdagingen. Want die komen eraan!..

Schrijfster Isabelle Flipse verhaalt over haar dagelijkse leven in Frankrijk.

Column 2
mijn-tips-voor-nice

Leven in twee landen

 

Heiko Hulsker is architect en heeft een kantoor in Antibes: www.plansud.com

Leven in twee landen is interessant, geeft ontspanning en energie. Als architect probeer ik zo vaak mogelijk in mijn Franse kantoor te zijn. Mij wordt regelmatig de vraag gesteld of al dat reizen geen energie vreet.
Het antwoord is: “nee zeker niet!” Ik kan het aanbevelen (buiten coronatijd dan!) omdat het me juist zoveel energie, inspiratie en rust geeft. Bij het landen in Nice word ik meteen vrolijk van de mooie blauwe lucht en de typische geur die de meeste lezers die hier ook weleens komen wellicht zullen herkennen. Meteen zin om aan de (werk)dag te beginnen. In het vliegtuig bedenk ik de meeste creatieve concepten voor mijn opdrachtgevers. De ideeën vanuit Nederland neem ik graag mee
en pas ik toe in Frankrijk. Het is voor mij een soort kruisbestuiving: de combinatie van wonen en werken in Nederland en Frankrijk.

In Frankrijk is er rust en ruimte om na te denken over de beslissingen die je neemt
in je leven in Nederland. Doordat ik letterlijk afstand neem van de vrolijke hectiek die ik
in Nederland ervaar en minder afleiding heb doordat ik niet op elke impuls hoef en kan reageren, ontstaan de mooiste ideeën.
Het minder bereikbaar zijn geeft mij de mogelijkheid om enige afstand te nemen
van de projecten in Nederland, waardoor mijn observaties helderder worden en ik weloverwogen beslissingen kan nemen.

De mensen in Zuid-Frankrijk zijn over het algemeen een stuk opgewekter, doordat ze
in een soort van permanente vakantiesfeer leven. Dit werkt aanstekelijk. Ik krijg ongemerkt veel meer werk verzet in Frankrijk. Onze opdrachtgevers bestaan voor de helft uit Nederlanders en voor de andere helft komen onze klanten uit Noord-Europa. Bijna alle klanten hebben een tweede huis in het
gebied van Monaco tot Saint Tropez. Op ons Nederlandse kantoor werken 25 werknemers, op ons Franse kantoor 7. Als het te druk wordt in Frankrijk helpt Nederland mee. Veel Nederlandse opdrachtgevers komen hun plannen op ons kantoor in Haarlem bespreken. Deze plannen worden dan in Frankrijk uitgevoerd door Engelstalige Fransen en dat is plezierig. We zijn waarschijnlijk het enige bureau in Nederland dat dit kan aanbieden. Leven in twee landen geeft mij energie, inspiratie en levensvreugde. Het leven in Frankrijk is leuk, maar wordt nog leuker omdat je juist in beide landen lééft.

Column 2
joost-schwartz

Typisch Provençaals: de Patecq

Rob Brink

 

Vooral in de kleine gehuchtjes (hameaux) in het achterland van de Cote d’Azur, komt makelaar Rob Brink regelmatig woningen tegen waar zich een bijzonder verschijnsel voor doet. Ze genieten van een zeer oud ongeschreven Provençaals gewoonterecht, dat niet eens voorkomt in het frans burgerlijk wetboek: het patecq!

Zowel niet-Provençaalse als buitenlandse aspirant-kopers hebben soms grote moeite om dit fenomeen te begrijpen. Daardoor kan het soms zelfs belemmerend werken bij een verkoop van een woning die met dit typisch Provençaalse verschijnsel te maken heeft dat zo oud is dat het zelfs teruggaat tot de 13e eeuw, voortgekomen uit oude gebruiken en tradities.

Wat is een Patecq?
We komen dit oude gewoonterecht tegen onder verschillende benamingen zoals bijvoorbeeld: patec, pateq, patus, pate, regale of relargue. Patecq is een afgeleide van het Latijnse pasticium dat ‘weiland’ betekent.
Patecq duidt op ondeelbare grond bedoeld voor algemeen gebruik in een Provençaals gehuchtje (hameau). Deze onbebouwde ruimte tussen de boerenwoningen was oorspronkelijk bedoeld voor de doorgangen voor de dieren van de verschillende boeren, of voor gedeelde voorzieningen zoals een drinkbak, put, beerput, oven etc. Deze grond is enkel bedoeld voor het gemeenschappelijk gebruik van al diegenen wier eigendommen eraan grenzen.
Het is overigens niet zo dat alle inwoners van een gehuchtje met een patecq ook automatisch gebruiksrechten hebben op het patecq. Alleen de eigenaren van een gebouw waarvan ook de notariële eigendomsakten getuigen van de aanwezigheid van een patecq verbonden aan hun gebouw, hebben rechten op die patecq. De patecq is onlosmakelijk verbonden met het onroerend goed waarvan hij ‘afhankelijk’ is: het kan niet onafhankelijk van het huis waaraan hij is verbonden worden overgedragen, en vice versa, de laatste kan niet worden overgedragen zonder de patecq die eraan is verbonden.

Vrij toegankelijk
Een patecq is ondeelbaar en kan dus niet worden toegeschreven aan een enkele eigenaar van een aangrenzende woning in zo’n gehucht. De bewoners mogen er in principe vrij over circuleren. Het mag daarom ook niet worden afgesloten en er mag ook niet op worden gebouwd. In de praktijk is er overigens wel vaak sprake van een (al dan niet gedeeltelijke) informele verdeling van de gezamenlijke patecq grond tussen de alle betrokken eigenaren van een hameau en zal een buurman in de praktijk niet pal voor het huis van zijn buurman gaan zitten. Formeel echter zou hij het echter wel degelijk mogen doen en dat idee is voor aspirant-kopers soms een show stopper voor een aankoop. Ik heb helaas daadwerkelijk mogen ervaren dat elke keer als we met aspirant-kopers een huis met zo’n gezamenlijk patecq wilden laten zien, dat een vervelende buurman, zodra we aankwamen, gewoon voor het huis van mijn cliënt ging staan uit nieuwsgierigheid en om te treiteren. Hij vertelde dat hij het ‘recht’ had om daar te staan….! Het huis was daardoor bijna onverkoopbaar.

Een patecq betreft overigens ook geen gemeentegrond maar is bestemd voor privé gebruik door de bewoners van het gehuchtje. Het zal daarom voor een gemeente dus niet mogelijk zijn om het zomaar als openbare ruimte te gaan gebruiken bijvoorbeeld door het om te vormen tot een parkeerplaats.

Heel vaak geeft het kadaster het bestaan van patecqs niet correct weer. Zo worden ze soms als openbare ruimte of niet-kadastrale percelen aangeduid. De jurisprudentie stelt daarom voortdurend vast dat notariële akten waarin de patecq rechten worden vermeld voorrang hebben op kadastrale aanduidingen.

Het ontstaan 
In de Provence was het vroeger heel normaal dat de kinderen, als ze volwassen werden en hun eigen gezinnen gingen stichten, ze gingen aanbouwen tegen de oorspronkelijke boerderij of landhuis van hun ouders aan. De patecq grond bleef voor het gemak onverdeeld. Door deze geleidelijke aanbouwingen veranderde het oorspronkelijke landhuis langzaam in een gehuchtje waarin de verschillende gezinnen van dezelfde familie elk een eigen huis bewoonden. Dit kon generaties lang door gaan. De patecq rechten werd op onverdeelde wijze bewaard en steeds overgedragen aan de nakomelingen. Deze patecq rechten werden opgenomen in de notariële verdelingsakten.

Kan een patecq worden ontbonden?
Zo’n onverdeelde patecq is onderworpen aan een regime van ‘gedwongen mede-eigendom’, van eeuwige aard, waarbij geen van de individuele eigenaren een patecq zomaar kan opheffen. Zelfs door niet-gebruik van patecq rechten geldt er geen verjaringstermijn van 30 jaar in tegenstelling tot het klassieke indivisie regime.

Toch zijn er twee manieren om een patecq te ontbinden:
1) met unanieme instemming van alle eigenaren van de aangrenzende woningen met patecq rechten. Dit is wel een lastig proces want alle eigenaren moeten het dan eens worden over een verdeling van de patecq grond.
2) indien alle woningen met patecq rechten in bezit komen van een enkele eigenaar.

Rob Brink is directeur van makelaarskantoor New Home, met kantoren in Lorgues, Fayence en Sainte-Maxime. Hij is ook erkend taxateur en als zodanig aangesloten bij het Centre National d’Expertise. www.new-home.fr.